Waarom zou God rechtstreeks communiceren?

Is er afstand tussen God en mij?

De vraag waarom God niet rechtstreeks communiceert met de mensheid gaat uit van iets dat ik inmiddels niet meer als vanzelfsprekend beschouw: dat er een zender is en een ontvanger, een God die spreekt en een mens die luistert, met een afstand daartussen die overbrugd moet worden. Jaren geleden zocht ik het antwoord in de manier waarop die overbrugging plaatsvindt. Nu vraag ik me eerder af of de afstand zelf wel bestaat.

Vier antwoorden, één aanname

Er zijn verschillende manieren waarop mensen deze vraag beantwoorden. Sommigen geloven dat God wel degelijk rechtstreeks communiceert, alleen merken we het niet altijd: via innerlijke inspiratie, dromen, een mystieke ervaring. Anderen menen dat God te groot en te transcendent is om door de menselijke geest volledig te worden begrepen, en zich daarom alleen tonen kan in symbolen en verhalen. Weer anderen zien de stilte als bewuste ruimte: God die ons de vrijheid geeft onze eigen weg te vinden. En sommigen geloven dat er bemiddelaars nodig zijn, spirituele leiders die de boodschap vertalen naar wat wij kunnen bevatten.

Vier antwoorden, elk met een eigen logica. Maar ze delen een aanname die ik destijds niet benoemde: dat er iets is dat spreekt en iets dat ontvangt. Zolang die twee gescheiden blijven, blijft ook de vraag bestaan waarom het gesprek zo moeizaam verloopt.

Twee bemiddelaars

Marianne Williamson beschrijft in Terugkeer naar liefde hoe Een cursus in wonderen haar leerde dat God ervaarbare liefde is. Ze zag welke angsten haar blokkeerden en leerde niet te oordelen maar te begrijpen en te vergeven. Er schuilt iets waars in die weg. Maar naarmate het boek vordert, plaatst zij zichzelf steeds nadrukkelijker als spreekbuis van God op aarde en juist daar schiet ze haar eigen doel voorbij.

Iets vergelijkbaars gebeurt bij Neale Donald Walsch, die zich in zijn Gesprekken met God eveneens graag met God vereenzelvigde. Wat mij bij herlezing opvalt, is dat de suggestie van een rechtstreeks Godsgesprek naarmate de boeken vorderen steeds meer een gesprek met zichzelf lijkt te worden, zonder dat hij dat ooit met zoveel woorden toegeeft. Walsch benadrukt juist het tegenovergestelde: dat het geen channeling is, maar directe inspiratie door God. Die ontkenning verandert echter niets aan de kern van de claim. "Dit is geen channeling, dit is God zelf" is een ander etiket dan "dit is channeling", maar epistemisch dezelfde pretentie: een uitspraak over de herkomst van de woorden die niet te controleren is. Het verschil zit niet in wat waar is, maar in welk vocabulaire meer gezag suggereert.

En toch bevat zijn werk een passage die precies raakt aan waar ik zelf, jaren later, op uitkwam:

Onthoud altijd dat liefde vrijheid is.
Je hebt geen ander woord nodig om dat te definiëren.


Alle systemen, overeenkomsten, besluiten en keuzes
die vrijheid uitdrukken, drukken God uit.
Want God is vrijheid en vrijheid is tot uitdrukking gebrachte liefde.


Het is een merkwaardige paradox. Wie zich tot spreekbuis van het mysterie verheft, verliest er meestal iets van en toch kan diezelfde stem een zin voortbrengen die het mysterie zuiverder raakt dan de bemiddelaar zelf beseft. Alsof de claim "ik spreek namens God" de fout is, niet de zin die daarna volgt.

Een schijnwerper in het veld

Ik sprak iemand die worstelde met precies deze vraag, maar dan van de andere kant. Hij vroeg God om een bewijs van zijn bestaan en vrijwel op datzelfde moment stond hij in het volle licht: hij was in het veld van een beveiligingssysteem gestapt dat een lamp deed aanspringen. Hij twijfelt nog altijd tussen toeval en bewijs.

