Zonder vrijheid geen liefde en zonder liefde geen vrijheid

Het gezonde midden tussen betrokkenheid en afstand houden

Nu met de coronacrisis houden we voor de veiligheid anderhalve meter afstand ten opzichte van anderen. We tonen met het kiezen van de juiste...

Posts gesorteerd op relevantie weergeven voor zoekopdracht God is liefde. Sorteren op datum Alle posts weergeven
Posts gesorteerd op relevantie weergeven voor zoekopdracht God is liefde. Sorteren op datum Alle posts weergeven

22 januari 2019

De kip en het ei in het non-dualisme

Non-dualisme kun je opvatten als het inzicht dat er geen tijd bestaat, geen ruimte, geen vorm, geen waarneming, geen afscheiding, geen object-subject, niets dat zich bewust is van iets dat niet zichzelf is. Kortom, zoals een pas geboren kind de omgeving zonder angst lijkt te ervaren, maar dan op een bewust niveau. Of zoals intens verliefden zich een tijdje voelen.

In het Bijbelse paradijsverhaal worden Adam en Eva het zorgeloze paradijs uitgejaagd nadat ze een gebod van God hadden overtreden. Ze werden zich in één keer bewust van de dualiteit van goed en kwaad en konden en mochten niet meer terug in de paradijselijke eenheidservaring.

Het beeld van een straffende God lijkt op de ouder op wiens bescherming een opgroeiend kind rekent, maar dat het lijkt te kunnen verliezen door verkeerd om te gaan met zijn eigenheid en afgescheidenheid.
Bij de ontwikkeling van het eigen ego, zo rond het tweede levensjaar, begint het kind zichzelf af te scheiden van de omgeving. Daarin wordt het aangemoedigd door de ouders, immers het zijn de eerste tekenen van zelfstandigheid, maar tegelijk wordt het kind zich stapje voor stapje bewust van het nadeel van afgescheiden zijn, namelijk dat het ongenoegen kan oproepen bij de ander of dat je een ander gaat missen. Mogelijke straf roept angst op, angst om te worden verlaten of alleen gelaten, terug te worden geworpen op het zelf. Het leven levert je op die leeftijd, en eigenlijk nooit meer, de zorgeloze veiligheid van het eerste levensjaar. De peuter is er zich nog niet bewust dat je ongelijk bent en kunt twijfelen aan evenwaardigheid. Het gaat er gewoon vanuit en doet gewoon.

In termen van (non-)dualisme: vóór het ontstaan van het ego was de wereld één, was alles liefde. Na het ontstaan van het ego is er voor het eerst angst en is er dualiteit: ik en jij, goed en slecht, liefde en haat, blijdschap en verdriet, schuld en onschuld, straf en beloning, vroeger en later etc.. Essentieel voor de realisatie van non-dualiteit is dat ego doorzien wordt als een construct, een activiteit van de mind en geen entiteit. Non-duaal gewaarzijn laat zich per definitie niet vangen in het begrippenkader van het ego dat wil begrijpen en daarmee dualiteit schept.

Het lijkt een naïef wereldbeeld, maar dat alles verbonden is, is een inzicht dat al eeuwen speelt in oosterse culturen en in de moderne kwantumfysica. Is de moderne mens zich daarnaast wel voldoende bewust van de werking van angsten (ook in de vorm van twijfel) die (economische) belanghebbenden ook nu nog (en dan met opzet) oproepen?

Het beeld dat religies of ouders opriepen, is ook het beeld dat de politiek en de economische grootmachten oproepen. Het is de angst om niet goed of veilig genoeg te zijn, die de kiezer verleidt tot populisme en de consument herhaald tot aanschaf doet overgaan. Het bevordert dat materialisme (kopen) geassocieerd wordt met gelukkig worden.

