De Kāmasūtra als handleiding voor het leven
Nachten van doen en laten Stel je de mens voor, duizenden jaren geleden, zonder lampen of elektriciteit. De nacht was lang, donker en vaak stil. Werken kon niet meer, jagen was gevaarlijk en reizen was onhandig. Wat overbleef, was het samenzijn. Je zat bij elkaar rond het vuur, vertelde verhalen, zong, of deelde de stilte. Of die uren prettig waren of pijnlijk, hing af van de manier waarop mensen met elkaar omgingen. Daar, in die lange nachten, werd wellevendheid belangrijk. Respect, humor en weten wanneer je iets moest doen en wanneer juist niet. Het verschil tussen een fijne nacht en een gespannen nacht zat in die balans van doen en laten. Ook in oude Indiase teksten zie je dat terug. Rond de tijd van de Kāmasūtra ontstond de leer van de vier levensdoelen, de puruṣārthas : dharma – leven met plicht en moraal, artha – zorgen voor welvaart en bestaanszekerheid, kāma – genieten van liefde en verlangens, mokṣa – zoeken naar bevrijding of verlichting. Die...