De grap die niemand kan naspelen

Humor of genade?

Er zijn momenten waarop de werkelijkheid zichzelf lijkt te overtreffen. Een gebeurtenis die zo perfect getimed is, zo absurd en tegelijk zo raak, dat geen romanschrijver haar geloofwaardig had durven verzinnen. Niet omdat ze onmogelijk is, maar juist omdat ze te mooi in elkaar zit.
Het zijn vaak komische momenten. Niet omdat iemand een grap heeft bedacht, maar omdat de grap al besloten lijkt te liggen in de gebeurtenis zelf. De werkelijkheid lijkt even gevoel voor humor te hebben.
Op zulke momenten zeggen mensen weleens: "Dat verzin je toch niet". En precies daarin schuilt iets merkwaardigs. We voelen intuïtief het verschil tussen wat gemaakt is en wat ons overkomt.
Je kunt een komedie schrijven, een sitcom bedenken of een praktische grap tot in de kleinste details voorbereiden. Maar hoe knap ook, altijd blijft voelbaar dat er een maker achter zit. De timing verraadt de regisseur. Bij het toeval dat werkelijk raakt, ontbreekt die hand juist. Niemand denkt: dat had ik zelf ook zo kunnen bedenken.
Misschien is dat wel de kern van de verwondering. Er bestaat iets waarvan wij kunnen genieten zonder dat wij het kunnen produceren. Iets wat zich aandient zonder dat wij het hebben gemaakt. Het genot is gratis in de meest letterlijke zin: niet te verdienen, niet te plannen en niet opnieuw te creëren.
De grap die niemand kan naspelen, wijst naar iets wat groter is dan humor alleen.

Drie stadia

Kierkegaard onderscheidde drie manieren van leven: het esthetische, het ethische en het religieuze. Opmerkelijk genoeg plaatst hij niet de ernst, maar juist de ironie en de humor op de overgangen tussen die levenshoudingen.
Ironie markeert de overgang van het esthetische naar het ethische. De ironicus, met Socrates als voorbeeld, doet alsof hij niets weet en ondermijnt daarmee de vanzelfsprekendheden van degenen die denken de waarheid al in bezit te hebben. Wie eenmaal heeft gezien hoe wankel veel zekerheden zijn, kan niet meer onbevangen in de oppervlakkigheid blijven leven.
De humor plaatst Kierkegaard bij de tweede overgang: die van het ethische naar het religieuze. Waar ironie zich verhoudt tot de wereld, verhoudt humor zich tot het bestaan zelf. De humorist ziet de tegenstelling tussen het eindige en het oneindige, tussen de beperkte mens en zijn verlangen naar iets dat hem overstijgt. Hij lacht daar niet cynisch om, maar met mildheid.
De mens probeert zijn leven te beheersen, betekenis te geven en verantwoordelijkheid te nemen. Dat is het ethische stadium. Maar ergens ontdekt hij ook de grens daarvan. Niet alles wat waardevol is, komt voort uit zijn eigen inspanning. Niet alles wat hem vormt, heeft hij zelf gekozen.
Daar raakt humor aan religie.
Ook het komische toeval behoort tot die grens. Je bedenkt het niet; het overkomt je. De ene lach maak je, de andere ontvang je. Dat verschil lijkt klein, maar is wezenlijk. Misschien is dat wat Kierkegaard bedoelt: dat de diepste humor verschijnt wanneer de mens ontdekt dat niet alles uit zijn eigen regie voortkomt.

