Wie bepaalt wie de ander is?
Maakt een identiteit wel vrij? Vrijheid en onvrijheid horen bij elkaar. Dat klinkt paradoxaal, maar het is essentieel voor ethisch denken: zonder het kader van onvrijheid, de grenzen die we stellen, kan vrijheid geen betekenis hebben. Bij mensen zien we dit duidelijk: een pasgeboren baby kan nog niet kiezen en wordt ingebed in een systeem van zorg, regels en begeleiding, vooral op de schouders van de ouders. Ouders mogen in het begin bepalen hoe het kind wordt grootgebracht binnen redelijke grenzen en altijd met het oog op zijn welzijn. Later neemt de maatschappij stapje voor stapje de verantwoordelijkheid over via onderwijs en andere verplichtingen. De puber wordt langzaam autonoom, maar ook ingebed in het systeem, wat dat ook moge betekenen. Dit laat zien dat tijdelijke onvrijheid niet per se immoreel is; zij maakt deel uit van een systeem dat uiteindelijk vrijheid mogelijk maakt. Wij moeten ons bewust zijn dat iedereen neigingen heeft die hun oorsprong hebben in een ver verleden...