De psychologie op dit blog gaat onder meer over het terugwinnen van de verstoten delen van het zelf om zich heel te voelen.
De spiritualiteit gaat over het vanuit een persoonlijk zelf een overstijgend geheel te leven - als uiting van universele verbondenheid.

Posts weergeven met het label sociale druk. Alle posts weergeven
Posts weergeven met het label sociale druk. Alle posts weergeven

Evolutie van het geloof in God

In het Oerboek van de mens wordt de evolutie van de mensheid vergeleken met de ontwikkeling van de Bijbel en het geloof in God(en).
De uitvinding van de landbouw 10.000 jaar geleden riep oplossingen (voedselzekerheid) en problemen (ziektes) op die de samenleving van jagers en verzamelaars daarvoor niet kende. De Bijbel probeert volgens de schrijvers, Carel van Schaik en Kai Michel, de gevolgen in de loop van de geschiedenis te beschrijven.
Bij het ontstaan van de landbouw ontstond bezit. Dat bezit moest worden beschermd anders haalt Jan en alleman de vruchten van jouw werk van het land. Iedereen moest dit leren (respecteren). Het had ook gevolgen voor het beeld dat mensen van God en goden had. Door de Schriftgeleerden werd dat beeld stukje bij beetje omgevormd van een veelgoderij naar een monotheïsme. Die God was oorspronkelijk niet alleen en almachtig, maar door slimme toepassing van psychologie (immuniteit voor tegenargumenten) wisten de religieuze gezaghebbers een godsbeeld te maken waarbij allerlei ellende als logische straf van een en dezelfde God werd bestempeld. De uitdaging was om de mensen niet te vervreemden van de straffende god, maar deze juist te binden doordat het welzijn van de samenleving afhankelijk werd gemaakt van voorbeeldig en volgzaam gedrag van individuen. Het is ook de ontwikkeling naar een niet meer te controleren godsbeeld dat je gelooft of niet.
Het belang van bezit en clanvorming had grote sociale gevolgen voor de positie van de vrouw en het erfrecht. Het ongelijk verdelen van taken, rechten en bezit moest een logische basis krijgen en een monotheïstische samenleving maakt dat gemakkelijker te beheersen.

Drie vormen van menselijke natuur


De schrijvers maken onderscheid tussen drie niveaus van menselijke natuur. Het is de eerste natuur, met aangeboren (buik)gevoelens, reacties en voorliefdes, die zorgt voor liefde binnen een gezin en familie en die rechtvaardigheid wil zien. Het is ook een natuur, die ons doet geloven in een bovennatuurlijke wereld van doden en geesten met wie je kunt communiceren. Wie droomt er nu niet over onsterfelijkheid?
De gewoontes die we ontwikkelen in een cultuur en proberen te bewaken en aan jongeren te leren om een samenleving leefbaar te houden noemen ze onze tweede natuur.
In de ontwikkeling van de Joodse voedselwetten waren de talrijke voorschriften ook het antwoord op de problemen die ontstonden bij het ontstaan van de nieuwe ziektes na het omschakelen naar een landbouwcultuur.
De derde natuur is een intellectuele, gericht op logica, voorspelbaarheid en controleerbaarheid. Deze natuur is alleen verstandelijk en staat daarom soms haaks op onze eerste natuur.
Mensen hebben de neiging om een eenmaal ingeslagen pad te blijven volgen. Van die neiging maakten de religieuze machthebbers gebruik om een godsbeeld te maken waarin de drie naturen maar één conclusie overliet: je kunt maar beter vertrouwen en meewerken met een God die het (uiteindelijk) goed bedoelt. Hoe onlogisch en tegenstrijdig de straffen ook soms lijken, ze droegen (verrassend?) juist bij aan het bestendigen van het geloof.

