Vrijheid die voedt of vrijheid die verteert

Innerlijke bevrijding, zelfbegrenzing en het dier als morele spiegel

Van ritueel naar vergetelheid

Twintig jaar geleden schreef ik over dieren, voedsel en innerlijke bevrijding. Teruglezend valt niet op hoe gedateerd die tekst is, maar hoe actueel. Niet omdat de omstandigheden hetzelfde zijn gebleven, maar omdat de spanning die toen al zichtbaar was, zich sindsdien heeft verdiept. De vraag die toen impliciet werd gesteld, klinkt vandaag luider dan ooit: wat bedoelen wij eigenlijk met vrijheid?

Van oudsher was de relatie tussen mens, dier en voedsel ingebed in rituelen van dankbaarheid en bescheidenheid. Niet omdat mensen moreel verheven waren, maar omdat afhankelijkheid zichtbaar was. Het dier was geen abstract product, maar een levend wezen waarvan het leven voorafging aan de maaltijd. Die zichtbare afhankelijkheid werkte begrenzend. Vrijheid bestond niet uit onbeperkt nemen, maar uit weten wanneer iets te laten.

Vooruitgang of vermomde afhankelijkheid

Die begrenzing is grotendeels verdwenen. Het directe contact tussen mens en landbouwhuisdier is afgenomen, terwijl de vleesconsumptie en daarmee de onvrijheid van dieren is toegenomen. Tegelijkertijd is het vrijheidsideaal van de mens steeds expansiever geworden. Meer keuze, meer snelheid, meer consumptie, meer mogelijkheden om zichzelf te onderscheiden. Dat alles noemen we vooruitgang.

Maar vooruitgang is niet per definitie bevrijding.

Vrijheid is in de loop der tijd verworden tot een slogan. Vaak betekent zij: met rust gelaten worden, of kunnen doen wat men wil. Maar een vrijheid die anderen schaadt, of zichzelf uitholt, is geen volwassen vrijheid. Zij is technisch mogelijk, maar existentieel leeg.

De leegte van keuzevrijheid

Wie zich laat meeslepen door prikkels, verslavingen en verleidingen is op papier vrij, maar in de praktijk afhankelijk. Wanneer mensen gemakkelijk te manipuleren zijn, slecht geïnformeerd of voortdurend reactief, kunnen zij formeel vrij zijn, maar missen zij feitelijke autonomie.

Voedsel als voorbeeld

Dat geldt ook voor voedsel. Zoals Michiel Korthals beschrijft, smaakt fastfood overal hetzelfde en werkt het verslavend. Uniformiteit en gemak maskeren verlies aan vitaliteit. Wat geldt voor voeding, geldt ook voor informatie, voor werk, voor sociale relaties. Overbemesting leidt tot stress, niet tot groei.

Innerlijke bevrijding en zelfbegrenzing

Innerlijke bevrijding ontstaat niet door meer toe-eigening, maar door onderscheidingsvermogen. Door ruimte te scheppen. Door gepaste afstand, wat ook respect genoemd kan worden. Respect is niet iets doen, maar vaak iets nalaten. Weten waar je vrijheid ophoudt en die van de ander begint, mens én dier.

Respect als afstand én betrokkenheid

Respect vraagt zelfbeheersing, maar geen onverschilligheid. Het is de spanning tussen betrokken zijn en afstand houden. Tussen zelfontplooiing en zelfbegrenzing.

Het dier als morele toetssteen

Juist hier raakt de vrijheid van de mens direct aan de vrijheid van het dier. Het dier vormt een morele spiegel. Niet omdat het dier moreel superieur zou zijn, maar omdat het geen toegang heeft tot de mechanismen waarmee mensen hun handelen rechtvaardigen. Hun onvrijheid is zichtbaar, juist omdat zij niet wordt verhuld door taal.

Spiritualiteit met een blinde vlek

Opvallend is hoe weinig spirituele zoektochten dit betrekken. Veel mensen zoeken stilte, natuur en verbondenheid, maar kijken weg van het dier dat in eenzame afzondering leeft in stallen. Die blinde vlek is geen toeval. Zij markeert een grens waar innerlijke vrijheid ongemakkelijk wordt, omdat zij consequenties vraagt.

Vrijheid, gelijkheid en mededogen

Innerlijke bevrijding vraagt geen perfectie en biedt geen garantie op geluk. Zij vraagt het toelaten van gevoelens, ook ongemakkelijke. Zij vraagt zelfbegrenzing, terwijl de buitenwereld voortdurend aanspoort tot grenzeloosheid. Zij vraagt dat mensen hun eigen aandeel zien in systemen die anderen afhankelijk maken.

Angst, agressie en onverschilligheid

Een samenleving die vrijheid reduceert tot keuzevrijheid en identiteit, ondergraaft haar eigen morele basis. Wanneer vrijheid niet langer gepaard gaat met zelfbeheersing en respect, slaat zij om in agressie of onverschilligheid. De vrijheid van de één wordt dan de onvrijheid van de ander.

Vrijheid als praktijk

Misschien is dat de kern die twintig jaar geleden al zichtbaar was: echte vrijheid groeit niet door steeds meer te doen, maar door te weten wanneer iets te laten. Door ruimte te maken, innerlijk en uiterlijk.

Boekverwijzing

Erich Fromm, De angst voor vrijheid (1941).

Labels

Meer tonen

Veel gelezen afgelopen week

Wie bepaalt wat de identiteit van de ander is?

Kalm blijven in een wereld van paniekerige signalen

Pijnlijk zelfonderzoek voor wakkere mensen

Vrijheid verplicht niet

Populaire posts vanaf 2005 tot nu

Psychologie en leven in het hier en nu

Hoe voer je een constructief gesprek?

De essentie van Houden Van

Het wezen van Ware Liefde

Wat is zelfrealisatie of verlichting?