Zonder vrijheid geen liefde en zonder liefde geen vrijheid

Het gezonde midden tussen betrokkenheid en afstand houden

Nu met de coronacrisis houden we voor de veiligheid anderhalve meter afstand ten opzichte van anderen. We tonen met het kiezen van de juiste...

Posts weergeven met het label God. Alle posts weergeven
Posts weergeven met het label God. Alle posts weergeven

9 juli 2019

Verwarrende verhalen in het geloof


Mensen die -net als ik- een christelijke opvoeding hebben gehad, hebben verhalen te horen gekregen over de Bijbel en het Nieuwe Testament met nauwelijks toelichting over de joodse, Griekse en Romeinse context waarin die verhalen zijn ontstaan. De ene cultuur kende maar één God, de andere velen en keizers hadden goddelijke status.
Verwarrend is vooral de triniteit, dat er één God bestaat in drie goddelijke entiteiten: de Vader, de Zoon (Jezus Christus) en de Heilige Geest. Verwarrend is ook waarom een onschuldige baby gedoopt moet worden voor onze erfzonde en Jezus aan het kruis stierf om ons van de erfzonde te verlossen? Of waarom begraven we dode mensen en ruimen we hun graf ruim voor het einde der tijden?
Ik snap dat het in de eerste eeuwen lastig moet zijn geweest om de christelijke volgelingen uit vele landen te verenigen en de vervolging van de volgelingen te overleven. Werelds en kerkelijk machtsmisbruik lagen en liggen nog steeds op de loer. Vele goed bedoelende en vrij denkende ketters zijn op een bepaald niet christelijke manier op de brandstapel geraakt.

De joodse Jezus heeft nooit het plan gehad om een nieuwe religie te starten, anders had Hij wel notulen laten maken. Het verslag van zijn leven en zijn boodschap is ver na zijn dood vastgelegd in het Nieuwe Testament. Het bestaat uit 27 'boeken' (geschriften) die in de periode van de tweede helft van de eerste en het begin van de tweede eeuw na Christus zijn geschreven in het Koinè-Grieks. Deze canonieke (door de kerk geaccepteerde) boeken zijn geschreven door verschillende auteurs.
Evangelie betekent “goede boodschap”. 
De vier door de kerkvaders voor het Nieuwe Testament geselecteerde evangelisten Mattheüs, Marcus, Lucas en Johannes waren niet de enige. Er zijn meer evangeliën, waaronder die van Maria Magdalena, de veronderstelde en soms als ex-prostituee verguisde echtgenote van Jezus.
De niet echt contemporaine evangelisten moeten niet worden verward met de twaalf apostelen (volgelingen tijdens het leven van Jezus): Simon, die Petrus genoemd wordt, zijn broer Andreas, Jakobus van Zebedeüs, zijn broer Johannes, Filippus en Bartolomeüs, Tomas, Matteüs, Jakobus van Alfeüs, Taddeüs, Simon Kananeüs en Judas Iskariot.
De niet helemaal overlappende verhalen van de evangelisten zijn rond het jaar 70 (toen ook Jeruzalem door de Romeinen werd verwoest) op schrift gesteld.
Welke versie vertegenwoordigt de "goede" boodschap?
Vanaf de tweede eeuw verschenen er alternatieve verhalen over het leven en de betekenis van Jezus. Deze werden bekend onder de naam gnostische geschriften.
Sommige bronnen zijn later (her)ontdekt. De Nag Hammadigeschriften, bijvoorbeeld, zijn een verzameling teksten uit de begintijd van het christendom die in 1945 gevonden werden in Midden-Egypte in het plaatsje Nag Hammadi. Een eerste integrale Nederlandse vertaling van alle teksten werd in 1994 gepubliceerd door Jacob Slavenburg en Willem Glaudemans. De geschriften bieden een alternatieve kijk op de verhalen over Jezus. Daar was de kerk niet per se blij mee. Het nam in de loop der eeuwen wel zeven concilies om de kerkelijke waarheid in dogma's vast te  leggen.

Citaat uit Wikipedia:
Tot aan de vondst van de Nag Hammadigeschriften waren onderzoekers op het gebied van de gnostiek vrijwel uitsluitend aangewezen op overgeleverde teksten van kerkvaders die van opvatting waren dat de gnostiek een vorm van ketterij was die bestreden moest worden. Het ter beschikking krijgen van een aanzienlijk aantal authentiek gnostische geschriften maakte het mogelijk om gnostische opvattingen en waarden in de eerste eeuwen na Christus in een veel breder kader te bestuderen. Het heeft geleid tot onder meer het inzicht dat ook er ook binnen de gnostiek zelf een grote variatie aan opvattingen was. Raakvlakken met het platonisme kunnen veel beter onderbouwd worden. Het heeft ook het inzicht verbreed in de grote mate van pluriformiteit van het christendom in de eerste eeuwen. Daarin is gnostiek geen ketterse afwijking van een orthodoxe standaard, maar een illustratie van de veelvormigheid van interpretaties van een christelijke boodschap.
Tot zover Wikipedia.

In een ander boek schrijft Jacob Slavenburg met John van Schaik over westerse en oosterse wijsheid en de esoterische traditie door de eeuwen heen. Slavenburg behandelt ook het ontstaan van het christendom.
Er is door vele kerkelijke historici nagedacht over de vraag of Jezus letterlijk een zoon van God is. Een opvatting is dat het geval is via de onbevlekte ontvangenis van de Heilige Geest door zijn moeder, tevens maagd, Maria. Een andere opvatting is dat Jezus door het ontvangen van de Heilige Geest bij zijn doop in de Jordaan door Johannes, ongeveer drie jaren voor zijn dood, de goddelijke status (Christus als deel van God) heeft gekregen en vervolgens in plaats van Jezus van Nazareth (een naam verwijzend naar menselijke afkomst) Jezus Christus genoemd kon worden.
Jezus was net als zijn vader Josef het overgrote deel van zijn leven timmerman van beroep en wordt verondersteld getrouwd te zijn en kinderen te hebben gehad met Maria Magdalena. Zij wist soms tot frustratie van de mannelijke apostelen zijn boodschap het beste te kennen en te kunnen uitdragen.
Tot zover Slavenburg.

Bij zijn doop komt Jezus in een nieuwe verhouding tot God te staan en wordt hij Gods geestelijke (naast letterlijke) Zoon. In het Nieuwe Testament wordt dit verbeeld doordat Gods Heilige geest (in de vorm van een duif) over hem heen is gedaald. Op Pinksteren wordt de uitstorting van de Heilige Geest (deze keer in de vorm van vurige tongen) gevierd over allereerst een groep van 120 volgelingen van Jezus Christus. Zij doopten vervolgens 3000 gelovigen met hetzelfde resultaat.
Christenen in de latere eeuwen -en ook nu nog- worden direct bij hun geboorte gedoopt met een om de baby’s “vervuld te laten zijn van de Heilige Geest”. Vlak voor hun puberteit worden jonge christenen geacht zelf de keuze te maken om volgeling van Jezus te zijn door de vernieuwing van de doopbelofte, in eerste instantie door de ouders gedaan.
Elke belijdende katholiek "getuigt" voortdurend van z'n geloof door een kruis te slaan met de woorden "in de naam van de vader, de zoon en de Heilige Geest, amen". Het is natuurlijk meer een gewoonte of ritueel dan een geloofsbelijdenis. Anders gelovigen doen dat niet of in een andere volgorde.

Natuurlijk is van Jezus het belangrijkste wat zijn boodschap is en doen zijn huiselijke omstandigheden er niet echt toe. Voor mij is de kern van zijn boodschap dat wij allen (al dan niet gedoopt) evenwaardig zijn (in ons recht op vrijheid) en dat we onze naasten zo moeten behandelen als we zelf ook behandeld willen worden.

Liefdevol en vrij.

Dat een God niet ingrijpt bij onrechtvaardigheid vind ik niet verwarrend. We zijn niet vrij wanneer er voortdurend van hogerhand wordt ingegrepen, zoals een ouder zijn kind corrigeert. We zijn zelf verantwoordelijk. Een onzichtbare God kan duiden op een niet bestaan of op een liefdevolle en vrijheid liefhebbende aard. Liefde voor Zijn eigen vrijheid en voor die van anderen. Hele volksstammen hebben vroeger en nu geprobeerd God voor het eigen karretje te spannen via bidden, smeken en offerandes. Logisch dat God zich afzijdig lijkt te houden. Kwestie van geloof.
Het is zeker tegen de boodschap van Jezus in om te twisten op leven en dood over zijn al dan niet goddelijke of menselijke status. Misschien heeft het Vaticaan wel de koppeling tussen God en zijn zoon Jezus als een truc verzonnen om indirect een Godsbewijs te maken. En geldt niet hetzelfde voor de ziel, als deel van God in ons? We zijn vrij om een bewijs van het bestaan van God te zien in alles wat leeft en ook een bewijs voor het tegendeel, aangezien er in geen enkel levend wezen een aanwezigheid van God valt te aan te tonen.
Het respecteren van de vrijheid van mens en dier zie ik als een vorm van wellevendheid waarop een liefdevolle God het bedoelt.



Lezing van het boek van Slavenburg over de duizenden pogingen die overal ter wereld in de loop der eeuwen zijn gedaan om een geloofwaardig verhaal over geloof en God de wereld in te slingeren, schept verwarring en maakt bescheiden. Je kunt je het beste verwonderen over de ongeloofwaardigheid van de veelvormige verhalen en er om glimlachen.
Lijken goden op mensen? Zo onder, zo boven? We zien nog steeds wat we willen zien. Ze zagen ook in de oudheid wat ze wilden zien. We projecteren wat er in ons leeft op anderen en zoeken bevestiging.

Een citaat van Jacob Slavenburg over Maria Magdalena die verwarrend kan zijn voor mysogenen en christelijke feministen:

In een al langer bekend geschrift, het Evangelie van de Pistis Sophia, fungeert Maria Magdalena als ‘tolk’ voor de overige apostelen, die niet altijd direct de leringen van Jezus begrijpen. Als ze aan Jezus vraagt openlijk te mogen spreken, zegt deze:

‘Maria, jij begenadigde, die ik in alle hemelse mysteriën heb ingewijd spreek openlijk, want jouw bewustzijn is meer dan dat van al je broeders gericht op het Koninkrijk der hemelen.’

Als Maria dan uitleg aan de anderen geeft, prijst Jezus haar uitbundig:

‘Toen Jezus Maria Magdalena deze woorden hoorde spreken, zei hij: ‘Jij bent gelukzalig en vervuld, de gelukzalige omvatte volheid, die door alle geslachten zalig zal worden geprezen.’ Toen nu Maria uitgesproken was, zei hij: ‘Goed gesproken, Maria. Jij bent begenadigd boven alle vrouwen op aarde omdat jij de volheid der volheid en de voleinding der voleinding zal zijn.’

Maar Maria ondervindt ook tegenstand. Haar bewustzijn is telkens in staat om de juiste interpretaties te geven’, maar ze aarzelt omdat ze bang wordt van Petrus: ‘want hij bedreigt me en haat onze sekse’. Petrus op zijn beurt roept uit: ‘Heer, deze vrouw is voor ons onverdraaglijk omdat zij ons de gelegenheid ontneemt om iets te zeggen, maar zelf herhaaldelijk aan het woord is.’

22 januari 2019

De kip en het ei in het non-dualisme

Non-dualisme kun je opvatten als het inzicht dat er geen tijd bestaat, geen ruimte, geen vorm, geen waarneming, geen afscheiding, geen object-subject, niets dat zich bewust is van iets dat niet zichzelf is. Kortom, zoals een pas geboren kind de omgeving zonder angst lijkt te ervaren, maar dan op een bewust niveau. Of zoals intens verliefden zich een tijdje voelen.

In het Bijbelse paradijsverhaal worden Adam en Eva het zorgeloze paradijs uitgejaagd nadat ze een gebod van God hadden overtreden. Ze werden zich in één keer bewust van de dualiteit van goed en kwaad en konden en mochten niet meer terug in de paradijselijke eenheidservaring.