Op het eerste gezicht lijkt hij het tegendeel van Williamson en Walsch: waar zij een ervaring meteen tot claim maken, laat hij de vraag open. Maar bij nader inzien deelt zijn twijfel de aanname die hij juist lijkt te weerstaan. Zijn eigen vraag legt het bloot: waarom zou God schijnwerpers aanzetten? Die vraag veronderstelt een God die had kunnen ingrijpen in de fysieke causaliteit, een schakelaar die wel of niet wordt omgezet, een keuze om deze keer een teken te geven of te zwijgen. "Dit was bewijs" en "dit was toeval, waarom zou God zoiets doen" zijn geen tegengestelde antwoorden. Het zijn twee uitkomsten van dezelfde vraagstelling: is er een zender die op dit moment iets deed. De twijfel klinkt bescheidener dan Walsch's stelligheid, maar staat in hetzelfde huis.

Van eenheid naar leegte

Wat maakt de claim van Williamson en Walsch tot een fout en wat maakt de twijfel van mijn gesprekspartner tot iets anders dan een oplossing daarvan? Niet dat zij iets ervoeren of hij iets meemaakte, maar de vraag die aan beide reacties voorafgaat: is hier een zender geweest die iets deed of naliet. Zodra iemand zichzelf tot doorgeefluik verklaart, is de scheiding tussen zender en ontvanger niet opgeheven maar juist bevestigd. En zodra iemand twijfelt of iets toeval was of bedoeld, wordt diezelfde scheiding evengoed in stand gehouden, alleen onbeslist gelaten in plaats van ingevuld.

Dat is precies waar het mij nu om gaat. Niet: God is te groot om rechtstreeks te bevatten, dus hebben we symbolen of leiders nodig om de kloof te overbruggen. Ook niet: was dit teken toeval of niet. Maar: de kloof zelf en de zender die hem al dan niet zou overbruggen, is de vraag. Eenheid, zoals ik die eerder zocht, veronderstelt nog een volheid die zich gedeeltelijk aan ons toont, een God die is en die zich al dan niet laat kennen of ingrijpen. Leegte veronderstelt dat niet. Leegte is niets anders dan de afwezigheid van scheiding, zonder dat er een "iets" overblijft dat zich alsnog "het Ene" zou mogen noemen, laat staan een instantie die knoppen omzet. Ook die aanduiding moet, met Nagarjuna, weer vallen.

In dat licht verandert de vraag zelf. Niet: waarom communiceert God niet rechtstreeks met ons. Ook niet: was dit teken of toeval. Maar: wie zijn "wij" en "God" dat er tussen hen gecommuniceerd, bewezen of ontkend zou moeten worden. Zodra die scheiding wegvalt, is er niets meer te overbruggen, en dus ook niets meer dat "onrechtstreeks", "bewijs" of "toeval" is.

Wat overblijft

En misschien is dat wat de Walsch-passage, ondanks zichzelf, wel raakt. Als liefde vrijheid is en vrijheid tot uitdrukking gebrachte liefde, is er geen aparte boodschapper meer nodig om dat over te brengen en ook geen schijnwerper die het hoeft te bewijzen. Het zit al in iedere keuze die vrijheid uitdrukt. Niet als geopenbaarde waarheid van een spreekbuis en niet als opgeloste twijfel over een lamp, maar als iets dat zich toont zodra de scheiding zelf wordt losgelaten: zonder liefde geen vrijheid, zonder vrijheid geen liefde.

Labels

Meer tonen

Veel gelezen afgelopen week

De relatieve waarheid van psychologisch onderzoek

Machtsstrijd tussen oudergenoten

Leeswijzer

Een liefdevol contact zonder oordeel helpt helen

Partnerwens tussen verlangen en vervreemding

Populaire posts vanaf 2005 tot nu

Psychologie en leven in het hier en nu

Hoe voer je een constructief gesprek?

De essentie van Houden Van

Het wezen van Ware Liefde

Wat is zelfrealisatie of verlichting?