Wie bepaalt wie de ander is?

Maakt een identiteit wel vrij?

Vrijheid en onvrijheid horen bij elkaar. Dat klinkt paradoxaal, maar het is essentieel voor ethisch denken: zonder het kader van onvrijheid, de grenzen die we stellen, kan vrijheid geen betekenis hebben. Bij mensen zien we dit duidelijk: een pasgeboren baby kan nog niet kiezen en wordt ingebed in een systeem van zorg, regels en begeleiding, vooral op de schouders van de ouders. Ouders mogen in het begin bepalen hoe het kind wordt grootgebracht binnen redelijke grenzen en altijd met het oog op zijn welzijn. Later neemt de maatschappij stapje voor stapje de verantwoordelijkheid over via onderwijs en andere verplichtingen. De puber wordt langzaam autonoom, maar ook ingebed in het systeem, wat dat ook moge betekenen.

Dit laat zien dat tijdelijke onvrijheid niet per se immoreel is; zij maakt deel uit van een systeem dat uiteindelijk vrijheid mogelijk maakt. Wij moeten ons bewust zijn dat iedereen neigingen heeft die hun oorsprong hebben in een ver verleden, maar die ons nu langzaam over een morele grens kunnen doen bewegen. Zodra deze sturing niet langer in dienst staat van wederkerige vrijheid, maar van traditie, ego, gemakzucht of financieel eigenbelang, wordt het problematisch.

Liefde, vrijheid en dierenrechten

Bij onze omgang met dieren wordt het ingewikkelder. Wat wij vaak liefde noemen -zorgen, voeden, beschermen- gebeurt binnen kaders die het dier zelf niet kiest. Het dier kan geen alternatief zoeken of instemmen. Onze intuïtie signaleert dat dit ongemakkelijk voelt: liefde lijkt aanwezig, maar mist de fundamentele vrijheid van de ander.

Het verschil met mensen is dat bij mensen het systeem tijdelijk en doelgericht is; bij dieren ontbreekt die garantie. Dieren worden van jongs af aan vastgelegd als voedsel, product of bezit, terwijl oude tendensen, zoals het recht op maximale exploitatie van land en dieren voor consumptie, nog steeds doorwerken. Dit creëert een ethische spanning: onze morele intuïtie weet dat vrijheid belangrijk is, maar tradities en systemen houden het dier gevangen in een kader dat eigenlijk niet meer nodig is.

Daarnaast wordt lijden van dieren vaak achter gesloten deuren van de stal of het slachthuis gehouden. Wij schrikken vooral van zichtbaar geweld, maar sluipend geweld zoals verveling, stress, opsluiting of gebrek aan prikkels wordt genegeerd of nauwelijks gezien. Het onzichtbare karakter van dit lijden versterkt onze blinde vlek: wij interpreteren het niet als ethisch relevant, ook al is het reëel en langdurig.

Voorbeelden van dierenrechtenpraktijk:

  1. Boerderijdieren, grootgebracht in een systeem gericht op productie, met minimale bewegingsvrijheid, strikt gestuurde voeding, huisvesting en geen of kunstmatige voortplanting.
  2. Natuurgebieden, waar wilde dieren schijnbare vrijheid hebben, maar voortdurend worden beperkt door menselijke regels zoals jacht, recreatie of infrastructuur.
  3. Huisdieren, die liefdevolle verzorging ontvangen, maar nooit volledig kunnen bepalen of zij daar willen leven of welke relaties zij aangaan.

Medische analogie bij mensen

Een duidelijke vergelijking is de medische praktijk. Een patiënt kan een behandeling niet volledig zelf kiezen als hij of zij te jong, te ziek of te kwetsbaar is. Artsen bepalen het behandelplan binnen redelijke, vaak door verzekering en politiek bepaalde, grenzen en met het oog op het welzijn van de patiënt. Later, wanneer de patiënt wél kan meebeslissen, groeit autonomie. Dit laat zien hoe onvrijheid soms noodzakelijk is om vrijheid op termijn mogelijk te maken. 
Bij mensen voorziet het systeem dus in een pad naar autonomie; bij dieren ontbreekt die garantie. 
Voor beide geldt dat bevordering van welzijn niet te veel geld en tijd mag kosten.