Het beeld van een straffende God lijkt op de ouder op wiens bescherming een opgroeiend kind rekent, maar dat het lijkt te kunnen verliezen door verkeerd om te gaan met zijn eigenheid en afgescheidenheid.
Bij de ontwikkeling van het eigen ego, zo rond het tweede levensjaar, begint het kind zichzelf af te scheiden van de omgeving. Daarin wordt het aangemoedigd door de ouders, immers het zijn de eerste tekenen van zelfstandigheid, maar tegelijk wordt het kind zich stapje voor stapje bewust van het nadeel van afgescheiden zijn, namelijk dat het ongenoegen kan oproepen bij de ander of dat je een ander gaat missen. Mogelijke straf roept angst op, angst om te worden verlaten of alleen gelaten, terug te worden geworpen op het zelf. Het leven levert je op die leeftijd, en eigenlijk nooit meer, de zorgeloze veiligheid van het eerste levensjaar. De peuter is er zich nog niet bewust dat je ongelijk bent en kunt twijfelen aan evenwaardigheid. Het gaat er gewoon vanuit en doet gewoon.

In termen van (non-)dualisme: vóór het ontstaan van het ego was de wereld één, was alles liefde. Na het ontstaan van het ego is er voor het eerst angst en is er dualiteit: ik en jij, goed en slecht, liefde en haat, blijdschap en verdriet, schuld en onschuld, straf en beloning, vroeger en later etc.. Essentieel voor de realisatie van non-dualiteit is dat ego doorzien wordt als een construct, een activiteit van de mind en geen entiteit. Non-duaal gewaarzijn laat zich per definitie niet vangen in het begrippenkader van het ego dat wil begrijpen en daarmee dualiteit schept.

Het lijkt een naïef wereldbeeld, maar dat alles verbonden is, is een inzicht dat al eeuwen speelt in oosterse culturen en in de moderne kwantumfysica. Is de moderne mens zich daarnaast wel voldoende bewust van de werking van angsten (ook in de vorm van twijfel) die (economische) belanghebbenden ook nu nog (en dan met opzet) oproepen?

Het beeld dat religies of ouders opriepen, is ook het beeld dat de politiek en de economische grootmachten oproepen. Het is de angst om niet goed of veilig genoeg te zijn, die de kiezer verleidt tot populisme en de consument herhaald tot aanschaf doet overgaan. Het bevordert dat materialisme (kopen) geassocieerd wordt met gelukkig worden.

Zet het beeld van een oordelende en straffende God tegenover het beeld van onvoorwaardelijke liefde dat door Een cursus in wonderen wordt aangehouden. Dit is een boek waarin misvattingen over de bedoelingen van God worden rechtgezet. De wonderen, die de cursus onderwijst, zijn uitdrukkingen van liefde die gepaard gaan met veranderingen in waarneming, waardoor we de wereld door de ogen van liefde in plaats van angst zien.
Jan-Willem van Aalst schrijft daarover in Wonderen of waan: God denkt niet; veroordeelt niet; straft niet. God heeft in het geheel niets met materie van doen. God weet niets van dualisme. God is. “God” is letterlijk synoniem met “onvoorwaardelijke liefde”. God doet niets, omdat hij niet van tijd weet. Onvoorwaardelijke liefde is simpelweg, volstrekt onbeïnvloedbaar omdat er in nondualisme niets anders is. Het “laatste oordeel” wordt volgens Een cursus in wonderen niet door God uitgesproken, maar door onszelf, zodra we ten langen leste het ego-denksysteem aan de kant schuiven en er dankbaar voor kiezen om tijd, ruimte, waarneming, veroordeling en individueel bewustzijn achter ons te laten. Dat is onze verantwoordelijkheid: het ontkennen van de ontkenning van Eenheid met onze Schepper.
….
In onze nachtelijke dromen kunnen de meest bizarre dingen gebeuren, en toch zijn we daarover niet verbaasd zodra we wakker worden. Wat we ons niet realiseren is dat zodra we denken wakker te zijn, wij slechts wakker zijn in dualisme, wat zelf een droom is.
Tot zover van Aalst.

Mieke Berger schrijft over onze identiteit:
"Alles dat wij kennen, zijn we dus niet zelf. We zijn dus niet ons lichaam en ook niet onze gedachten, zonder welke geen wereld kan ontstaan. We kunnen immers ons lichaam en onze gedachten waarnemen. Wat we dan wel zijn? Dat wat geen tegenstellingen kent en dus geen eigenschappen heeft. Onbeweeglijkheid, die beweging waarneemt. Tijdloosheid, die tijd waarneemt. Eigenschaploosheid, die eigenschappen waarneemt. Als we tot dat inzicht komen, zullen we moeten erkennen, dat wij niet in de wereld verblijven, maar dat de wereld in ons verblijft."

Non-dualiteit is (net als de natuur) Eenheid in beweging en in verscheidenheid en wij laten ons in slaap sussen met het idee dat dualiteit voorafgaat aan een onbereikbare nondualiteit. Dat verleidt ons om slechts te focussen op het eigen belang en de belangen van het geheel te negeren. "Pak wat je pakken kan" en "doe je voordeel met de tegenstellingen".
Het zou mooi zijn wanneer we ontwaken in de realiteit van het universele nonduale bewustzijn dat de illusie van dualiteit voortbrengt.
  • Dat we realiseren dat alles niet twee is en we vervolgens de ander, mens en dier, vriendelijker behandelen.
  • Dat we de schadelijkheid inzien van louter op het eigen belang gericht te zijn, ingefluisterd door het ego.
  • Dat we intuïtief herinneren dat wij (en dualiteit) voortkomen uit eenheid.
  • Dat we niet meer dualiteit (afscheiding) scheppen door te veroordelen.
  • Dat we inzien dat ogenschijnlijk tegenstrijdige zaken geen dualiteit vertegenwoordigen / betekenen.
  • Dat we inzien dat alle mensen en dieren intrinsiek evenwaardig zijn in het recht op beleven van vrijheid en liefde.
Er hebben triljoenen levensvormen geleefd, er leven er nu miljarden tegelijk. Dat waarin wordt waargenomen verschilt niet, wel wat en hoe wordt waargenomen. Het maakt een wereld van verschil.
Jij en ik zijn dat. "Tat tvam asi  (een uitleg door Alan Watts)". We zijn allemaal vormen van energie. De een heeft het talent om informatie (bijvoorbeeld een levensdoel) uit allerlei energielichamen op te pikken, een ander ziet alleen één lichaam. Het maakt niet uit voor het ontwaken in non-duaal bewustzijn. Frustrerend, omdat het niet valt te (be)grijpen? Je kunt er ook om lachen, zoals Alan Watts aangeeft.

De eenheidservaring is een tijdelijk kijkje in de staat van verlichting of zelfrealisatie.
Ervaringen blijven vernieuwen, het inzicht in het evenwaardige geheel van dualiteit en non-dualiteit kan blijvend zijn. Wie probeert het vast te leggen (in tekst, beeld, herinnering etc.), verstoort de resonantie binnen en met het geheel.
Het gaat om de balans tussen betrokken zijn en loslaten, als een eeuwig durende dans in het nu.
Liefde zijn en liefdevol doen en laten.
Het leven is één en liefde maakt dat je de verbinding herkent. Namasté mudra, "De ziel in mij, groet de ziel in jou".

Nondualiteit is het liefdevolle startpunt van waaruit iedereen tijdelijk wil vertrekken om de wereld te verkennen en wat vervolgens uit het oog wordt verloren omdat woorden en gedachten in de weg zitten. En tegelijkertijd kan die verbinding (met de eenheid) niet verloren gaan. Het is de kip en het ei in één.

De (ongeboren) baby wordt concipieerd in en tot eenheid en door versmelting van eicel en zaadcel. Met het geleidelijk loskoppelen van de eenheid bij het kind door het ontwikkelen van het ego wordt het kind het pad opgeleid dat via vele kronkelige omwegen en liefdesperikelen toch de kortste weg is naar nieuwe eenheid. Dit is niet letterlijk een terugkeer naar de bron van waaruit het startte, maar een (vermogen tot een) verbinding (thuis komen), opnieuw verbinden (latijn: "religare") op een transcendent, meer rustgevend niveau.
Terwijl de vanzelfsprekende en zorgeloze eenheid van de vroegste jeugd altijd blijft trekken, heeft het leven er belang bij dat we ons zo ontwikkelen dat we meer in harmonie gaan leven met onze omgeving, dat we geen oplossingen willen forceren, dat we een vredige omgeving helpen creëren waarin nieuw leven kan ontstaan en van waaruit het zich verder kan ontwikkelen.
Kortom een (individuele en evolutionaire) ontwikkeling van (meer) vrijheid en liefde.
Een ontwikkeling die plaats vindt in het eeuwig durende nu van onbewust paradijselijk naar bewust hemels.



1 juni 2018

Ongrijpbare krachten en dwaalwegen rondom spiritualiteit

Opgegroeid in een katholiek gezin en terugkijkend op de lange geschiedenis van het westerse geloof en dat geloof vergelijkend met het Taoïsme vallen mij onderstaande overeenkomsten en verschillen op in het omgaan met macht en onmacht. Ik beschrijf wat mij tegenstaat aan het christendom en wat mij fascineert aan het Taoïsme, namelijk dat in de natuur het evenwicht steeds wisselt en niets kan bestaan zonder zijn tegendeel (yin en yang).

Vasthoudendheid
Wie een bepaald geloof aanhangt, wil er ook graag voordeel van hebben. Je hoort bijvoorbeeld bij een groep, die je sociale contacten en bescherming oplevert of je hebt een God waaraan je een verzoek kunt richten. Maar die wens tot voordeel blokkeert het zicht op waar spiritualiteit overgaat.
In een ongezond samengestelde samenleving of een geestesziek individu kan een egoïstische en/of superieure geloofsovertuiging zelfs tot fascisme leiden en daarmee tot liefdeloos geweld.
Een duivenexperiment van Skinner maakte duidelijk dat wanneer je er van overtuigd bent dat je met bepaald gedrag een beloning lijkt af te dwingen het heel lang kan duren voordat je dat gedrag verandert, terwijl je maar af en toe en ook nog toevallig beloond wordt.
Duiven en mensen willen dus graag geloven dat zij sturing hebben over hun lot en kunnen dit geloof heel lang vasthouden. Mensen kunnen zelfs wachten op een beloning na hun dood. Heel wat kapitalistische regimes hebben van deze goedgelovigheid misbruik gemaakt en hebben gewetenloos zelf materie verzameld die ze van goedgelovigen hebben afgetroggeld. Velen hebben bij leven onrecht laten bestaan in de verwachting dat na hun dood door God recht zou worden gedaan of hun geduld beloond.
Vriend en vijand van religie zijn het erover eens dat je God niet voor je karretje kan spannen. Atheïsten verklaren God gewoon voor niet bestaand en dragen toeval als reden aan voor de evolutie en al het moois op aarde en gelovigen vinden dat je steun van God moet verdienen door goed gedrag te vertonen. En er is altijd wel een voorbeeld te verzinnen dat iemand bij zichzelf kan aandragen dat hij niet perfect is geweest en God daarom niet zijn gebed verhoort. En zo blijft iedereen lang bij zijn standpunt.

Verdelen en verbinden?
De Romeinen die hun rijk rond het begin van de jaartelling graag in stand wilden houden kregen ergens in de eerste eeuwen na Christus door dat het geloven in één god veel gemakkelijker verschillende volkeren bindt dan het geloven in vele goden die ook nog eens veel menselijke gelijkenis hadden. Die ene god (overigens genderneutraal avant la lettre) was de schepper van de mens naar zijn gelijkenis en was zelf zonder menselijke fouten. God kon wel kwaad ("vertoornd") worden en de mensheid straffen met vele plagen.
Was eerder de werkzame politiek van de wereldse overheerser “verdeel en heers”, door het christendom als officiële staatsgodsdienst aan te nemen en het Vaticaan aan het hoofd te zetten van een mondiale kerk kon het wereldrijk van Rome daarmee zowel verdeeld als verbonden als geheerst worden. En met deze “drie-eenheid” kon nog millennia door machthebbers geprofiteerd worden van de rust en materiële welvaart die dit systeem opleverde. Om over het misbruik van schaapjes door de herders nog maar te zwijgen.

Oosterse en westerse spiritualiteit
De ethische uitgangspunten van atheïsten, agnosten en gelovigen mochten dan soms verschillen, in de praktijk konden ze zich vinden in het principe “wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet”. Het leidde zowel tot een liberale als tot een sociale wetgeving. Gelovigen konden leven met het idee dat het Kwaad met wereldse wetten kon worden beteugeld en tegelijk vrijheid bewaakt wordt. God zou dit rechtvaardigen. Volgens de theodicee van de vrije wil accepteert God het bestaan van het kwaad in de wereld omdat de mens pas iets heeft aan zijn vrije wil als hij er ook iets mee te kiezen heeft. Het Kwaad bestaat dus zodat de mens een keuze kan maken ertegen.
Eigenlijk en uiteindelijk was god niet meer nodig om alles autonoom te laten draaien. Nietzsche verklaarde god dan ook dood en anderen legden zich er bij neer dat religie een privézaak is. En omdat het bewijs dat God (wel of niet) bestaat niet kan worden geleverd konden we in het westen gemakkelijk aansluiten bij Oosterse tradities als het Taoïsme. Gods wegen en de Tao zijn ondoorgrondelijk. 'De tao doet niets en toch blijft niets ongedaan.'

