Zijn we verbonden of blijven we individuen?
Over grenzen en eigenheid Als kind is het lichaam een instrument. Lenig, snel, zonder zelfbewustzijn. Kinderen meten zich met elkaar in rennen en klimmen en het lichaam doet wat nodig is. Niemand is groot of klein, aantrekkelijk of onaantrekkelijk. Het zijn gewoon kinderen die bewegen. Dan komt de puberteit. Het lichaam wordt bekeken, gemeten, vergeleken. En het contact met de andere sekse krijgt een nieuwe dimensie: niet langer andere kinderen, maar iets waarvoor je je moet verhouden, waarvoor je moet navigeren. Die spanning van: heb ik nu contact of niet? Waar ligt de grens? Het voelt alsof je in iemands aura stapt, onzeker of dat mag, of het wederzijds is. Die breuk tussen kindertijd en volwassenheid is universeel. Maar wat we ermee doen, verschilt. Grijze muizen en eigenzinnige ouderen Sommige volwassenen vallen niet op. Ze passen zich aan, volgen patronen, worden onderdeel van het geheel. Anderen blijven zichtbaar eigenzinnig en opvallend in hoe ze zich verhouden tot d...