Zet het beeld van een oordelende en straffende God tegenover het beeld van onvoorwaardelijke liefde dat door Een cursus in wonderen wordt aangehouden. Dit is een boek waarin misvattingen over de bedoelingen van God worden rechtgezet. De wonderen, die de cursus onderwijst, zijn uitdrukkingen van liefde die gepaard gaan met veranderingen in waarneming, waardoor we de wereld door de ogen van liefde in plaats van angst zien.
Jan-Willem van Aalst schrijft daarover in Wonderen of waan: God denkt niet; veroordeelt niet; straft niet. God heeft in het geheel niets met materie van doen. God weet niets van dualisme. God is. “God” is letterlijk synoniem met “onvoorwaardelijke liefde”. God doet niets, omdat hij niet van tijd weet. Onvoorwaardelijke liefde is simpelweg, volstrekt onbeïnvloedbaar omdat er in nondualisme niets anders is. Het “laatste oordeel” wordt volgens Een cursus in wonderen niet door God uitgesproken, maar door onszelf, zodra we ten langen leste het ego-denksysteem aan de kant schuiven en er dankbaar voor kiezen om tijd, ruimte, waarneming, veroordeling en individueel bewustzijn achter ons te laten. Dat is onze verantwoordelijkheid: het ontkennen van de ontkenning van Eenheid met onze Schepper.
….
In onze nachtelijke dromen kunnen de meest bizarre dingen gebeuren, en toch zijn we daarover niet verbaasd zodra we wakker worden. Wat we ons niet realiseren is dat zodra we denken wakker te zijn, wij slechts wakker zijn in dualisme, wat zelf een droom is.
Tot zover van Aalst.

Mieke Berger schrijft over onze identiteit:
"Alles dat wij kennen, zijn we dus niet zelf. We zijn dus niet ons lichaam en ook niet onze gedachten, zonder welke geen wereld kan ontstaan. We kunnen immers ons lichaam en onze gedachten waarnemen. Wat we dan wel zijn? Dat wat geen tegenstellingen kent en dus geen eigenschappen heeft. Onbeweeglijkheid, die beweging waarneemt. Tijdloosheid, die tijd waarneemt. Eigenschaploosheid, die eigenschappen waarneemt. Als we tot dat inzicht komen, zullen we moeten erkennen, dat wij niet in de wereld verblijven, maar dat de wereld in ons verblijft."

Non-dualiteit is (net als de natuur) Eenheid in beweging en in verscheidenheid en wij laten ons in slaap sussen met het idee dat dualiteit voorafgaat aan een onbereikbare nondualiteit. Dat verleidt ons om slechts te focussen op het eigen belang en de belangen van het geheel te negeren. "Pak wat je pakken kan" en "doe je voordeel met de tegenstellingen".
Het zou mooi zijn wanneer we ontwaken in de realiteit van het universele nonduale bewustzijn dat de illusie van dualiteit voortbrengt.
  • Dat we realiseren dat alles niet twee is en we vervolgens de ander, mens en dier, vriendelijker behandelen.
  • Dat we de schadelijkheid inzien van louter op het eigen belang gericht te zijn, ingefluisterd door het ego.
  • Dat we intuïtief herinneren dat wij (en dualiteit) voortkomen uit eenheid.
  • Dat we niet meer dualiteit (afscheiding) scheppen door te veroordelen.
  • Dat we inzien dat ogenschijnlijk tegenstrijdige zaken geen dualiteit vertegenwoordigen / betekenen.
  • Dat we inzien dat alle mensen en dieren intrinsiek evenwaardig zijn in het recht op beleven van vrijheid en liefde.
Er hebben triljoenen levensvormen geleefd, er leven er nu miljarden tegelijk. Dat waarin wordt waargenomen verschilt niet, wel wat en hoe wordt waargenomen. Het maakt een wereld van verschil.
Jij en ik zijn dat. "Tat tvam asi  (een uitleg door Alan Watts)". We zijn allemaal vormen van energie. De een heeft het talent om informatie (bijvoorbeeld een levensdoel) uit allerlei energielichamen op te pikken, een ander ziet alleen één lichaam. Het maakt niet uit voor het ontwaken in non-duaal bewustzijn. Frustrerend, omdat het niet valt te (be)grijpen? Je kunt er ook om lachen, zoals Alan Watts aangeeft.