Wikipedia over de Tao (letterlijk “de weg, maar ook de stroom”):
Men kan tao alleen bij benadering leren begrijpen of volgen. "De weg (tao) heeft begin noch eind." In de tekst van de Daodejing (Boek van de Weg en de Kracht) wordt geschreven: "De essentie van tao is dat het niet uitgedrukt kan worden. Als men denkt het wel te kunnen uitdrukken, dan is het niet tao." Tao is immers vormloos en niet gebonden aan een vorm.
Tao voedt alles. Het creëert de gewenste ordelijke patronen in de chaos. Maar de wens naar ordelijke patronen zal nooit vervuld worden. Men kan alleen maar op het pad blijven van de zoektocht. In de taoïstische leer is tao de kwaliteit van die zoektocht.

Tot zover.
Uit vers 51 van Laozi:


Tao brengt de dingen voort.
Het brengt ze groot door Teh.
Teh brengt ze tot wasdom en vormt ze,
voltooit ze en doet ze rijpen
Voedt ze en beschermt ze.
Voortbrengen, maar zich niet toe-eigenen
Doen maar zich er niet op voor laten staan,
tot wasdom brengen maar zonder heerser te zijn,
dat is wat ‘diepe deugd’ genoemd wordt.

Tot zover.
Teh is de liefdevolle kracht die werkt via het paradoxale wu wei principe: doen door niet te doen. Wie volgens de tao leeft, weet dat hij de uitdagingen in het leven, zijn ellende en problemen niet meer met strijd, macht of inspanning te lijf moet gaan. Hij gaat spontaan en bewust mee in de loop der dingen.

Hoe leeft iemand in de geest van de tao? Chuang Tze zegt:

Jullie zijn oprecht en rechtvaardig, zonder te weten dat je door zo te zijn rechtschapen  bent.

Jullie houden van elkaar, zonder te weten dat dat goed is.

Jullie zijn eerlijk, maar weten niet dat dat trouw zijn is.

Jullie houden je aan je woord, zonder te weten dat je daarmee in geloof en vertrouwen leeft.

Jullie helpen elkaar, zonder eraan te denken geschenken te geven of  te krijgen.

Zo laat je handelen geen sporen achter.


De oosterse en westerse uitwerking van religie zijn twee convergerende wegen om God te benaderen. Let wel: dit gaat over wat het voor jou betekent dat er een hogere macht kan bestaan en ervaren.  Soms bewandel je dan een positief pad en soms negatief, maar niet letterlijk, altijd ongrijpbaar en daarmee vrij. Net als bij intermenselijk contact gaat het bij geloofszaken om respect, dat wil zeggen het aanhouden van de juiste afstand en juiste betrokkenheid. Wie een ander in de greep (macht) wil hebben, verliest de echte verbinding. Wat juist is wordt ingegeven door het wederzijdse belang van het individu en het geheel (god of tao of natuur enz.) en dat is dat liefde stroomt. Machtswellust blokkeert die stroom.

Tekst 67 is een centrale tekst uit de Tao Te Tjing en gaat over De drie schatten.
Wie met / naar de Tao leeft, kent allereerst diepe liefde (mededogen, medeleven, compassie, onbaatzuchtige moederliefde, zachtmoedigheid). Dit is de eerste grote schat.
De tweede schat is matigheid en de derde is bescheidenheid.

Uit De kunst van het Niets doen van Theo Fischer over een Taoïst:
In een liefdesrelatie of een huwelijk behoudt hij zijn zelfstandigheid en innerlijke vrijheid. Dat wil niet zeggen dat die vrijheid als trouweloosheid kan worden gezien – de mens in de geest van de tao is standvastig – maar het betekent dat hij de integriteit en de behoeften van zijn partner in dezelfde mate respecteert als die van hemzelf. Hij is in staat lief te hebben zonder te willen bezitten. Hij ziet zijn partner niet als privé-bezit, maar laat zichzelf evenmin op die manier inpalmen. Hij behoudt zijn zelfstandigheid en is toch tot een hoge mate van liefde in staat. Ja, liefde kan eigenlijk alleen onder deze omstandigheden gedijen.

Tenslotte een persoonlijke opmerking: ik ben geen katholiek of taoïst, ik ben het ook niet niet. Ik wil en hoef me niet meer te identificeren met de identiteiten die mij zijn aangereikt.
Ik geloof in het verschil tussen niets doen en niet doen. Mij bewust (willen) zijn van het ethische verschil tussen doen en laten in het vergroten van vrijheid voor iedereen, dat is wat mij fascineert.

Wie meer wil lezen over de tao en alternatieve manieren om te kijken naar religie, klik op de links in dit artikel of op de labels onderaan.

11 maart 2018

Drang tot perfectie maakt meer kapot dan je liefhebt

Wie niet kan leven met de eigen imperfectie leidt een voortdurende pijn tijdens de zoektocht naar meer perfectie en minder fouten. Dit gegeven is verweven in veel mythologieën. In het paradijsverhaal kan Eva de verlokking niet weerstaan om de appel die leidt tot kennis van goed en kwaad. In de Griekse sagen van het ontstaan van goden en de mens is de verleiding de doos van Pandora, een vrouw begiftigd alle ideale menselijke gaven. Door haar nieuwsgierigheid ontsnapten de geesten van alle onheil en bleef slechts hoop achter.
In zijn nieuwe boek beschrijft Stephen Fry dit proces van creatie van en door nieuwe goden dat we op dit punt in de tijd lijken te herhalen. We zijn bezig kunstmatige intelligentie te construeren en gieten het in een vorm die ons het mogelijk maakt om ernaar te kijken: software of een robot of mengvormen van mens en technologische hoogstandjes. De vraag, uitdaging en gevaar is dat we dreigen te herhalen wat ooit eerder is gebeurd, namelijk dat we iets maken wat ons gaat uitroeien.
Hij vertelt hierover in een interview met Adriaan van Dis. Treffend is de analogie van gebeurtenissen in zijn eigen leven en wat hij interpreteert in de mythologieën van het verleden en in de toekomst. Als kind al speelde hij met alles –dingen en relaties- totdat ze kapot gingen, opzettelijk of door slijtage.
Freud benoemde al de scheppingsdriften en dood(s)driften. Ook goden uit de Advaita Vedanta hebben deze tweeledige functie van maken en kapot maken.



In het interview met van Dis komen heel andere aspecten naar voren dat de uitgever op de flap van het boek plaatst:
Losbandigheid, lust en liefde, moord en doodslag, triomfen en tragedies; de Griekse mythen en sagen zijn wilder en woester dan het leven zelf. Deze verhalen bieden alles wat een lezer zich kan wensen. De oude Grieken inspireerden onder anderen Shakespeare, Michelangelo, James Joyce en Walt Disney. In de handen van Stephen Fry komen de verhalen opnieuw tot leven. We worden verliefd op Zeus, we aanschouwen de geboorte van Athena, we zien hoe Kronos en Gaia wraak nemen op Ouranos, we huilen met koning Midas en we jagen met de even beeldschone als meedogenloze Artemis. Stephen Fry haalt deze verhalen op uit de oudheid en geeft ze hun welverdiende plek in onze moderne tijd.

31 december 2017

Geloofsbelijdenis voor een liefdevolle paradox

Een atheïst gelooft. Hij gelooft dat God niet bestaat. Daar is hij zeker van. Hij heeft misschien geen ongelijk, maar heeft hij wel geduld?

Een agnost vindt dat hij niet kan weten of God wel of niet bestaat. Er zijn ook agnosten die een stap verder gaan en vinden dat niemand kan weten of God wel of niet bestaat. Die mensen zitten in een paradox, want om te kunnen weten dat je niet kunt weten of God wel of niet bestaat, moet je toch de mogelijkheid van het bestaan van God veronderstellen. Want wanneer je helemaal niets kan weten over God dan kan je ook werkelijk niets zeggen over het bestaan van God.

Ik ben zo’n agnost die gelooft dat niemand het laatste woord heeft over het bestaan van God. Ik vermoed dat God het universum zo slim in elkaar heeft gezet dat iedereen het bewijs van het bestaan van God kan zien en niemand het kan bewijzen. Iedereen is ook vrij om dit te ontkennen en er zich niets van aan te trekken.  Daarmee is in principe ook liefde, vrijheid en evenwaardigheid gecreëerd. Het verklaart ook waarom er tegelijk in een God kan worden geloofd en onrecht kan worden ervaren. Ik ervaar en zie geen tegenspraak, maar een liefdevolle paradox. Ik erken ook dat ik daarvoor geen enkel bewijs heb en geloof dat niemand een sluitend tegenbewijs kan leveren.

Ik geloof in een God die zowel permanent zichtbaar als onzichtbaar is. Hoe meer bewijs je zoekt en probeert aan te dragen hoe meer je weerstand oproept bij anderen. God wordt daarmee per definitie uit beeld verdrongen bij hen die vechten om de waarheid. Wie slechts zoekt naar het opruimen van onwaarheden in zichzelf, die draagt voor mij bij aan het uitdrukken van vrijheid en liefde, ondanks hun principiële ongrijpbaarheid.

Ik geloof in een God die geen haast heeft, die niet zozeer zes dagen over de Schepping heeft gedaan maar zes overgangen heeft geschapen die het leven zoals wij dat nu ervaren mogelijk maakt. Het leeuwendeel hebben we al gehad en mogelijk gaan we nog een deel meemaken. Dat is voor mij evolutie. Van bewustzijn naar energie naar materie naar leven naar samenwerking naar samenleving naar hogere organisatievorm. In dat nog steeds voortgaande proces worden kwaliteiten als schoonheid, liefde en vrijheid gerealiseerd, tegelijk ongrijpbaar en voor iedereen beschikbaar. Dit proces kunnen wij mensen verder helpen ontwikkelen of verstoren en dan valt het leven terug naar een lager niveau zonder mensen en wordt het proces weer opnieuw opgepakt en opgezet zonder haast.

Elk levend wezen mag er zijn en proberen bij te dragen aan de evolutie. Er is geen moeten, want er is in principe vrijheid en liefde beschikbaar voor iedereen. Aan het evenredig verdelen en bewaken voor iedereen, mens en dier, moeten we nog (verder) werken.

18 december 2017

Beleef je bestaan als eenheid

Wanneer ons bewustzijn eeuwig en eindeloos is, is er niets wat we niet zijn. Wie gezond is, voelt zich heel. Het is dan gemakkelijk om van jezelf te houden. Wie zichzelf goed kent en accepteert, herkent ook zichzelf in de ander. Het is dan een kleine stap om je één en heel met die ander te voelen of zelfs met alles wat leeft. Hoe gaat dat proces van zelfrealisatie? Word je er wijzer van door je één te (willen) voelen met een ander? Kun je je overgeven en je wil laten afhangen van een groter geheel?

Beren Hanson schreef een trilogie waarvan het eerste deel getiteld is De mystiek van Direct Healing, beleef je bestaan als eenheid. Realiseer je liefde in jezelf. Het tweede deel heeft als titel Realiseer je liefde in de ander en het derde deel de titel Realiseer je heelheid met elkaar. Die latere delen zijn al geschreven, vandaar dat de hoofdstukken daaruit ook al vermeld staan in het eerste deel.
Het moge duidelijk zijn dat de trilogie gaat over eenheid, heelheid, liefde en vriendschap (philia: samenleven met verwanten en vrienden). Uit de geschiedenis van de mensheid en uit vele culturen worden daarvan voorbeelden genoemd.

Vraag aan Beren:
Uit welke culturen zijn er in het boek voorbeelden van het denken in eenheid verwerkt?

Een belangrijke rol speelt het Hindoeïsme. Die kent de drie guna’s: tamas, rajas, sattva. In hun kijk op het bovennatuurlijke en het hogere Zelf onderscheiden zij Brahman en Atman. Uit de Chinese filosofie haal ik het Taoïsme aan met Yin en Yang en wei wu wei, handelen door niet te handelen. Uit Japan komt Zen. Uit Tibet Tantra. Uit Afrika Ubuntu. De term gnosis komt uit hermetisme, de gnostiek en het manicheïsme. De Aboriginals kennen de droomtijd en in Mexico kent men Teotihuacán, de stad ‘waar mensen goden worden’. Voor hen bestaan er twee werkelijkheden, de alledaagse werkelijkheid (Tonal) en de niet-alledaagse werkelijkheid (Nagual).
Tot zover zijn antwoord.