In het Oerboek worden ook twee beelden van het leven van Jezus beschreven. Het ene beeld doet recht aan de behoefte van Joodse tijdsgenoten die een Messias zochten als wereldse koning, die het volk beschermde tegen eeuwenoude vijanden. Het andere beeld is van Jezus die aan de basis stond van een christendom dat hij nooit bedoeld heeft op te richten en tot ontwikkeling kwam buiten Palestina en dus andere politieke belangen had. Het christendom bracht het Nieuwe Testament waarin volgens de schrijvers verklaard werd hoe God via Jezus mens werd en de mensheid “verlost” werd van de greep van de duivel.
Het is een van de vele voorbeelden in de religieuze geschiedenis hoe de dood een rol speelde in wat mensen wilden, maar niet mochten geloven en hoe religieuze voorgangers dat geloof probeerden bij te sturen en in te zetten voor hogere, maar ook voor eigen belangen.
Het voorlopige eindpunt van de religieuze evolutie volgens de schrijvers is een geloof waarin iedereen iets kan vinden dat recht doet aan elk van de drie menselijke naturen. De schrijvers van Het Oerboek van de mens noemen het een knappe prestatie van de schrijvers aan de Bijbel dat zij in ongeveer 1000 jaar een straffende God lieten samenvallen met een liefdevolle.

Voor mijzelf als agnost is het een zeer leesbaar boek dat voorstelbaar maakt hoe het beeld van een zichtbare schepping en evolutie kan samenvallen met een ongrijpbare schepper. Het boek behandelt inconsequenties in de Bijbel en pakt vaak gestelde vragen op als "wat was er nu zo erg aan het eten van een appel door Adam en Eva uit het paradijsverhaal"? en "hoe kan een almachtige God zoveel ellende toelaten"?

Abstracte theorie versus concrete verhalen


Terwijl je in een theorie gemakkelijker een verklaring kan behandelen, is een verhaal een vorm die breder leidt tot acceptatie of navolging.
De drang naar vrijheid is een spirituele verklaring van een universele behoefte van levende wezens. Een concept als vrijheid als schepping van het hogere (die zowel voor God zelf als de individuele mens geldt) vind ik overigens een veel logischer verklaring voor het bestaan van ellende, maar ook voor de kwaliteit van het leven. Daarvoor hoef je geen 400 pagina’s te schrijven over hoe de mensheid eeuwenlang heeft geworsteld met die inconsequenties. Dat vraagt wel een werkzame integratie van de drie naturen van de mens. Ik geef toe dat die integratie voortdurend aandacht vraagt.
Ik hoop dat dit boek mensen aan het denken zet en hen doet twijfelen die vinden dat zij door hun geloof meer (waard) zijn dan een ander, mens en dier.

>

Kritische massa en omslagpunt

Deze week twee gebeurtenissen in de media die een opmerkelijke overeenkomst hebben. Minister Plasterk kondigt aan dat bestuurders in de openbare sector niet meer mogen verdienen dan 30% boven het salaris van de minister. Pastoor Harm Schilder uit Tilburg wil de namen en foto’s ophangen in de kerk van mensen die zich willen uitschrijven van de kerkelijke gemeenschap. Gemeenschappelijk aan de poging van Plasterk en Schilder is dat zij rekenen op de sociale druk om het gedrag van mensen te veranderen.
Bij Plasterk werkte het publiceren van de topsalarissen averechts: bestuurders die zagen dat andere bestuurders meer verdienden, eisten die ook voor zichzelf. Bij Schilder hangt het effect af van hoe letterlijk hij zijn voornemen uitvoert. Als hij alle namen zou hangen in de kerk kan het effect weleens zijn dat de kerkgangers op het idee gebracht worden om zelf ook de kerk te verlaten.
Het publiceren van te hoge topsalarissen als publieke schandpaal had gewerkt wanneer er maar een paar bestuurders waren geweest. Maar het gaat om duizenden. Dan switcht de norm. Je bent afwijkend wanneer je achterblijft.
Beide zaken hebben ook overeenkomst in de onmacht. Wanneer er een ontwikkeling is die je met macht niet kunt keren, helpt een beroep op de massa niet. Wanneer we met zijn allen een duurzamere samenleving willen, maar maatregelen zijn te zeer afhankelijk van individuele medewerking, dan moet je je energie niet richten op voorlichting, maar op het geven van het goede voorbeeld met maatregelen die effectief zijn en die je zelf kunt uitvoeren.

Populair afgelopen week