De eenheidservaring is een tijdelijk kijkje in de staat van verlichting of zelfrealisatie.
Ervaringen blijven vernieuwen, het inzicht in het evenwaardige geheel van dualiteit en non-dualiteit kan blijvend zijn. Wie probeert het vast te leggen (in tekst, beeld, herinnering etc.), verstoort de resonantie binnen en met het geheel.
Het gaat om de balans tussen betrokken zijn en loslaten, als een eeuwig durende dans in het nu.
Liefde zijn en liefdevol doen en laten.
Het leven is één en liefde maakt dat je de verbinding herkent. Namasté mudra, "De ziel in mij, groet de ziel in jou".

Nondualiteit is het liefdevolle startpunt van waaruit iedereen tijdelijk wil vertrekken om de wereld te verkennen en wat vervolgens uit het oog wordt verloren omdat woorden en gedachten in de weg zitten. En tegelijkertijd kan die verbinding (met de eenheid) niet verloren gaan. Het is de kip en het ei in één.

De (ongeboren) baby wordt concipieerd in en tot eenheid en door versmelting van eicel en zaadcel. Met het geleidelijk loskoppelen van de eenheid bij het kind door het ontwikkelen van het ego wordt het kind het pad opgeleid dat via vele kronkelige omwegen en liefdesperikelen toch de kortste weg is naar nieuwe eenheid. Dit is niet letterlijk een terugkeer naar de bron van waaruit het startte, maar een (vermogen tot een) verbinding (thuis komen), opnieuw verbinden (latijn: "religare") op een transcendent, meer rustgevend niveau.
Terwijl de vanzelfsprekende en zorgeloze eenheid van de vroegste jeugd altijd blijft trekken, heeft het leven er belang bij dat we ons zo ontwikkelen dat we meer in harmonie gaan leven met onze omgeving, dat we geen oplossingen willen forceren, dat we een vredige omgeving helpen creëren waarin nieuw leven kan ontstaan en van waaruit het zich verder kan ontwikkelen.
Kortom een (individuele en evolutionaire) ontwikkeling van (meer) vrijheid en liefde.
Een ontwikkeling die plaats vindt in het eeuwig durende nu van onbewust paradijselijk naar bewust hemels.



9 januari 2012

Van slome vormen naar snelle beeldcultuur

We zijn in staat tot het trekken van veel parallellen. Sommige vormen lijken krachtig, maar zijn weinig doortimmerd. Discutabele spirituele "visionairs" bijvoorbeeld proberen hun theorie een natuurwetenschappelijke tintje en daarmee status te geven. Veel naïeve volgers horen in de kromtaal een klok luiden en zijn onverschillig waar de klepel hangt. Zo worden God, liefde en bewustzijn soms in één adem genoemd met onuitputtelijke energie, dichtheid en trillingen.
Rationeel en logisch denken wordt genegeerd; gevoel en intuïtie daar gaat het om.
God is almachtig en liefdevol, dus is liefde alles, dat soort logica.
Er zijn inderdaad veel mensen die blijven malen in hun hoofd met improductieve en depressief makende gedachten en de gevolgen van veel mentale stress is zichtbaar in het lichaam. Maar dat maakt een nuchter en gezond verstand nog niet overbodig. Verlicht worden is mooi, maar de aardappels moeten wel worden geschild.

Wie God gelijkstelt aan liefde, heeft veel uit te leggen, want hoe kan almacht en liefde samengaan? Het ligt dus complexer of nog liever: genuanceerder. Mogelijke antwoorden worden gegeven in een Theodicee, bijvoorbeeld dat God slechts activator was of omdat de mens pas iets heeft aan zijn vrije wil als hij er ook iets mee te kiezen heeft.

Vaak wordt een vergelijking gemaakt tussen liefde en stromende energie.
Energie is neutraal, kent een potentiaal en stroomt van hoog naar laag. Energie is vooral geassocieerd met kwantiteit. Het is het systeem waarbinnen energie kan worden ingezet dat op kwaliteit wordt beoordeeld, bijvoorbeeld een elektrische auto met een grote actieradius en als kwaliteiten stil, schoon en mobiel.
Liefde kent een positieve intentie en heeft een potentie om energie vrij te maken en om gelijkwaardiger te maken. Liefde is allereerst geassocieerd met kwaliteit, van laag in de vorm van verliefdheid naar hoog bij “ware liefde”. Het heeft in al haar vormen van doen en laten een ongrijpbare aard, die weer wel ervaren kan worden.