Ongrijpbaar

Er bestaan mensen die zich nergens helemaal laten onderbrengen. Ze gebruiken ironie zonder cynisch te worden en geloven zonder dogmatisch te worden. Ik herken mezelf in die houding.
Dat maakt mij voor anderen soms moeilijk te plaatsen. In wat ernstig bedoeld is klinkt een lach door en onder een grap blijkt ineens ernst te schuilen. Mensen zoeken begrijpelijkerwijs naar een kamp waartoe iemand behoort. Maar juist het vasthouden aan beide kanten voorkomt dat één kant de andere verstikt.
Niet omdat twijfel beter zou zijn dan overtuiging, of omgekeerd. Maar omdat sommige waarheden alleen zichtbaar blijven wanneer je de spanning tussen beide verdraagt.
Zo kijk ik ook naar het toeval.
Ik wantrouw de neiging om achter iedere samenloop meteen een boodschap te zoeken. Maar ik wantrouw ook de reflex om iedere verwondering weg te verklaren als niets meer dan statistiek. Wie uitsluitend ironicus is, reduceert het wonder tot een berekening. Wie uitsluitend gelovige is, maakt van ieder wonder een bevestiging van wat hij al dacht.
De houding die mij het meest eigen is, houdt beide mogelijkheden open. Sommige gebeurtenissen zijn te mooi om geen verwondering op te roepen. Maar die verwondering verandert in bezit zodra wij haar gebruiken als bewijs.
Misschien begint geloof juist waar het bezit eindigt.

Het onzichtbare zaad

Ik schrijf met de hoop dat mijn essays en mijn humor iets aanreiken wat mensen vrijer maakt. Meestal blijft onzichtbaar of dat werkelijk gebeurt. Een essay kan een raam op een kier zetten; het weer sluiten kost de lezer weinig moeite.
Toch klopt het beeld van de eenzame schrijver die woorden in het duister verspreidt niet helemaal. Door internet en sociale media is er altijd wel iemand die iets vindt in wat ik deel, ook al hoor ik dat zelden terug.
Maar de beweging gaat ook de andere kant op. Ik leef zelf voortdurend van inzichten van anderen. Van artikelen die ik heb gelezen, gesprekken die mij hebben geraakt, gedachten die ergens zijn achtergebleven en later opnieuw vorm kregen.
Ik ben dus niet alleen de zaaier van mijn eigen woorden. Ik ben ook de grond waarin andermans zaad valt.
Niemand overziet het geheel. Ideeën verdwijnen, veranderen van eigenaar en keren terug in een vorm die niemand nog tot hun oorsprong kan herleiden. Er ontstaat iets nieuws zonder dat iemand het volledig bestuurt.
Een orde die zich niet laat organiseren.


Misschien is dat wel de diepste betekenis van een immanente God: niet een wezen dat voortdurend aan de knoppen draait, maar een werkelijkheid die van binnenuit vruchtbaar is. Een werkelijkheid waarin iets nieuws kan ontstaan zonder dat iemand het bezit of controleert.
Dat geeft mij, ondanks alles, vertrouwen in de toekomst.
Er zijn genoeg voorbeelden van situaties waarin mensen te laat ingrepen. Waar waarschuwingen werden genegeerd totdat de schade onomkeerbaar werd. Maar er bestaat ook een ander patroon: momenten waarop mensen, juist wanneer de nood hoog is, ineens wakker worden en een andere weg inslaan.
Dat is geen garantie. Sommige processen kennen een grens waarna herstel niet meer mogelijk is. Maar er blijft iets hoopvols in het menselijke vermogen om te leren, te veranderen en opnieuw te beginnen.

Genade

Misschien is dat uiteindelijk de les van al die wonderlijk getimede samenlopen.
Niet dat er iemand aan de knoppen zit.
Niet dat alles een verborgen plan volgt.
Maar dat de werkelijkheid ons soms meer geeft dan wij ooit hadden kunnen organiseren.
Humor is daarvan misschien wel de lichtste vorm. Liefde een diepere. Vertrouwen nog een diepere.
En misschien is genade niets anders dan de bereidheid om te erkennen dat de belangrijkste dingen in het leven niet worden gemaakt.
Ze worden ontvangen.

Labels

Meer tonen

Veel gelezen afgelopen week

Liefde stroomt

Vrijheid verplicht niet

Morele superioriteit is een eeuwige valkuil

We laten ons met taal in de luren leggen

Populaire posts vanaf 2005 tot nu

Psychologie en leven in het hier en nu

Hoe voer je een constructief gesprek?

De essentie van Houden Van

Het wezen van Ware Liefde

Wat is zelfrealisatie of verlichting?