Spiritueel bewustzijn draait om voortdurende overgave aan iets hogers. Aan wat precies, dat kan en wil Beren Hanson niet aanduiden ("neti neti", "niet dit, niet dat"). Iets een naam geven verstoort de werkelijkheid van het één geheel vormen met alles. Hij gebruikt alle namen en aanduidingen die in de diverse culturen voor het ervaren van eenheid worden gebruikt en plaatst ze aan het eind van het boek in een uitklapbaar schema, zodat de lezer al lezend overzicht kan houden op de parallellen.
De eerste stap naar spiritueel bewustzijn is voor Hanson een ondubbelzinnig, direct en zuiver beroep op de innerlijke Ontstaansbron in je bewustzijn; in het christendom De Vader of God genoemd.

Een citaat:
Als je deze ‘instantie’ liever een andere naam geeft, dan kan dat natuurlijk net zo goed. ‘Het beestje’ moet nu eenmaal een naam hebben om er met elkaar over te kunnen spreken. Je kunt je meditaties, gebeden, affirmaties of mantra’s ook richten: aan Allah, of aan ‘Het Bestaan waar jij als individu één mee bent’. Maar ook aan Het Hogere Zelf, de Macrokosmos, De Grote Geest; waar jij als je lager zelf, microkosmos of kleine mensengeest rechtstreeks toegang toe hebt, omdat je daar nu eenmaal één mee bent. Je maakt er dus niet zozeer onlosmakelijk deel vanuit, maar je bent er volledig één mee; je bent het helemaal zèlf.

Je bent zèlf dit bestaansaspect wat alles in zich bevat (immanent) en tegelijkertijd alles te bóven gaat (transcendent). Je bent als mens geen verzameling niet met elkaar verbonden, beperkte functies, maar een organisme en dat laatste gaat ver boven al die afzonderlijke functies uit. Het kwantificerende van de verzamelingenleer gaat hier niet op. Immers: het geheel is oneindig veel méér dan de som der delen. Hoe dat kan, is in onze vooral kwantitatief denkende cultuur, meestal volstrekt onbegrijpelijk. Maar het móét logisch wel zo zijn, want als jij als druppel ‘oceáánwater’ bent, dan omvat je ‘de kwaliteit oceaan’ óók in jezelf. Immers: zonder die oceaan ontbreekt je bestaansrecht en bestaanswijze als oceaanwater. Het kan niet anders zijn, dan dat dat kwantitatieve, kwalitatief gezien, de beperking overstijgt, omdat je nu eenmaal beide, noodzákelijk, zowel kwantiteit als kwaliteit, bènt.
Tot zover dit citaat.

Nog een citaat:
Met je bewustzijn van liefde, blijf je je hele leven bezig. Het doet er niets toe hoe ver je er van nature al in gevorderd was, want je kunt er altijd verder in komen. Het materiaal is altijd voorhanden: je bènt namelijk zelf die eenheid in liefde; féitelijk. Je kunt wat dat betreft altijd door je bewustzijn meer meesterschap over jezelf verwerven. Dan gaat het niet om ‘controle uitoefenen’, maar om Meester ZIJN: “Door je heen je natuur De Meester te laten zijn”, (ofwel zelfrealisatie, want dat is m.i. hetzelfde).
Het is echter maar heel soms, of slechts betrekkelijk korte periodes dat de ontwikkeling van deze praktische discipline van De Liefde ook op een prozaïsche manier verloopt, zeker zoals ik hier de indrukwekkende resultaten ervan beschrijf. Zodra je over de extatische top van je ervaring heen bent (peak-experience), is het namelijk vooral een kwestie van volhouden, van héél hard werken en vaak ook van puur ‘àfzien’, om in het jargon van de wielersport te spreken. Zolang je nog niet weet hoe ‘overgave’ in elkaar zit, is een vaak bijna mechanische inspanning noodzakelijk om steeds weer opnieuw bij Je Liefde uit te komen.
Tot zover dit citaat.

26 september 2017

De boodschap van een succesvolle grappenmaker

Jim Carrey wilde als kind al komiek worden. Zijn moeder was depressief en hij probeerde haar op te beuren. Toen Jim een boek las over spiritualiteit en iemands taak in het leven, herkende hij daarin zijn wens om zorgen bij anderen weg te nemen. Zijn vader had dezelfde ambitie, maar koos voor een carrière als boekhouder. Hij verloor die baan en moest in relatieve armoede verder leven. Jim besloot voor zichzelf dat wanneer hij zou falen hij toch liever eerst geprobeerd had het werk te doen waar hij van hield en dat was grappen maken.
Geld verdienen en grappig zijn tekenden zijn jeugd. Op de middelbare school mocht hij elke dag aan het eind van de lessen tien minuten optreden, op voorwaarde dat hij de rest van de dag zijn gemak hield. Na de lessen werkt hij in een fabriek om het gezin te helpen onderhouden.
Op zijn zestiende stopte Jim met school en vertrok naar Hollywood. Hij speelde in clubs, werd ontdekt en speelde in series, komische en serieuze films. Hij heeft van alle bekendheden de meeste MTV Awards gewonnen.

Het thema “wie ben je en waar moet je zorgen over maken” zou je een telkens terugkerend thema in zijn werk kunnen noemen. Hij verdiepte zich zo zeer in de karakters die hij moest uitbeelden dat hij zich maanden lang gedroeg als zijn filmpersonage. De Truman Show gaat over een persoon die er pas laat achter komt dat zijn hele leven op een filmset afspeelt en dat zijn hele omgeving hem daarover in onwetendheid heeft gehouden. In The Mask maakt het masker mogelijk waar hij altijd over droomde maar zonder masker niet durft. In Bruce Almighty mag hij voor God spelen. In Liar liar kan hij als advocaat niet liegen. In 2014 haalt hij een graad aan de Maharishi Universiteit in IOWA. Hij heeft zowel de Canadese als Amerikaanse nationaliteit.
In de interviews die hij met bekende TV persoonlijkheden houdt, domineert en regisseert hij het gesprek en het publiek met zijn van te voren ingestudeerde grappen.
Ook het drama van depressie tekent zijn leven. Niet alleen zijn moeder was het, zelf gebruikte hij een tijdje Prozac en zijn ex-vrouw stapte uit het leven.
Kortom, Jim Carrey heeft zijn hele leven geworsteld met succes, talent, geld, geluk en humor. Zijn aanbeveling aan anderen is om het universum te vragen wat je wilt onder het motto “niet geschoten is altijd mis”. Dat je daarnaast hard moet werken, zegt hij er niet bij waardoor het soms lijkt of het hem allemaal aan komt waaien. Hij is wars van conventies, maar achter de schermen zeer gedisciplineerd. Terwijl hij alle aandacht naar zich toe trekt, gaat zijn humor niet ten koste van anderen. Hij lijkt ongrijpbaar. Of je zijn bekkentrekken leuk vindt, blijft natuurlijk een kwestie van smaak. Hij wil allereerst ontregelen.

Heeft Jim Carrey een spirituele boodschap? Tijdens interviews zegt hij “we zijn een gigantisch veld van energie, dansend voor zichzelf”. “We bestaan niet echt en zijn tetrahedrons dansend rond elkaar”. “We moeten het niet zo persoonlijk nemen en het is allemaal hier voor ons om van te genieten” “Er is geen ik, het gebeurt”. “We gaan nergens heen”. “Wanneer je het allemaal doorhebt, verdwijnt de druk op jezelf en kun je gaan genieten”.
De kracht van wat hij zegt is dat het in lijn is wat al eerder door geleerden en mystici is gezegd en dat iedereen het kan oppakken op de manier die bij hem en haar past. Het past bij zijn al vroeg in zijn leven zelf opgepakte taak dat hij anderen wil duidelijk maken dat zij zich niet al te veel zorgen moeten maken.
Mensen die van stijldansen houden, herkennen wat hij zegt “we dansen samen en gaan nergens heen”.

22 september 2017

De Bhagavad Gita in kort bestek

Bhagavad Gita betekent het lied van de Heer en is het hoofdwerk van de spirituele literatuur van het hindoeïsme, onderdeel van het epos Mahabharata.
In het epos legt Heer Krishna aan krijger Arjuna uit hoe met zelfkennis in vrijheid te leven.
Arjuna vraagt zich af of hij moet vechten of zich moet terugtrekken, of hij wel of niet moet handelen. Krishna vindt dat te kort door de bocht en legt uit dat hij twee zaken in het oog moet houden.
1. De mens wikt, God beschikt. Arjuna mag kiezen hoe te handelen, maar moet zich neer leggen (waarde 15, zie onder) dat het resultaat wordt bepaald door Īśvara (God, Saguna Brahma). Īśvara is de directe en materiële oorzaak van het universum. Wanneer de mens zijn handelingen opdraagt aan God is hij voor altijd vrij van handelingen, omdat hij dan één is met God.
2. Bij het verwerven van kennis hoe en wanneer wel of niet te handelen dient hij zich bewust te zijn van een twintigtal waarden.

Deze waarden (deugden) zijn:
1. Afwezigheid van trots
2. Afwezigheid van pretentie
3. Niet kwetsen
4. Aanpassing
5. Oprechtheid
6. Dienstbaarheid aan de leraar
7. Zuiverheid
8. Standvastigheid
9. Zelfbeheersing
10. Objectiviteit tegenover zintuiglijke objecten
11. Afwezigheid van egoïsme
12. Bewust zijn van de problemen van geboorte, dood, ouderdom, ziekte en verdriet
13. Vrijheid van eigenaarschap
14. Zonder gehechtheid zorgen voor zoon, vrouw, huis, enz.
15. Gelijkmoedigheid bij het ontmoeten van het gewenste en ongewenste
16. Devotie voor de Heer
17. Je toevlucht nemen tot een stille plek
18. Afwezigheid van hunkering naar gezelschap
19. Onophoudelijke studie van de geschriften die zelfkennis geven
20. Het zien van de waarheid van het zelf

‘Je hebt alleen recht op het handelen,
nooit op de vruchten ervan.
Laat de vruchten van je handelingen niet je drijfveer zijn,
maar wees ook niet gehecht aan niet-handelen.’
Bhagavad Gita (II,47)

‘Zoals de onwetende handelt uit gehechtheid aan handelen,
o Bharata (held), zo dient de wijze te handelen zonder gehechtheid,
het welzijn van de wereld verlangend.’
Bhagavad Gita (III, 25)

Swami Dayananda schrijft:



De aanbeveling als antwoord op de vraag 'wanneer wel en wanneer niet te handelen' doet denken aan het taoïstische woord wu wei: doen door niet te doen.
Krishna: degene die niet-handelen in handelen ziet, en handelen in niet-handelen is een wijze onder de mensen; hij is een yogi, iemand die alles heeft bereikt wat bereikt moet worden.

Over vrijheid spreekt Paramahansa Yogananda in zijn commentaar op de Bhaghavat Gita (met dank aan Tegenwicht.org):
"Elk individu handelt gedeeltelijk op grond van vrije keuze en gedeeltelijk op grond van vroegere neigingen. [Deze hebben] de vorm aangenomen van [..] vooroordelen die de macht van de vrije wil aantasten."
"De externe stimuli van de dagelijkse gebeurtenissen in iemands leven roepen in het onbewuste heel gemakkelijk deze oude reactiepatronen op, goede en slechte."
"De aan zintuigelijke indrukken verslaafde mens laat zich grotendeels leiden door gewoonten die in het verleden zijn aangeleerd: zijn vrije wil is zwak.
Een spiritueel mens echter heeft zijn vrije wil van die banden losgemaakt en heeft zodoende zichzelf bevrijd [...]."
"De spirituele mens waakt daarover [...]."
"Een vrije wil vibreert in harmonie met de eeuwigheid. Dan is de wil van de mens gelijk aan de wil van God."

Zie ook de Diamantsoetra.

14 september 2017

Theoloog die van zijn geloof viel

In het magazine Volzin wordt het overlijden herdacht van theoloog Harry Kuitert (1924-2017): ‘Nee, nee, nee, ik geloof niet in God’.