Definitiemacht

Hier komt definitiemacht om de hoek kijken. Definitiemacht is de macht om te bepalen wat iemand of iets is, welke belangen meetellen en welk gedrag effectief en legitiem is. Wie deze macht bezit, hoeft niet te overtuigen; door alleen al te definiëren stelt zij het kader waarbinnen ethische vragen bestaan.

In het domein van dierenrechten betekent dit bijvoorbeeld dat de wet dieren definieert als zaken of producten. Hun lijden telt alleen voor zover het mensen raakt; hun vrijheid is geen uitgangspunt maar vooral die van hun eigenaar. De eigenaar is alleen gehouden aan het niet overduidelijk toebrengen van pijn en schade.

Goedbedoelde zorg wordt gevangen in het systeem: wij bepalen wat we verstaan onder liefhebben en maximale inspanningsverplichting, maar het dier mag niet kiezen over de kwaliteit daarvan. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat een boerderijdier opgesloten wordt in een stal zonder afleiding, speeltjes of contact met soortgenoten, of dat een huisdier in huis wordt gehouden zonder gezelschap en zonder te weten wanneer wij terugkomen.

Vrijheid als voorwaarde voor echte liefde

Echte liefde veronderstelt wederkerigheid en keuze. Zodra wij het wezen van de ander vooraf bepalen, bijvoorbeeld als partner, kind of dier, sluiten wij die ruimte af. Liefde, zorg en bescherming kunnen dan slechts eenzijdig zijn: een instrument van onze definitiemacht, geen ontmoeting tussen vrije wezens.

Juridische taal als gestolde macht

De wet is een verdichting van definitiemacht. Een dier is geen subject, maar een bijzondere zaak. Vrijheid wordt niet relevant; belangen bestaan alleen bij gratie van menselijke erkenning. Verzet tegen deze ordening wordt snel weggezet als emotioneel of naïef. Wie dit patroon doorziet, begrijpt dat het niet gaat om gelijk krijgen, maar om het scheppen van betekenisruimte: ruimte waarin vrijheid werkelijk meetelt. Dit betekent niet het scheppen van betekenis, maar het scheppen van ruimte waarin onverwacht betekenis kan ontstaan.

Defensief versus ontregelend verzet

Frontale aanvallen op het systeem versterken vaak de macht, vooral wanneer ze niet effectief lijken. Effectiever is een ontregelende houding: humor, vragen stellen, definities ter discussie stellen, vanzelfsprekendheden blootleggen. Dit is geen machtsspel, het is een geduldige maar krachtige vorm van ethische assertiviteit.

Door deze houding te kiezen accepteren we dat definitiemacht niet direct te elimineren is, maar weigeren we haar onbewust over te nemen. We maken ons bewust van onze rol, laten ruimte voor de ander en creëren langzaam een wereld waarin vrijheid en liefde werkelijk meetellen.

Open laten versus vastleggen

Definitiemacht is overal en het voelt vaak onrechtvaardig. Toch biedt bewustzijn van deze dynamiek een weg vooruit. We erkennen dat vrijheid en onvrijheid samengaan, dat tijdelijke beperkingen soms noodzakelijk zijn, maar dat we waakzaam moeten zijn voor de neiging om morele grenzen te overschrijden. Alleen zo kan liefde betekenis hebben, kan vrijheid werkelijk tellen en kunnen vrijheid, liefde en rechtvaardigheid meer zijn dan een illusie.

Dit alles maakt duidelijk dat vrijheid alleen betekenis heeft wanneer wij erkennen wie de ander is en dat dit geldt voor zowel mensen als dieren. Zolang wij de identiteit, belangen en keuzes van de ander bepalen, kan diens vrijheid niet werkelijk meetellen. Onze morele verantwoordelijkheid begint met het ontsluieren van onzichtbare macht en onzichtbaar lijden en het scheppen van ruimte waarin vrijheid en wederkerigheid kunnen bestaan.

Labels

Meer tonen

Veel gelezen afgelopen week

Pijnlijk zelfonderzoek voor wakkere mensen

We lijken allemaal naar hetzelfde te verlangen

Twee manieren om God te benaderen

Het verschil tussen verliefdheid en liefde

Populaire posts vanaf 2005 tot nu

Psychologie en leven in het hier en nu

Hoe voer je een constructief gesprek?

De essentie van Houden Van

Het wezen van Ware Liefde

Wat is zelfrealisatie of verlichting?