Liefde en energie kunnen dus wel aan elkaar worden gerelateerd, maar indirect. Directe koppelingen als "liefde is de meest dichte energie" of "alles is liefde" leveren weinig inzicht op over het wezen van liefde.

De tendens, dat we steeds minder aan logica en één waarheid hechten, is reeds lang geleden ingezet. We gaan communicatie steeds meer alleen gebruiken met het oog op haar effect. Het laten varen van de aanspraak op waarheid en het verschuiven naar het nut ervan heeft voordelen, maar natuurlijk ook nadelen. Zo maakt het fenomeen dat veel zaken gebaseerd zijn op vertrouwen het nu voor velen veel belangrijker of het imago positief en krachtig is dan de vraag of dit vertrouwen of imago realistisch is en ergens op is gestoeld. Wanneer deze relatie teveel wordt losgelaten, zoals de laatste decennia in de religie, wetenschap of de economie uit machtswellust, luiheid, onverschilligheid of hebzucht is gebeurd, dan raakt vrijwel alle vertrouwen zoek.

De technieken om beeld(en) realistisch te maken zijn door het inzetten van computers zo krachtig geworden en worden zo veelvuldig over ons uitgestort dat we soms niet meer weten of we iets hebben gezien in de media of dat we het zelf hebben meegemaakt. Tijd en moeite om het te checken nemen we niet. En misschien is dat ook niet altijd zo erg. Wat wel erg kan zijn is dat we door die twijfel bang of onzeker kunnen worden gemaakt en daarmee afhankelijk. Een twijfel die bijdraagt aan bewustwording is mooi, maar een twijfel die ervoor zorgt dat we ons verliezen in nieuwe schijnzekerheden is gevaarlijk.
Waarheid kan nooit worden gevonden binnen een vorm of binnen een idee van vormloosheid.

“Onder druk wordt alles vloeibaar”
Wanneer je energie toevoegt aan vaste vormen dan worden die meer plastisch. Bijvoorbeeld warmte toegevoegd aan ijs, zorgt dat ijs vloeibaar wordt tot water. De watermoleculen trillen los van het netwerk en kunnen later weer in een andere samenstelling vorm aannemen.
De beeldspraak van stromende energie is ook bruikbaar wanneer we beschrijven wat er gebeurt op het niveau van de samenleving en tussen individuen. Liefde is een potentie die aarzelende mensen de kracht kan geven om verbinding te maken. Wanneer die verbinding is gemaakt kan liefde stromen als ware beide geliefden een energiebron voor elkaar. Die energiestroom kent een aantal lagen, want het draagt op fysiek niveau bij in de vorm van seksuele energie aan de voortplanting. Op individueel niveau draagt het bij aan een stabiele verbinding. En die stabiliteit is gunstig voor het nageslacht en voor de sfeer in de samenleving. Op het niveau van bewustzijn kan liefde leiden tot persoonlijke ontwikkeling.
Op het niveau van de samenleving kan ook de beeldspraak van stromende energie worden toegepast.De individualisering leidt tot steeds lossere relaties en samenwerkingsvormen. Tijdelijk veranderen van orde naar chaos is heel gewoon en leidt hopelijk tot verbindingen van hogere orde. Scholieren en studenten worden minder gestuurd op verwerven van kennis en meer op het ontwikkelen van hun talenten om zichzelf te presenteren en om verbanden te leggen en verbindingen aan te gaan. Ontbrekende kennis wordt wel gegoogled. De verantwoordelijkheid om integer en authentiek te zijn wordt vooral bij het individu gelegd en nauwelijks getoetst.

