In het midden beweegt het leven
Vrijheid en parallellen tussen kosmos, lichaam en leven
Wie naar het universum kijkt, kan dat op oneindig veel schalen doen. Van sterrenstelsels tot moleculen, van kosmische tijd tot het moment waarop een gevoel opkomt. Op ieder niveau verandert wat zichtbaar wordt. Niet alleen in grootte, maar in betekenis.
Uitzoomen, inzoomen en het midden houden zijn geen technische handelingen, maar manieren om ons tot de werkelijkheid te verhouden. Ze vormen samen een beweging die telkens opnieuw vraagt om balans en evenwicht. Niet alles vraagt om ingrijpen. Niet alles vraagt om afstand. Leven speelt zich af in het spanningsveld van doen en laten.Uitzoomen: plaats zien
Bij uitzoomen verschijnt de mens als onderdeel van grotere gehelen. De aarde blijkt niet het middelpunt, maar een planeet onder vele. Het leven blijkt geen vanzelfsprekendheid, maar een zeldzame mogelijkheid. Die blik verandert ons bestaan niet direct, maar wel onze houding.
De kosmos grijpt niet in op ons handelen. Zij dicteert geen keuzes en stuurt geen beslissingen. Haar invloed is existentieel, niet causaal. Zij plaatst ons, maar bestuurt ons niet. Astrologie hoort thuis op dit niveau. Niet als verklaring van gedrag, maar als taal om plaats, ritme en samenhang te ervaren. Zodra zij oorzakelijkheid claimt, verlaat zij haar eigen schaal en verliest zij haar waarde.
Uitzoomen is een vorm van laten. Het is afstand nemen zonder afkeer, kijken zonder te willen sturen.
Inzoomen: werking erkennen
Bij inzoomen verandert de aard van invloed. Hier gaat het niet om betekenis, maar om werking. Hormonen, neuronen en bacteriën beïnvloeden stemming, energie en gedrag. Niet als verhaal, maar als proces. De bacteriën in onze darmen hebben geen boodschap aan wie wij denken te zijn. Zij werken, of wij dat nu betekenisvol vinden of niet.
Inzoomen vraagt om doen. Om verantwoordelijkheid voor wat beïnvloedbaar is. Om zorg voor lichaam en omstandigheden. Vrijheid bestaat nooit los van lichamelijkheid. Wanneer je sterft, verlies je alle vrijheden die je in het leven hebt verworven. Alleen wie niet wijs heeft geleefd, ziet de dood als bevrijding.
Wie dit niveau negeert, verliest grip op de werkelijkheid. Wie erin blijft steken, verliest overzicht.
Het midden houden
Menselijke beleving ontstaat niet in de kosmos en ook niet in de microkosmos. Zij ontstaat op de schaal waar betekenis en werking elkaar raken. Daar waar uitzoomen en inzoomen elkaar afwisselen zonder elkaar te overheersen. Dat is het midden houden.
Het midden is geen compromis en geen rustpunt. Het is een voortdurende afstemming. Hier wordt vrijheid geen absolute eigenschap, maar een praktische vaardigheid. Hier wordt evenwaardigheid geen abstract ideaal, maar een relationeel principe.
Wie werkelijk uitzoomt, kan moeilijk volhouden dat de mens meer is dan andere levende wezens. Wie werkelijk inzoomt, ziet hoe afhankelijk en begrensd diezelfde mens is. Het midden houden betekent beide inzichten dragen zonder ze tegen elkaar uit te spelen.
Op de maat van het midden
Uitzoomen, inzoomen en het midden houden laten zich niet alleen begrijpen, ze laten zich oefenen. Zoals in een dans.
Wie danst, weet dat beweging alleen betekenis krijgt door afwisseling. Te veel doen maakt de dans geforceerd. Te veel laten maakt haar leeg. Balans en evenwicht ontstaan niet door stil te staan, maar door te voelen wanneer een pas gevraagd wordt en wanneer juist niet.
Inzoomen is de stap die je zet. De spanning in de spieren, het gewicht dat verplaatst. Uitzoomen is het loslaten van die stap, het ervaren van ruimte en ritme. Het midden houden is waar de dans ontstaat, in het voortdurende afstemmen tussen beide.
Vrijheid verschijnt hier niet als losbreken, maar als meegaan zonder jezelf te verliezen.
Dieren in dezelfde beweging
De dans is niet exclusief menselijk. Wie dieren observeert zonder ze te sturen, ziet hetzelfde ritme. Niet als choreografie, maar als afstemming.
Een vogel die opstijgt, doet dat niet uit vrije wil en niet uit dwang. Hij beweegt wanneer de omstandigheden dat vragen en laat wanneer de ruimte dat toelaat. Een kudde die zich verplaatst, een kat die wacht, een dier dat alert is zonder te handelen: het zijn vormen van doen en laten waarin balans vanzelfsprekend is.
Dieren leven niet in uitersten. Zij leven in het midden. Niet omdat zij dat begrijpen, maar omdat hun bestaan erop is afgestemd. Wanneer wij dieren vrijheid ontzeggen, halen wij hen uit die beweging. Niet alleen door opsluiting, maar door hen te dwingen tot een ritme dat niet het hunne is.
Evenwaardigheid betekent dan niet dat mens en dier hetzelfde zijn, maar dat geen enkel wezen zijn eigen schaal van leven mag worden ontkend. Vrijheid begint daar waar een wezen zijn eigen ritme kan volgen.
Verantwoordelijkheid
De mens kan uitzoomen, reflecteren en vooruitdenken. Dat vermogen plaatst ons niet boven de dans, maar maakt onze verantwoordelijkheid groter. Wij kunnen onze pas aanpassen. Wij kunnen laten waar laten nodig is. Wij kunnen doen waar doen onvermijdelijk is.
Vrijheid en evenwaardigheid zijn geen eindpunten, maar voorwaarden die telkens opnieuw moeten worden bewaakt. Niet door ze vast te leggen, maar door ze te beoefenen. In aandacht, in terughoudendheid, in het besef dat leven zich niet laat dwingen zonder schade.
Misschien is dat wat het betekent om mens te zijn: leven in een midden dat geen houvast biedt, maar wel richting. Een bestaan waarin balans en evenwicht niet worden gevonden door stilstand, maar door een voortdurende bereidheid om te bewegen. In een wereld die groter is dan wijzelf en kleiner dan wij kunnen overzien, blijft uiteindelijk de vraag of wij bereid zijn onze eigen pas zo te kiezen dat ook de ander kan blijven meebewegen.