Een paar citaten:
Theologie levert kennis op over ‘een wezen genaamd God’. Zó hebben de godgeleerden het de eeuwen door gezien. En zo zien de meesten van hen het nog steeds. Maar die gedachte klopt niet, zegt Kuitert. “Alle spreken over Boven komt van Beneden, ook de uitspraak dat het van Boven komt”, aldus de beroemde oneliner waarmee hij reeds jaren terug de centrale idee achter zijn visie op de christelijke geloofsuitspraken verwoordde. Nu trekt hij de consequentie voor de theologie: die levert geen kennis op over God als ware God een realiteit buiten ons, maar informeert over wat mensen over zichzelf denken en zeggen wanneer ze over God spreken.
Nog zo’n stelling waarover de theologen het altijd eens zijn geweest: “Kennis gaat over wat bestaat, anders noemen we het fictie.” Dus meenden ze dat God bestond, want ze hadden er kennis van. Kuitert kwam een tijd geleden al tot precies de tegenovergestelde gevolgtrekking: ‘God is niet van kennis, maar van verbeelding.’
“God is een gedachte van mensen.” Met dit inzicht bevrijdde Nederlands best verkopende en meest omstreden theoloog Harry Kuitert zichzelf van “een hoop trammelant en gespletenheid”, zo zei hij in 2011 in Volzin. Het geloof in hemel en hiernamaals had de toen 86-jarige godgeleerde verlaten.
Tot zover Volzin.

Kuitert heeft veel boeken geschreven over zijn veranderende inzichten in religie. Vlak na de watersnoodramp in 1953 in Zeeland werd hij daar predikant. Hij kon het zien van veel onrecht en rampen op de wereld niet verenigen met het bestaan van een God. Dit was de start van zijn twijfel die uitmondde in steeds meer afstand van het beeld dat mensen van God schetsten en dat uiteindelijk ertoe leidde dat hij van zijn geloof in God viel.

Er zijn een tweetal overwegingen die ingaan tegen de conclusie van Kuitert dat God niet bestaat.
1. Van God en de menselijke ziel wordt gezegd dat deze afzijdig en zonder oordeel afwachten tot zij worden erkend en ingeroepen.
2. God kun je niet alleen zien als bron van liefde, maar ook van vrijheid. Zonder liefde geen vrijheid en zonder vrijheid geen liefde. De mens (en ook een dier) is niet werkelijk vrij wanneer dat niet samengaat met het bestaan van onrecht, pijn en overige ellende.

Veel mensen zouden vrijheid willen inruilen wanneer dat onrecht of onveiligheid zou voorkomen. Maar tegelijk ontneemt het dan onze eigen verantwoordelijkheid in het voorkomen daarvan. Je kunt je lot in God's handen leggen, maar voor je handelen ben je altijd verantwoordelijk.

Het wel of niet bestaan van God gaat onze voorstellingsvermogen te boven. Je kunt daarom –gek genoeg- stellen dat Kuitert ook gelijk had in zijn opvatting dat God niet bestaat.
De apofatische theologie, tenslotte, beweert dat we God het beste bereiken langs de weg van negatie en ontkenning van alle positieve beweringen over hem. God overtreft namelijk onze gedachten, voorstellingen en taal zozeer, dat we hoogstens kunnen zeggen wat hij niet is; pogingen om te zeggen wat hij is kunnen leiden tot het scheppen van afgoden.
Wat meer zin heeft is om te leven naar de intentie van het universum. Hoe wij die bedoeling inschatten zou uiteraard ten alle tijden kritisch bezien moeten worden. Zolang onze visie leidt tot een positieve intentie naar de wereld is niemand van God los.


19 juni 2017

Rigoureuze mystiek

Meister Eckhart leefde in de late Middeleeuwen. Hij was voor het Vaticaan een omstreden mysticus, omdat zijn ideeën weliswaar simpel waren, maar ook zeer radicaal.
Door de eeuwen heen heeft Eckhart als Dominicaanse priester altijd een tegenwicht gevormd tegen religieuze instituties die haar volgelingen onwetend en afhankelijk wilden laten zijn.
In een preek beantwoordde hij deze vraag:

Hoe moet ik God liefhebben?
Je moet Hem liefhebben zoals Hij is: een niet-god, een niet-geest, een niet-persoon, een niet-beeld, verder: zoals Hij is een puur, rein, louter Een, afgezonderd van alle tweeheid, en in dat Ene moeten wij eeuwig verzinken van iets tot niets.


Deze manier van spreken was gebruikelijk in de Joodse en Griekse apofatische theologie. Het Griekse woord apofasis betekent letterlijk ‘weg van de spraak’. Volgens de negatieve theologie is God dan ook zó verheven, dat je hem nooit kunt benoemen. Hij vormt het ultieme mysterie waarop al onze ideeën en voorstellingen afketsen. Of, zoals Eckhart het kort en krachtig in een Latijnse preek zegt: “God is voor ons onbenoembaar vanwege de onbegrensdheid van alle zijn in Hem. Al onze begrippen en namen drukken echter iets uit wat begrensd is. Op die manier kunnen we met ons verstand nooit beredeneren wie of wat God is.

Ook in de Advaita Vedanta uit het Hindoeïsme is deze manier van toepassen van de ontkenning om ongrijpbare concepten te benaderen gebruikelijk. Advaita betekent “niet-twee” om de eenheid (non-dualiteit) van alles te benoemen. Neti, neti, niet dit, niet dit. Wanneer de voorbeelden slim gekozen worden, wordt daarmee het ongrijpbare inzichtelijk gemaakt.

Spiritueel coach Hans Laurentius gebruikt de aanbeveling om tot de waarheid omtrent je ware aard te komen, door een rigoureus zelfonderzoek. De waarheid ontdekken en het pad naar zelfrealisatie wordt dan “als het ware” stap voor stap af te leggen wat je niet bent en wilt zijn.
Dit is een kwestie van inspanning en genade en een moment van compleet loslaten is uiteindelijk onontkoombaar. Eckhart belooft een totale bevrijding.
In het “niet-kennende kennen,” waarbij Eckhart steeds weer ons hele heil in het niet-kennen, niet-weten stelt, wordt de kennis van God een gebeuren van het moment, een “vonkje,” waarin kenner en gekende in een heilige, geheelde geest steeds weer tot één geheel versmelten.

In De vreugde van verlichting schrijft Laurentius "wie God ontdekt, wordt vertrouwen, het is niet een kwaliteit waarover je als individu beschikt; het is (een aspect of karakteristiek van) je aard, het is een deel van wat je bent. Het dualisme verdwijnt en er is niet meer iemand die op God zit te vertrouwen, maar God manifesteert zichzelf als het ware als vertrouwen."

En zo wordt het ongrijpbare hanteerbaar en blijft het altijd levend. Dit geldt niet alleen voor God, maar ook voor liefde, vrijheid en respect.

Lessen voor onze tijd?
"in dat Ene moeten wij eeuwig verzinken van iets tot niets". Anders dan in de middeleeuwen trekken mensen zich voor contemplatie niet meer (lange tijd) terug uit het gewone leven. De geschiedenis maakt tevens steeds meer een einde aan ongelijkheid tussen mensen. Niemand staat in waarde of grondrechten boven de ander, maar we zijn wel steeds (meer) bezig onszelf met anderen te vergelijken. Wij kunnen de uitdaging van Eckhart om te verzinken van iets tot niets oppakken door ons als gelijke van andere mensen en zelfs van dieren te gedragen. Dat heeft positieve gevolgen voor het welbevinden van alle levende wezens op aarde.
Eckhart pleitte ook om van God geen voorstelling te maken. Tegenwoordig wordt "een hoger wezen" aangeduid met de meest uiteenlopende namen: Natuur, Alles, Niets, Leegte, Tao, JHWH. Zou het even serieus nemen in alle eenvoud van deze aanduidingen, met geduld en mededogen, niet een mooie toepassing opleveren van 'Uw wil geschiede"?

Het begrip Gelassenheit lijkt op wu wei, het loslaten van de eigenwilligheid, zodat een leeg gemoed ontstaat, een ontvangstruimte voor God.

Heel praktische aanwijzingen rondom de mystiek van Meister Eckhart en het pad naar verlichting geeft auteur C.B. Zuijderhoudt.

Een citaat over gelatenheid.

In het dagelijks leven moet men zich regelmatig doen gelden om te kunnen functioneren. En dan wil dat zomaar niet direct, dat elimineren van de eigen persoon. Daartoe is een morele attitude, een geesteshouding nodig, die dat helpt te bewerkstelligen. Die geesteshouding zou men kunnen omschrijven als gelatenheid. Dat is niet zoiets als de staart tussen de benen. Het is meer de houding die voorkomt uit een overtuigd: 'Uw wil geschiede'. En dan niet zozeer als kritiekloze gehoorzaamheid aan veronderstelde of gefantaseerde goddelijke wensen, maar als een uitnodigend aanvaarden van wat het leven brengt. Als het van binnenuit 'akkoord' zeggen tegen de natuurlijke gang van het bestaan. Waar de mens geen persoon meer is en zich herkend heeft als uitsluitend bewustzijn, is daar ook geen wil meer. Want met die persoon verdwijnt de persoonlijke wil. 'Uw wil geschiede' is in dat geval dan ook een moeiteloze aangelegenheid zonder strijd. En dat verschaft vrijheid.



Vetgedrukt hierboven worden de "drie schatten" genoemd. Eenvoud, geduld en mededogen vormen de toegang tot tao. Keer terug tot de bron. Jezelf kennen is de meest grootse expressie van het leven. Je weg naar huis vinden is een grootse reis. Reis met geduld, ga langzaam en geniet van elke stap. Blijf aanwezig in het moment en je zult vinden wat je zoekt. Laat je leiden door mededogen. Je hart heeft de weg altijd gekend.

20 januari 2017

Diepte zien in de werkelijkheid

Er is meer tussen hemel en aarde, maar kun je dat ook waarnemen?
Als neutraal monist ga ik er vanuit dat de wereld naast lichaam en geest zich in nog meer manieren aan ons kan manifesteren. Wetenschappelijk bewijs daarvoor is dun, maar in dit artikel gaat het meer om wat je er mee zou kunnen. Voorzichtigheid blijft geboden.
Sommige "geesten" accepteren alleen tastbare zaken, zij willen niets anders zien dan de materiële wereld. Het zijn als het ware fysische monisten. Ruimdenkende geesten zijn er in allerlei soorten en maten, nuchter en zwevend. De meest lichtvoetige denkers zijn bereid om tot zeven lagen te zien in de werkelijkheid.
Over (on)sterfelijkheid van de niet materiële lagen en hoe het "technisch" werkt wordt geen uitspraak gedaan. De veronderstelde functie is verbinding met bronnen van informatie, wijsheid en kennis, zoals Akasha-veld, het morfogenetische veld, nulpuntenergieveld, collectief onbewuste, Meer aller Möglichkeiten, e.d..

Uit het eerste van een viertal interviews door Patrick Kicken met Frans Langenkamp.




De bron van ons ik-besef is het ware zelf, dat zich uitdrukt in 7 lichamen, aldus Langenkamp. Iets eenvoudiger ingedeeld is de indeling in 3 niveaus: lichaam, geest en ziel oftewel materie, energie en bewustzijn. Alle onderdelen vormen één geheel. Je bent (bewustzijn) en je hebt zeven lichamen.

           Lichaam
  1. Het grofstoffelijk lichaam, het aardse lichaam, is gemaakt van gewone materie. We hebben dat lichaam, maar zijn het niet. “Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren” vertaalt Langenkamp als “Stof is het lichaam en tot stof zal het wederkeren en gij zijt onsterfelijk bewustzijn”.
  2. Het fijnstoffelijke lichaam of vitaliteitslichaam (etherisch) omhult het vlees-hemd (Gothisch: 'lic-hamo’). De fijnstoffelijke levenskracht (prana of ki/chi) doordringt het lichaam

    Geest
  3. Het emotionele lichaam (astraal), daar waar gevoelens en emoties leven.
  4. Het mentale lichaam, de gedachtewereld (mind, manas) die ook gevoelens oproept en onze vitaliteit beïnvloedt.