Door moderne media als Internet en Twitter wordt er steeds sneller en mondialer gecommuniceerd in creatieve vormen. Identiteiten worden aangenomen, gefingeerd en verlaten. Pasfoto’s worden vervangen door avatars, want waarom zou je een relatie leggen tussen uiterlijk en inhoud? En wanneer je jouw boodschap niet binnen 140 tekens kunt overbrengen, ben je niet "to the point" genoeg.
De kwaliteit van een individuele bijdrage wordt vooral zichtbaar door de snelheid waarmee quotes en retweets worden gegenereerd. Wie permanent op de media aangesloten is, kan 24 uur per dag deelnemen aan de actuele discussie. Sluit je je een dag later aan, dan heeft reageren weinig zin meer. Er is alweer een ander trending topic. Je kunt dit fenomeen een energie met hoge trilling en een hoge of lage dichtheid noemen, maar er is weinig goddelijks en liefdevols aan. Het kan bijdragen tot revoluties, bevrijding en een ontwakend bewustzijn, dat weer wel.

3 juli 2015

Twee manieren om God te benaderen

Het denken van de Dominicaanse mysticus Meister Eckhart (1260-1328) oefent grote aantrekkingskracht uit op wie verlangt naar universele spiritualiteit en uit meer dan één religieuze traditie wil putten.
Nu exclusieve binding aan één confessie steeds meer plaats lijkt te maken voor meervoudige religieuze binding, dient de middeleeuwse theoloog en prediker Eckhart zich aan als een inspirerende figuur die de verschillen overbrugt.
Een voorbeeld van dat verschil is de negatieve, apofatische manier van God benaderen en de positieve, afatische manier. Let wel, dit is geen waarde oordeel; het negatieve (de via negativa) is van gelijke waarde als het positieve. De prioriteit van het ontkennende element ligt boven het bevestigende.

Auteur André van der Braak schrijft erover:

De negatieve theologie is in haar methode verwant aan de postmoderne deconstructiefilosofie van Derrida en anderen. Ze maakt gebruik van het apofatische (nee-zeggende) spreken, dat probeert uit te drukken wie God is via ontkennende uitspraken: God is niet goed maar ook niet slecht, niet groot maar ook niet klein, hij kent geen liefde maar ook geen haat, hij is niet almachtig maar ook niet machteloos. Door te omschrijven wie God niet is, kunnen we directe ervaringskennis verwerven over wie God wel is. Deze kennis kan echter nooit in woorden en begrippen worden uitgedrukt.
Een dergelijk apofatisch spreken is bij Meister Eckhart overal te vinden: God is een niets, we moeten van God verlost worden, we moeten alle beelden over God achterlaten. Ons diepste innerlijke zelf bestaat uit een goddelijke vonk waar verder niets over kan worden gezegd. Eckhart spreekt van het zielenvonkje. Wat daar gebeurt, is ‘onuitsprekelijk’ en ‘zonder woorden’. De belangstelling van het grote publiek voor Eckhart richt zich vaak op deze apofatische elementen in zijn werk, die de onzegbaarheid en onkenbaarheid van God benadrukken. Ook westerse boeddhisten kunnen Eckhart derhalve lezen en zich op hem beroepen.

Naast dit apofatische spreken, dat meestal alle aandacht krijgt, kan bij Meister Eckhart ook nog een ander discours worden gevonden. Binnen de theologie wordt dit tweede discours ook wel omschreven als het katafatische (bevestigende) spreken. De katafatische theologie probeert uit te drukken wie God is door middel van bevestigende uitspraken over God: ‘God is goed’, ‘God is groot’, ‘God is liefde’, ‘God is almachtig’. Dit katafatische spreken komt tot uitdrukking bij Eckhart in verschillende metaforen, waarvan de bekendste luidt, dat God zijn Zoon elk moment in de ziel baart. De Godsgeboorte was niet slechts een eenmalige gebeurtenis tweeduizend jaar geleden, maar vindt elk moment ononderbroken plaats.

Het leeg worden waar Meister Eckhart over spreekt, is dus geen doel op zich, maar dient ertoe om ruimte te scheppen zodat God zich onbelemmerd kan uitstorten in de ziel, en de oorspronkelijke eenheid van God en de ziel zich volledig kan manifesteren. Eckharts nadruk op de oorspronkelijke eenheid en eenvoud van God is een ander voorbeeld van hoe men met religieuze diversiteit om kan gaan zonder de eigenheid van de eigen traditie te verloochenen.



Zie ook Het positieve van het negatieve.

