Cognitieve zelfverminking
Hoe harde opvoeding sommigen belemmert in hun denkvrijheden De koppigheidsfase Ergens tussen het tweede en derde levensjaar ontdekt een kind dat het een eigen wil heeft. Het is een cruciaal moment in de ontwikkeling: de ontdekking van het zelf als apart van de ander, als handelend subject met eigen verlangens. Ontwikkelingspsychologen noemen dit de autonomiefase. Erik Erikson beschreef het als de fase waarin het kind worstelt tussen autonomie enerzijds en schaamte en twijfel anderzijds. Hoe ouders op deze fase reageren, heeft volgens onderzoek langdurige gevolgen. Een kind kan in de autonomiefase te weinig (controlerend) of veel te veel ruimte krijgen (verwaarlozing). Een kind dat in zijn groeiende zelfstandigheid wordt ondersteund maar ook begrensd, leert omgaan met frustraties, grenzen stellen en zijn eigen wil te gebruiken als kompas. Maar een kind dat wordt gebroken, dat leert dat zijn wil iets gevaarlijks is, iets dat moet worden onderdrukt, ontwikkelt een problematische re...