    Ziel
    onderverdeeld in 3 “licht of subtiele” lichamen:
  5. Wijsheidslichaam, het kennis of weten-lichaam
  6. Ego-lichaam met ik-besef (identiteit, relatieve persoonlijkheid)
  7. Gelukzaligheid lichaam ("de zevende hemel")

In tabel gezet en geleend (aangepast) van zijn site (selfrealisation.net):


LichaamChakraErvaringElementZintuig

Fysiek lichaamWortel chakraIk beweegAardeReuk

Etherisch lichaamHeiligbeen chakraIk ben vitaalWaterSmaak

Astraal lichaamNavel chakraIk voelVuurGezicht

Mentaal lichaamHart chakraIk denkLuchtTast

WijsheidslichaamKeel chakraIk weetRuimteGehoor
Sat

Ego lichaamVoorhoofd chakraIk besefManasIntuïtie
Chit

GelukslichaamKruin chakraIk benZijnBewustzijn
Ananda

In een interview met het Boeddhistisch Dagblad zegt hij:
Bewustzijn doet zich voor in drie aggregatie toestanden:
1. Bewustzijn in zijn zuivere vorm is het absolute gelukzaligheid bewustzijn, dat in de vedische wetenschappen Sat Chit Ananda, genoemd wordt; de essentie van al wat is, was en zijn zal. Deze essentie van het bestaan noem ik graag ‘het ABC des levens’ – afgeleid van ‘Absolute Bliss Consciousness’.
2. Bewustzijn in beweging – in vibratie – is energie.
3. Bewustzijn dat een vorm heeft aangenomen is materie.

Zijn, bewustzijn, en gelukzaligheid: Sat Chit Ananda, worden als een bij elkaar horend geheel ervaren en niet als afzonderlijke eigenschappen van het Zelf. 
Alles wat we doen of laten is om ons (weer) gelukkig te voelen, om meer voldoening te ervaren. Je hebt daarvoor contact met jezelf (Ware of Hogere Zelf) nodig. "Voorbij het ego, daar is het Zelf".
Het geluk wil zich manifesteren, wil gedeeld worden in de vorm van liefde.
Het is het bewustzijn dat waarneemt door middel van de zintuigen en wordt geholpen door de hersenen. Op het niveau van bewustzijn (onze essentie) zijn alle mensen (individuen) weer één. Bewustzijn is datgene wat zichzelf kent.
Tot zover een transcriptie van het interview.

Langenkamp noemt naast intuïtie ook bewustzijn als zintuig, -begrijpelijk- want beide leveren input op voor de hersenen. Waar mensen het hart associëren met voelen, plaatst hij de 'ervaring' "ik denk". Het onderscheid tussen de rijen is geen grens, zoals ook de lichamen niet werkelijk te onderscheiden zijn.

Wat heb je aan de visie over zeven lichamen?
Volgens Frans Langenkamp en de Advaita Vedanta, die hij heeft bestudeerd, is het goddelijke bewustzijn eeuwig(durend). Het is. Het was er al 14 miljard jaren geleden ten tijde van de Big Bang. Direct na deze explosie is energie ontstaan en die is 4,5 miljard jaren geleden gematerialiseerd tot de aarde en vervolgens tot leven. Of het leven bij toeval ontstond of het gevolg is van een goddelijke vonk is eigenlijk voor ons nu niet zo relevant, wel interessant.
De subtiele lichamen verklaren paranormale verschijnselen als onsterfelijke “levensvormen” na de dood en bijna-dood-ervaringen. Je hebt deze inzichten voor het gewone leven niet echt nodig. In die zin is het monisme van de non-dualiteit –dat alles één is- evenwaardig aan het fysisch monisme, dat alleen de aardse materiële werkelijkheid aanvaardt. Het non-duaal bewustzijn is alles omvattend. Bewustzijn is de essentie van onze ziel; bewustzijn is ons ware zelf en onze gemeenschappelijke essentie.
Wat deze visie voor mij verheldert is de uitspraak “vanuit het hart leven”. Dit zinnetje wordt vaak door vrouwen aan mannen gezegd omdat zij weg willen van de cerebrale benadering. In het schema van Langenkamp kun je “vanuit het hart leven” zien als het gelijk wegen van verstand, gevoel en intuïtie. Je kunt je op alle zeven lichamelijk niveaus tegelijk en vrij bewegen en je hoeft om gelukkig te zijn geen andere moeite te doen dan blokkades weg te nemen.
Wie deze weg volgt, zal er alleen beter van worden, wanneer hij bereid is tot radicale evenwaardigheid, door alles en iedereen open en zonder oordeel tegemoet te treden.

Alle zeven lichamen zijn in beweging of ontwikkeling en de aard van haar (on)vergankelijkheid verschilt.  Een deel van die ontwikkeling kunnen we ervaren, maar we moeten ons erbij neerleggen dat er ongrijpbare elementen overblijven die we alleen kunnen beleven wanneer we ze loslaten.
Er is in de vorm van chakra’s; meridianen (nadi’s); aura’s; yin en yang; hartcoherentie; hersengolfcoherentie; en het hara punt onderlinge samenwerking.

Tot zover Frans Langenkamp.
Michiel Koperdraat heeft ook de Vedische filosofie bestudeerd en onderscheidt naast de 5 zintuigen nog 10 organen van de geest, die hij subtiele, vitale organen noemt. Met deze aangeboren organen kunnen we na zuivering (van wat ons ten onrechte is aangeleerd) onze essentie weer herinneren en eenheid ervaren. Deze organen worden in het Sanskriet aangeduid met bijvoorbeeld Manas (actieve werkgeest), Citta (geheugen) en Buddhi (onderscheidingvermogen).

Deepak Chopra onderscheidt een wel (individueel) en niet plaatsgebonden geest.
“Door zijn aard maakt de plaatsgebonden geest voortdurend onderscheid tussen ons en de rest van de schepping. De niet-plaatsgebonden geest – het universele bewustzijn - daarentegen is zuiver ziel, zuiver geest. Hij opereert buiten de begrenzingen van de normale tijd-ruimtelijkheid, is de ordende en verbindende kracht in het universum en kent geen beperkingen in ruimte en tijd. Door zijn aard verbindt de niet-plaatsgebonden geest alle dingen – omdat het alle dingen is. Hij vraagt niet om aandacht, energie of goedkeuring, is inherent één en trekt daarom liefde en acceptatie aan. Hij is immanent creatief, vormt de oerbron van alle creativiteit.”

Jan Geurtz schrijft in zijn boek "Verslaafd aan denken. De weg naar verlichting en levensgeluk" over bewustzijn en materie dat het twee verschillende verschijningsvormen zijn van een derde, onderliggende werkelijkheid.  We hebben de neiging om de twee als gescheiden en onafhankelijke entiteiten te zien. Op het allerdiepste niveau is de werkelijkheid bestaande uit abstracte, maar levende potentialiteit en vormt het de bron van alles.
We kunnen het bestaan daarvan slechts benaderen door te omschrijven wat ze niet is (via negativa) en via analogieën en symbolen. We kunnen proberen het rechtstreeks te ervaren en dan geldt het vooral voor onszelf als bewijs. De werkelijkheid is noch objectief en werkelijk bestaand, noch subjectief en niet-bestaand. Ze kan niet logisch vastgesteld worden, noch ontkend. Zie ook bij de labels neti neti. Een fysisch monist kan hier waarschijnlijk niets mee en dat is ook niet nodig.


28 augustus 2016

Evolutie van het geloof in God

In het Oerboek van de mens wordt de evolutie van de mensheid vergeleken met de ontwikkeling van de Bijbel en het geloof in God(en).
De uitvinding van de landbouw 10.000 jaar geleden riep oplossingen (voedselzekerheid) en problemen (ziektes) op die de samenleving van jagers en verzamelaars daarvoor niet kende. De Bijbel probeert volgens de schrijvers, Carel van Schaik en Kai Michel, de gevolgen in de loop van de geschiedenis te beschrijven.
Bij het ontstaan van de landbouw ontstond bezit. Dat bezit moest worden beschermd anders haalt Jan en alleman de vruchten van jouw werk van het land. Iedereen moest dit leren (respecteren). Het had ook gevolgen voor het beeld dat mensen van God en goden had. Door de Schriftgeleerden werd dat beeld stukje bij beetje omgevormd van een veelgoderij naar een monotheïsme. Die God was oorspronkelijk niet alleen en almachtig, maar door slimme toepassing van psychologie (immuniteit voor tegenargumenten) wisten de religieuze gezaghebbers een godsbeeld te maken waarbij allerlei ellende als logische straf van een en dezelfde God werd bestempeld. De uitdaging was om de mensen niet te vervreemden van de straffende god, maar deze juist te binden doordat het welzijn van de samenleving afhankelijk werd gemaakt van voorbeeldig en volgzaam gedrag van individuen. Het is ook de ontwikkeling naar een niet meer te controleren godsbeeld dat je gelooft of niet.
Het belang van bezit en clanvorming had grote sociale gevolgen voor de positie van de vrouw en het erfrecht. Het ongelijk verdelen van taken, rechten en bezit moest een logische basis krijgen en een monotheïstische samenleving maakt dat gemakkelijker te beheersen.

Drie vormen van menselijke natuur
De schrijvers maken onderscheid tussen drie niveaus van menselijke natuur. Het is de eerste natuur, met aangeboren (buik)gevoelens, reacties en voorliefdes, die zorgt voor liefde binnen een gezin en familie en die rechtvaardigheid wil zien. Het is ook een natuur, die ons doet geloven in een bovennatuurlijke wereld van doden en geesten met wie je kunt communiceren. Wie droomt er nu niet over onsterfelijkheid?
De gewoontes die we ontwikkelen in een cultuur en proberen te bewaken en aan jongeren te leren om een samenleving leefbaar te houden noemen ze onze tweede natuur.
In de ontwikkeling van de Joodse voedselwetten waren de talrijke voorschriften ook het antwoord op de problemen die ontstonden bij het ontstaan van de nieuwe ziektes na het omschakelen naar een landbouwcultuur.
De derde natuur is een intellectuele, gericht op logica, voorspelbaarheid en controleerbaarheid. Deze natuur is alleen verstandelijk en staat daarom soms haaks op onze eerste natuur.
Mensen hebben de neiging om een eenmaal ingeslagen pad te blijven volgen. Van die neiging maakten de religieuze machthebbers gebruik om een godsbeeld te maken waarin de drie naturen maar één conclusie overliet: je kunt maar beter vertrouwen en meewerken met een God die het (uiteindelijk) goed bedoelt. Hoe onlogisch en tegenstrijdig de straffen ook soms lijken, ze droegen (verrassend?) juist bij aan het bestendigen van het geloof.

In het Oerboek worden ook twee beelden van het leven van Jezus beschreven. Het ene beeld doet recht aan de behoefte van Joodse tijdsgenoten die een Messias zochten als wereldse koning, die het volk beschermde tegen eeuwenoude vijanden. Het andere beeld is van Jezus die aan de basis stond van een christendom dat hij nooit bedoeld heeft op te richten en tot ontwikkeling kwam buiten Palestina en dus andere politieke belangen had. Het christendom bracht het Nieuwe Testament waarin volgens de schrijvers verklaard werd hoe God via Jezus mens werd en de mensheid “verlost” werd van de greep van de duivel.
Het is een van de vele voorbeelden in de religieuze geschiedenis hoe de dood een rol speelde in wat mensen wilden, maar niet mochten geloven en hoe religieuze voorgangers dat geloof probeerden bij te sturen en in te zetten voor hogere, maar ook voor eigen belangen.
Het voorlopige eindpunt van de religieuze evolutie volgens de schrijvers is een geloof waarin iedereen iets kan vinden dat recht doet aan elk van de drie menselijke naturen. De schrijvers van Het Oerboek van de mens noemen het een knappe prestatie van de schrijvers aan de Bijbel dat zij in ongeveer 1000 jaar een straffende God lieten samenvallen met een liefdevolle.

Voor mijzelf als agnost is het een zeer leesbaar boek dat voorstelbaar maakt hoe het beeld van een zichtbare schepping en evolutie kan samenvallen met een ongrijpbare schepper. Het boek behandelt inconsequenties in de Bijbel en pakt vaak gestelde vragen op als "wat was er nu zo erg aan het eten van een appel door Adam en Eva uit het paradijsverhaal"? en "hoe kan een almachtige God zoveel ellende toelaten"?

Abstracte theorie versus concrete verhalen
Terwijl je in een theorie gemakkelijker een verklaring kan behandelen, is een verhaal een vorm die breder leidt tot acceptatie of navolging.
De drang naar vrijheid is een spirituele verklaring van een universele behoefte van levende wezens. Een concept als vrijheid als schepping van het hogere (die zowel voor God zelf als de individuele mens geldt) vind ik overigens een veel logischer verklaring voor het bestaan van ellende, maar ook voor de kwaliteit van het leven. Daarvoor hoef je geen 400 pagina’s te schrijven over hoe de mensheid eeuwenlang heeft geworsteld met die inconsequenties. Dat vraagt wel een werkzame integratie van de drie naturen van de mens. Ik geef toe dat die integratie voortdurend aandacht vraagt.
Ik hoop dat dit boek mensen aan het denken zet en hen doet twijfelen die vinden dat zij door hun geloof meer (waard) zijn dan een ander, mens en dier.

