In beweging Zijn

Waar het ik verschijnt doordat het wordt gezien

 (Tip: Ben je jong, lees deze versie, steekwoorden zijn vrijheid, eenheidservaring, machtsstrijd).

Er zijn ervaringen die niet beginnen bij het denken, maar bij het verdwijnen van het denken.
Ze ontstaan niet doordat iemand “ik” zegt, maar doordat dat “ik” even oplost in een grotere helderheid.
In zulke momenten valt identiteit -de lagen van rollen, overtuigingen en conditioneringen- vanzelf weg.
Wat overblijft is individualiteit in haar meest ongeconditioneerde vorm: een eigenheid die niet wordt gemaakt of vastgehouden, maar die zich toont als een zacht licht, een trilling die niets opeist.

Zo’n eenheidservaring laat geen woorden achter, maar wel een spoor.
Niet als concept, maar als gevoelsmatige herkenning: hier is niets afgescheiden, hier beweegt het leven door alles heen zonder grens.
Later kan taal dit aanraken, maar het blijft altijd een verwijzing naar iets dat voorafgaat aan woorden.

Op een ander spoor verschijnt een inzicht dat even vanzelfsprekend is: dat andere wezens niet onze middelen zijn. Wie vrijheid in een ander herkent, eet dat ander niet. Niet als principe, maar als logische erkenning van gedeelde aanwezigheid. Vrijheid geldt niet alleen voor mensen; vrijheid is wat leeft en wat wij in anderen kunnen zien zodra we ophouden onszelf centraal te plaatsen.

En dan is er nog de schaduwkant van het mens zijn: machtsstrijd. De kleine manoeuvres waarin mensen boven elkaar proberen te staan of zich juist kleiner maken. Patronen die ontstaan zodra verbinding plaatsmaakt voor positie. Het doorzien daarvan is geen veroordeling, maar een ontwaken voor het feit dat strijd het contact verlaat en dat evenwaardigheid geen houding is, maar een keuze die telkens opnieuw in beweging wordt gebracht. Soms wordt dit spanningsveld zichtbaar, zonder dat het conflict wordt; een subtiel ritme van invloed en reactie, aanwezig maar niet dominant.

In dans komt dit alles soms moeiteloos samen. Twee lichamen bewegen, luisteren, reageren zonder strategie. Er wordt niet geleid, niet gevolgd. Identiteit wordt iets dat ontstaat tussen de lichamen, niet in ze. Dat is een vorm van non-dualiteit die niet wordt uitgesproken maar belichaamd. Het moment is tijdelijk, maar de resonantie kan blijven hangen als een stille helderheid.

De spiegel van het dier

Hier raakt deze ervaring aan iets wat Derrida op geheel eigen wijze laat zien. Niet “ik denk, dus ik ben”, maar: het dier dat mij ziet, maakt mij tot wie ik ben.
Niet het innerlijke denken bevestigt het bestaan, maar de blik van een ander levend wezen.

In de scène waarin Derrida’s kat hem naakt ziet, ontstaan schaamte, kwetsbaarheid, herkenning, juist omdat het dier geen rol speelt, geen verhaal heeft, geen oordeel uitspreekt. Het dier ziet gewoon.
En in dat zien wordt de mens geraakt op een plaats onder alle concepten.

Dat is een apofatische omdraaiing: identiteit ontstaat niet door reflectie op binnenkant, maar door weerkaatsing door de ander. Het dier ontdoet de mens van zijn hiërarchie, van het idee dat hij van nature boven staat. In de blik van een dier is iedere schijn en pretentie verdwenen.

De subtitel verwijst naar dit soort omkering: het ik verschijnt doordat het wordt gezien en niet doordat het zichzelf definieert. Het is een methode, een kleine levenshouding, een uitnodiging om de wereld én het zelf in beweging te blijven waarnemen.

De oerzin: I Am That

Aan de andere kant staat Nisargadatta Maharaj, die alle woorden laat oplossen in één constatering: I Am That.
Het is de non-duale herkenning dat alles wat verschijnt -plant, mens, dier, lucht, beweging- geen tweede is. Er is geen afgescheiden zelf dat kijkt naar de wereld; er is bewustzijn dat zichzelf herkent in elke vorm.

Wie terugkeert naar de bron waar onderscheid nog niet is gemaakt, herkent dezelfde kwaliteit als die in dans, in eenheidservaring, in het zien van het dier. Het zelf wordt geen bezit, maar een resonantie die zich laat voelen in elk contact, in elke beweging, in elke stilte.

Samenkomst van beide lijnen

Wat Derrida van voren benadert -de blik van het dier die de mens decentreert- benadert Nisargadatta van binnenuit: het zelf dat oplost in alles wat het ziet.
In beide gevallen verdwijnt het idee van een helder begrensd “ik” dat tegenover de wereld staat.

Beide bewegingen komen samen in een eenvoudige resonantie:
identiteit is relationeel, niet dualistisch; aanwezig, niet te bezitten; beweeglijk, niet vast.

Tot slot: bewegen in omkering

De neigingen die na dit soort ervaringen opkomen -mildheid, scherpte, ruimte, stilte- blijven niet hangen als eigenschappen. Ze komen op, resoneren, verdwijnen weer. Wat blijft is een manier van zijn die geen strijd zoekt, geen hiërarchie, geen bezit van waarheid.

Apofatische omdraaiing (iets ongrijpbaars mentaal benaderen door bewust te worden wat het niet is) is hier niet een truc, maar een levenshouding: telkens weer ontdekken dat het soms precies andersom werkt dan we denken. 
Dat vrijheid geen claim is, maar het wegvallen van claim.
Dat evenwaardigheid niet wordt afgedwongen, maar zichtbaar wordt wanneer strijd wegvalt.
Dat non-dualiteit niet wordt geformuleerd, maar wordt geleefd in de momenten waarin het ik zichzelf even vergeet en in de wereld herkend wordt.

 

varkensoog

 

Labels

Meer tonen

Veel gelezen afgelopen week

Wie bepaalt wat de identiteit van de ander is?

Kalm blijven in een wereld van paniekerige signalen

Vrijheid die voedt of vrijheid die verteert

Pijnlijk zelfonderzoek voor wakkere mensen

Vrijheid verplicht niet

Populaire posts vanaf 2005 tot nu

Psychologie en leven in het hier en nu

Hoe voer je een constructief gesprek?

De essentie van Houden Van

Het wezen van Ware Liefde

Wat is zelfrealisatie of verlichting?