20 maart 2016 was Carel van Schaik te gast in het programma Boeken van Wim Brands.

9 juli 2015

De Drie-eenheid en het slaan van een kruis

Christenen slaan een kruis na afloop van een gebed: “in de naam van de vader, de zoon en de Heilige Geest, amen”. Eerst de vingers aan het hoofd, dan aan het hart, ene schouder, andere schouder. Religie komt van “religare”, latijn voor verbinden. In het geloof wordt het hogere met het lagere verbonden en zijn mensen gelijkwaardig met elkaar. Zo kun je de verticale en horizontale lijnen verwoorden die je met een kruis slaat. Vrijheid (hoofd), gelijkheid (hart), broederschap.

Van oudsher hebben mensen in een God of goden almachtige krachten voorgesteld, die bereid waren hun te helpen om te overleven. En wanneer dat te veel gevraagd was, dan was het mooi dat er een leven na de dood in zou zitten, wanneer zij door een offer te plengen de goden gunstig zouden stemmen.

Ze waren nog wel geïnteresseerd in een Messias die hun zou bevrijden en die de dood zou overwinnen, maar de manier waarop Jezus zijn leven offerde was niet hun beeld van een Verlosser.

Jezus noemde zichzelf de zoon van God en na zijn opstanding uit de dood stortte hij de Heilige Geest uit over zijn volgelingen.

Het bestaan van deze drie goddelijke personen werd vastgelegd tijdens het concilie van Nicea in het jaar 325 door keizer Constantijn de Grote. Tot die tijd werd door christenen getwist over de goddelijke en menselijke natuur van Jezus. Jezus zou niet op één lijn mogen worden gesteld met de almachtige God.
De boodschap van Jezus was dat het Koninkrijk Gods geen wereldse heerschappij inhield waar God’s wil erkend moest worden als wet, maar dat de menselijke geest de plaats was om in de zoektocht naar waarheid God te vinden. Het is in de geest waar Jezus eeuwig leven heeft doordat mensen de liefde over generaties blijven uitdragen. Op deze wijze kan ‘God is liefde’ worden begrepen.
Niet alle mensen waren blij met de niet-politieke opvatting van Gods boodschap. Het zou betekenen dat zij van God niets hadden te verwachten bij wereldse zaken. Volgens Frédéric Lenoir heeft Judas Jezus verraden omdat hij hoopte dat Jezus na gevangenneming door de Romeinen eindelijk zijn vermogen tot het doen van wonderen zou aanwenden om de Romeinse heerschappij te overwinnen. Judas probeerde Jezus voor zijn politieke karretje te spannen.

Doordat het Romeinse rijk zich in de loop van de vierde eeuw tot het christendom bekeerde, startte een lange periode waarin staat en kerk waren vermengd en waarbij de christelijke boodschap vele malen in zijn tegendeel werd uitgelegd ten koste van ontelbare doden. Pas bij het Tweede Vaticaanse Concilie (1962-1965) deed de Kerk afstand van de wereldse macht.

Wie de ouderwetse opvatting over een heersende God aanhangt, probeert via het gebed wereldse zaken te verkrijgen. Die God is door Nietzsche dood verklaard en een dergelijke poging tot communicatie met God is zin- en vruchteloos.

In de beleving van spiritualiteit is er in de millennia een verschuiving opgetreden van een onpersoonlijke opvatting van God -die heerst- naar een persoonlijke relatie met God waarin de boodschap van Jezus om jouw naaste lief te hebben wordt gedeeld. Wie leeft volgens de leer van Jezus vraagt in gebed steun voor het vergroten van zijn vermogen tot geduld, liefde en compassie en voor het niet-oordelen over de ander. Het is geen volgen van wetten, maar leven in de geest van Jezus om zonder oordeel lief te hebben. De ander mag zijn wie hij is zonder zich te hoeven te bewijzen.

3 juli 2015

Twee manieren om God te benaderen

Het denken van de Dominicaanse mysticus Meister Eckhart (1260-1328) oefent grote aantrekkingskracht uit op wie verlangt naar universele spiritualiteit en uit meer dan één religieuze traditie wil putten.
Nu exclusieve binding aan één confessie steeds meer plaats lijkt te maken voor meervoudige religieuze binding, dient de middeleeuwse theoloog en prediker Eckhart zich aan als een inspirerende figuur die de verschillen overbrugt.
Een voorbeeld van dat verschil is de negatieve, apofatische manier van God benaderen en de positieve, afatische manier. Let wel, dit is geen waarde oordeel; het negatieve (de via negativa) is van gelijke waarde als het positieve. De prioriteit van het ontkennende element ligt boven het bevestigende.

Auteur André van der Braak schrijft erover:

De negatieve theologie is in haar methode verwant aan de postmoderne deconstructiefilosofie van Derrida en anderen. Ze maakt gebruik van het apofatische (nee-zeggende) spreken, dat probeert uit te drukken wie God is via ontkennende uitspraken: God is niet goed maar ook niet slecht, niet groot maar ook niet klein, hij kent geen liefde maar ook geen haat, hij is niet almachtig maar ook niet machteloos. Door te omschrijven wie God niet is, kunnen we directe ervaringskennis verwerven over wie God wel is. Deze kennis kan echter nooit in woorden en begrippen worden uitgedrukt.
Een dergelijk apofatisch spreken is bij Meister Eckhart overal te vinden: God is een niets, we moeten van God verlost worden, we moeten alle beelden over God achterlaten. Ons diepste innerlijke zelf bestaat uit een goddelijke vonk waar verder niets over kan worden gezegd. Eckhart spreekt van het zielenvonkje. Wat daar gebeurt, is ‘onuitsprekelijk’ en ‘zonder woorden’. De belangstelling van het grote publiek voor Eckhart richt zich vaak op deze apofatische elementen in zijn werk, die de onzegbaarheid en onkenbaarheid van God benadrukken. Ook westerse boeddhisten kunnen Eckhart derhalve lezen en zich op hem beroepen.

Naast dit apofatische spreken, dat meestal alle aandacht krijgt, kan bij Meister Eckhart ook nog een ander discours worden gevonden. Binnen de theologie wordt dit tweede discours ook wel omschreven als het katafatische (bevestigende) spreken. De katafatische theologie probeert uit te drukken wie God is door middel van bevestigende uitspraken over God: ‘God is goed’, ‘God is groot’, ‘God is liefde’, ‘God is almachtig’. Dit katafatische spreken komt tot uitdrukking bij Eckhart in verschillende metaforen, waarvan de bekendste luidt, dat God zijn Zoon elk moment in de ziel baart. De Godsgeboorte was niet slechts een eenmalige gebeurtenis tweeduizend jaar geleden, maar vindt elk moment ononderbroken plaats.

Het leeg worden waar Meister Eckhart over spreekt, is dus geen doel op zich, maar dient ertoe om ruimte te scheppen zodat God zich onbelemmerd kan uitstorten in de ziel, en de oorspronkelijke eenheid van God en de ziel zich volledig kan manifesteren. Eckharts nadruk op de oorspronkelijke eenheid en eenvoud van God is een ander voorbeeld van hoe men met religieuze diversiteit om kan gaan zonder de eigenheid van de eigen traditie te verloochenen.



Zie ook Het positieve van het negatieve.

Wanneer religie wordt vermengt met machtsmisbruik dan roept dat soms heftig verzet op. In 1566 vernielden protestanten beelden in de katholieke kerk tijdens de beeldenstorm. Dit niet alleen vanwege verzet tegen een te letterlijke verbeelding van een niet in vorm te vatten God, maar ook als protest tegen liefdeloze onderdrukking door Spanje en Rome. Het beeld van een God met menselijke eigenschappen, die bovendien op onze hand is, sterft (zeker in het Westen) meer en meer uit. Het heeft geen zin om letterlijk op zoek te gaan naar aanwijsbare God en de Tao of proberen te bewijzen dat er wel of niet een God bestaat.
Een essentie, die per definitie ongrijpbaar is, valt slechts te ervaren door je er voor open te stellen. God, Tao, vrijheid en liefde zijn de bron én de bestemming van alles zonder een letterlijk begin en zonder een letterlijk einde te zijn.

14 mei 2015

Ik ben niet mijn brein

Psychiater Herman M. van Praag (1929) keek met journalist Tjerk de Reus op 81-jarige leeftijd terug op zijn werk en leven. Hij startte zijn loopbaan als vernieuwer door te pleiten voor medisch-biologisch hersenonderzoek rond psychiatrische ziekten. Hij benadrukt het belang van aandacht voor religiositeit bij patiënten. Religieus besef wordt opgeroepen door psychologische processen. De hersenen zijn het intermediair.
Van Praag is een uitgesproken tegenstander van Dick Swaabs stelling: 'Ik ben mijn brein'.
Dat bepaalde delen van hersenen vallen aan te wijzen waar ervaringen worden gegenereerd is nog niet het bewijs dat die delen de enige, interne oorzaak zijn van die ervaring. Maar wat zegt dat over de externe oorzaak daarvan? Duidt de ervaringen van God en een bijna-dood-ervaring op een illusie of op een realiteit? Hoe belangrijk is het om met patiënten daarover een gesprek te voeren?
De Reus zaagt in het boek God, religie en ons brein de joodse van Praag door op zijn kijk op God, de staat Israël en het christendom.
Van Praag gelooft in het bestaan en werking van een ziel en een vrije wil. Hij kan er mee leven dat hij dit bestaan niet kan bewijzen. “Ik heb ook geen bewijs dat ik van mijn vrouw houd. Ik ervaar dat zo. Ik ben er zeker van.”
Hij ziet een intentionele kracht achter de natuur en evolutie en vooruitgang in de menselijke geschiedenis. Gelijkwaardigheid is een zeer belangrijk principe voor van Praag, maar hij behoudt zich het recht voor om verschillen te beoordelen.
Van Praag ziet de Almachtige als een feilbaar wezen die fouten kan maken en bereid is naar mensen te luisteren en zich te laten corrigeren. Van Praag gaat dan ook graag met God in discussie.

Een citaat uit het boek:
Tjerk de Reus: Het valt op dat u soms erg abstract over God spreekt. Hij zou een ‘bovenpersoonlijk proces beheersend principe’ zijn, schrijft u ergens, of de ‘totale abstractie’, maar in Tenach (Joodse boeken, waaronder de Thora, Profeten, Geschriften) is God de nabije, de aanwezige, de tastbare, die hulpelozen opricht uit hun misère. Uw redeneertrant doet soms sterker denken aan rationele wetenschap, dan aan de tastbare God uit de Bijbelverhalen.
Van Praag: In het jodendom zoals ik dat zie en beleef, is God enerzijds de totale abstractie, de totaal Andere. Tegelijk is Hij de volstrekt Nabije, de Aanspreekbare, degene die onder ons wil leven, die probeert om de menselijke geschiedenis te beïnvloeden. Dat is een forse paradox: abstract – en tegelijk nabij en eigen, maar juist dit paradoxale boeit mij. Het godsbegrip is een mysterie: hoe kan nu een wezen èn abstract èn concreet zijn? Toch zie ik dat zo. Ik niet alleen, het is een gangbare visie in het Judaïsme. Van God geldt dat Hij afkomstig is uit een andere, bovennatuurlijke werkelijkheid. Weliswaar is Hij ‘proces beheersend’, maar wel metafysisch, bovennatuurlijk. Als dat alles zou zijn wat we over God weten, zeg je: wat hebben we daar dan aan? Proces beheersend op een manier die wij totaal niet vatten … Maar Hij is ook totaal aanwezig, onder de mensen. Dat vind je bijvoorbeeld in de psalmen die je net noemde. Dus aanwezig èn afwezig, concreet en abstract, dat zijn paradoxen die ons verleiden tot filosoferen, tot nadenken – en vooral lezen en herlezen van de Thora.

We zijn in staat om tegengestelde zaken samen te laten gaan in ons beleven. Je kunt die beide waarderen, combineren – maar uiteindelijk niet integreren. Dat geldt voor weten en geloven, voor wetenschap en religie.
….
Ik geloof dat er een aantal grondprincipes is, die in elke maatschappij behoren te gelden. Die zijn verwoord in de Tien Geboden.





Zie ook Arie Bos "Mijn brein denkt niet, ik wel".

11 maart 2015

Uw wil geschiedde

“Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel”.

Het is een regel uit het Onze Vader dat in de loop der tijden miljarden malen moet zijn gepreveld. Een oplettende lezer zal zien dat er een spelfout zit in de titel. "Geschiede" is een sporadisch gebruikte werkwoordsvorm, de aanvoegende wijs (conjunctief), "geschiedde" is verleden tijd, geschiedenis.

Er zijn vele vormen van geloven, een paar typeringen:
Je hebt mensen die denken dat je een God kunt inzetten voor het behartigen van de eigen belangen. Ze bidden dan ook om iets te krijgen. Je hebt gelovigen die God vrezen en proberen hem gunstig te stemmen. Je hebt gelovigen die gewoon zo opgevoed zijn en er verder niet zo bij nadenken. Zij volgen de rituelen en zeggen regelmatig een gebed op. Een ander heeft een gesprek met God waarin de meest intieme zaken worden gedeeld. En dat werkt op zich bevrijdend.
Geen wonder dat God het verder wel gelooft en het laat bij een doodse stilte. Het gaat vanzelf.

Het maakt voorgangers en priesters niet zo veel uit waarom je gelooft. Het is misschien ook wel zo handig om een eindeloos gesprek te voorkomen wanneer niemand kan bewijzen wat nu de wil van Allah of Gods of wie of wat dan ook zou moeten zijn.

Wat je gelooft is vooral een persoonlijke interpretatie. Ik geloof wat ik zowel in mijn hoofd als in mijn hart en buik als waarheid ervaar. Ik noem mijzelf een dubbele agnost. Daarmee wil ik aangeven dat ik niet vind dat het bewijs voor het wel of niet bestaan van een God wetenschappelijk kan worden aangedragen. Het bestaan en de natuur zou je met even veel gewicht kunnen zien als bewijs voor het niet bestaan van een almachtige God (maar een schitterend toeval) als dat het een bewijs is van een zeer doordachte schepping. De schijnbare onzichtbaarheid en ongrijpbaarheid van God zegt mij vooral dat je niet eindeloos moet doorgaan met zoeken. Atheïsme en geloof zijn voor mij evenwaardig.
Het willen switchen tussen jezelf verbergen en zichtbaar worden zie ik in mijzelf, in anderen en in het wel of niet zichtbaar zijn van goddelijkheid. In gesprekken met anderen kan ik mijzelf ontwikkelen en het goddelijke verschijnt tussen individuen.

Ik probeer het verband en midden tussen het positieve en het negatieve te zien. Ik onderzoek de werking van begrippen als gezag, macht, kracht, potentie, potentiaal en potentialiteit. Ik bezie ze als een spanningsveld dat iets wezenlijks kan oproepen. Het verschil tussen gezag en met macht is dat mensen met gezag zich bewust lijken te zijn dat zij weten wanneer te doen en wanneer te laten. Dat "dwingt" respect af.
Dualiteit onthullen en balanceren om non-dualiteit tot zijn recht te laten komen.
Ontregelende humor als geweldloos wapen in de strijd om serieuze zaken liefdevol te beslechten, waarbij de bevrijdende lach haar werk ongemerkt kan uitvoeren.
Woorden vangen niet het ongrijpbare, maar verbeelden in de communicatie het ont-vangen en ont-moeten.

Mijn beeld van een hogere macht is voor mij niet het beeld van een mens (lees: vader of iemand op een troon) en niet een hoger niveau, hoogstens een andere dimensie. Elk levend wezen zou een vorm kunnen zijn waarin iets goddelijks is uitgedrukt en aanwezig is. Het menselijke ego kan een verbinding met andere wezens en ook die hogere macht belemmeren. Ik acht het best denkbaar dat een paradijselijk wereld (non-dualiteit) ook realiteit kan zijn wanneer mensen stoppen met het oordelen over elkaar en elk levend wezen met respect benaderen. Respect betekent voor mij een spanningsveld, namelijk het tegelijk betrokken zijn en de juiste afstand bewaren.
Ik zie het ego ook als stoorzender, bron van dualiteit, als de kameel die te groot is om "door het oog van de naald te gaan". Wie een stapje terug doet, ziet "meerdere wegen naar Rome" en "wie het kleine niet eert is het grote niet weerd'.

Een zinnetje als “Uw wil geschiede” kan dan voor mij deze aanbeveling betekenen: laat het goddelijke wat in elk levend wezen aanwezig is tot uitdrukking komen. Ik vind het van belang dat de functie en werking van mijn ego en van anderen wordt doorzien. Zodat werkelijke verbinding en synchroniciteit tot stand en tot leven komen in vrijheid en evenwaardigheid, telkens opnieuw uitgevoerd en er zin kan worden uitgewisseld, gekregen en gegeven.

Doorlezen en verdieping? (klik op de labels)

#metoo (2) aandacht (12) aanwezigheid (4) achterdocht (3) ADHD (3) afhankelijkheid (4) afstand nemen (9) agnost (3) agressie (4) alcoholisme (4) alternatieve genezing (3) altruïsme (6) ambitie (3) ander (2) angst (23) angststoornis (1) apofatisch (6) authenticiteit (12) autisme (2) autonomie (4) baclofen (1) balans en evenwicht (35) begeerte (2) behoefte (5) belangen (14) belemmerende overtuigingen (6) beoordelen (5) beslissen (3) betrokkenheid (7) betrouwbaarheid (7) bewustwording (14) bewustzijn (31) bezinning (1) bindingsangst (4) bioscoopfilm (6) biseksualiteit (1) bodhisattva (2) boeddhisme (6) boek (263) borderline (2) brein (2) burn-out (4) castratieangst (1) communicatie (23) compassie (8) competentie (7) competitie (9) complottheorie (4) consumeren (7) coping (1) creationisme (1) creativiteit (4) crisis (7) dans (3) daten (6) demagogie (4) denken (12) denkfouten (5) deugd (8) deugdzaamheid (3) diagnose (7) dialoog (5) dieren (3) discipline (1) dooddoener (4) drama (2) drogredenen (4) drugsgebruik (6) DSM (5) dualisme (4) duurzaamheid (3) dwangstoornis (2) echt (6) eenheid (28) eenzaamheid (9) eerste indruk (1) ego (50) eigenschappen (3) eigenwaarde (4) emancipatie (9) emergentie (2) emotie (16) empathie (2) en-en (24) endogene depressie (3) energie (11) epidemie (1) ergernis (1) erkenning (6) ethiek (6) etiquette (7) euthanasie (2) evenwaardigheid (37) evolutie (21) extraversie (3) faalangst (1) fabel (1) facelift (1) filmpje (112) filosofie (16) flirten (1) fraude (10) Freud (3) functioneren (5) gebreken (1) gedrag (2) gedragsverandering (6) geduld (3) geest (4) geheugen (3) gekwetstheid (5) geld (7) gelijk hebben of gelijk krijgen (12) gelijkmoedigheid (4) geloven (17) geluk (49) genoeg (1) genot (1) Gestalt (1) Getuige (4) gevoelens (35) gezag (4) gezichtsverlies (2) gezondheid (8) gezondheidszorg (1) GGz (3) GHB (1) go with the flow (4) God (35) goedgelovigheid (5) gokken (1) grenzen (6) handleiding (1) hechting (2) hedonisme (1) heelheid (8) helderziendheid (1) hersenen (4) hier en nu (8) holisme (3) homoseksualiteit (1) hoofdzonde (3) hoogsensitiviteit (1) hufterigheid (2) hulpverlening (2) humor (16) ideaalbeeld (3) identificatie (9) identiteit (10) ik-boodschap (1) illusie (13) imago (6) individualisme (4) innerlijke vrijheid (14) integriteit (4) Intelligent Design (2) Internet (6) intuïtie (11) InZicht (12) islam (2) jaloezie (3) jeugd (1) jezelf worden en zijn (15) jongeren (3) karakter (2) katafatisch (1) kenmerken (3) kiezen (14) kind (13) kosten (1) kracht (5) Krishnamurti (2) kuddegedrag (2) kwakzalverij (2) kwaliteit (17) kwetsbaarheid (8) leegte (12) leiderschap (5) leugens (12) levensfase (3) levenskunst (5) levensstijl (1) levensvragen (3) levensweg (3) licht (3) liefde (104) liefdesverdriet (5) lijden (2) loslaten (19) lust (4) macht (27) machtsstrijd (5) magisch denken (6) man-vrouw verschillen (19) mannelijkheid (10) mannen (5) media (12) meditatie (15) memen (2) metafoor (2) metafysica (4) mildheid (1) milieu (1) mindfulness (3) misbruik (4) mobiel (1) model (1) moraliseren (4) motto (1) multitasken (1) mushotoku (2) mystiek (5) nabijheid (1) narcisme (5) natuur (3) negatieve (15) neti neti (4) neuroticisme (1) niet doen (25) NLP (1) non-duaal bewustzijn (3) non-dualiteit (36) occupybeweging (2) omdenken (4) omgangsregels (3) onderwijs (2) onderzoek (12) ongelukkig zijn (3) onmacht (4) ontrouw (1) ontwikkeling (11) onverwerkt kindertrauma (2) onzichtbaar (1) oordeel (17) opvoeding (10) orgasme (3) Osho (8) ouderen (4) overbelasting (1) overgave (5) overgewicht (1) overheid (3) overvloed (7) paradox (24) Pareto principe (1) partnerkeuze (5) passie (2) pedagogie (2) penisnijd (1) perfectie (3) personeelsbeleid (2) persoonlijkheid (6) persoonlijkheidsstoornis (4) pesten (4) Peter principle (2) pijnlichaam (8) politiek (17) positieve (12) privacy (1) processie (2) projectie (10) psychiatrie (7) psychofarmaca (2) psychose (2) psychotherapie (3) puberen (3) reductionisme (1) reïncarnatie (2) relatie (24) relatievaardigheid (7) remancipatie (1) respect (25) riagg (1) rijkdom (2) rol (4) romantiek (5) ruzie (6) samensmelten (10) schaamte (2) scheiden (3) schelden (1) schizofrenie (2) schouwen (4) schrijfdrang (2) schuld (5) sedatie (1) seks (24) seksuele voorlichting (1) selectie (4) sociale druk (2) solidariteit (1) somberheid (2) soulmate (1) spiegelogie (7) spijt (3) spiritualiteit (51) sport (1) spreekwoorden (1) sprong (2) statistiek (1) status (2) sterven (7) stigma (2) stilte (12) Stockholm-syndroom (1) straling (1) strategie (2) stress (6) synchroniciteit (8) Taoïsme (17) tederheid (1) Tegenwoordigheid (2) The Secret (4) The Work (1) therapeutische gemeenschap (1) therapie (2) tijdgeest (3) toeval (5) Tolle (22) transcenderen (6) transformatie (6) transparantie (3) trend (3) tunnelvisie (1) twijfel (6) UFO (1) verandering (3) verantwoordelijkheid (14) verbinding (31) vergeten (2) verlangen (7) verlatingsangst (1) verleiding (4) verlichting (16) verliefdheid (6) verlies (2) vermaatschappelijking (1) vermijding (1) vermoeidheid (2) verslaving (12) vertrouwen (17) verveling (2) verwerking (1) vicieuze cirkel (1) voeding (4) voelen (5) volgzaamheid (2) vooroordelen (1) vragenlijst (5) vrije wil (7) vrijen (4) vrijheid (84) vrouwelijkheid (4) waarheid (32) waarneming (8) ware (12) wezen (3) wijsheden (11) wilskracht (3) woede (4) wraak (1) wu wei (17) yin en yang (4) zelfbeheersing (5) zelfbevestiging (5) zelfbewustzijn (6) zelfdoding (5) zelfkennis (17) zelfkritiek (3) zelfoverschatting (4) zelfrealisatie (10) zelfvertrouwen (5) zelfverwerkelijking (1) zelfwaardering (5) Zen (3) ziel (15) Zijn (14) zin van het leven (9) zorgvuldigheid (5)

Zoeken in dit blog

Bronnen, links en reacties

Er wordt zoveel mogelijk naar de bron van een bericht gelinkt, maar wanneer deze is opgeheven wordt de link verwijderd.
Feedback en melding van onvolkomenheden zijn welkom en mogelijk via e-mail.

Disclaimer

Veel bijdragen op dit blog gaan over ongrijpbare begrippen als waarheid, vrijheid of liefde. Door onwaarheden te ontdekken die ons gevangen houden, kan waarheid meer zichtbaar worden en kunnen we ons bevrijden van de angst dat we afgescheiden zijn.
Vrij naar Wittgenstein: "van dat, waarover niet kan worden gesproken, zwijgen wij". Al het overige is bespreekbaar.
"In onwetendheid ben ik iets; in inzicht ben ik niets; in liefde ben ik alles" Rupert Spira.

Blogarchief