Wanneer religie wordt vermengt met machtsmisbruik dan roept dat soms heftig verzet op. In 1566 vernielden protestanten beelden in de katholieke kerk tijdens de beeldenstorm. Dit niet alleen vanwege verzet tegen een te letterlijke verbeelding van een niet in vorm te vatten God, maar ook als protest tegen liefdeloze onderdrukking door Spanje en Rome. Het beeld van een God met menselijke eigenschappen, die bovendien op onze hand is, sterft (zeker in het Westen) meer en meer uit. Het heeft geen zin om letterlijk op zoek te gaan naar aanwijsbare God en de Tao of proberen te bewijzen dat er wel of niet een God bestaat.
Een essentie, die per definitie ongrijpbaar is, valt slechts te ervaren door je er voor open te stellen. God, Tao, vrijheid en liefde zijn de bron én de bestemming van alles zonder een letterlijk begin en zonder een letterlijk einde te zijn.

11 maart 2010

Liefde en ijdelheid


Marianne Williamson vertelt in haar boek Terugkeer naar liefde wat “Een cursus in wonderen” haar deed; hoe zij ging inzien dat God ervaarbare liefde is en hoe dit haar veranderde. Zij ging zien welke blokkades haar verhinderden deel te hebben aan de krachten van de liefde. Haar angsten verschrompelden en zij leerde anderen niet te beoordelen, maar te begrijpen en te vergeven. Behalve een bemoedigend heeft het boek ook een aansporend karakter. Want door ons open te stellen voor Gods nabije aanwezigheid en door zijn liefdesenergie door ons heen te laten stromen, maken wij liefde tot werkelijkheid in ons en om ons heen. Het dagelijks leven komt aan de orde met thema's als werk, geld, carrière, lichaam, gezondheid, ijdelheid, leeftijd en dood, waarna zij sluit met het leven na de dood.

Tot zover de beschrijving van haar boek.


Wie het boek leest wordt inderdaad aansprekend meegenomen in de zoektocht van Williamson naar liefde, maar naarmate het boek vordert, plaatst zij zichzelf steeds meer als de spreekbuis van God op aarde. Daarmee schiet zij haar doel voorbij.
Het wonder van God en liefde kan slechts deels in woorden worden uitgedrukt.

In de epiloog van het Derde gesprek met God door Neale Donald Walsch (die zich ook graag met God "vereenzelvigde") het volgende citaat:

Onthoud altijd dat liefde vrijheid is.
Je hebt geen ander woord nodig om dat te definiëren.
Je hebt geen andere gedachte nodig om dat te bevatten.
je hebt geen andere daden nodig om dat te uiten.

Je zoektocht naar de ware definitie van liefde is voorbij.
Nu is de enige vraag of je deze gift van liefde
aan jezelf en aan een ander kunt geven,
net zoals Ik haar aan jou heb gegeven.

Alle systemen, overeenkomsten, besluiten en keuzes
die vrijheid uitdrukken, drukken God uit.
Want God is vrijheid en vrijheid is tot uitdrukking
gebrachte liefde.

4 januari 2015

Een goede God is niet nodig

Is het gegeven dat er veel menselijk leed is in de wereld een bewijs dat er geen goede God is?
Uiteraard is dat het bewijs, maar dat wil niet zeggen dat God of Allah, of om het even welke hogere macht dan ook, niet bestaat. Kunnen we accepteren dat er een macht zou kunnen bestaan die niet oordeelt?

Bij de vraag of God bestaat is vooraleerst van belang wat wij onder God verstaan. Is God een persoon, omdat bidden anders geen zin heeft? Is God degene die de evolutie op gang heeft gebracht? Zat God achter de oerknal?
Het moge duidelijk zijn dat je eigenlijk nog niets weet wanneer je op deze vraag een bevestigend antwoord krijgt. Elk antwoord roept eindeloos vervolgvragen op.

Mathieu Weggeman: "Zou het nu ook niet zo kunnen zijn dat mensen niet voldoende verstand of een niet ver genoeg ontwikkeld bewustzijn hebben om te begrijpen aan welke orde zij zelf deelnemen? Er is ook geen mens die een roman kan schrijven waarin de hoofdpersoon intelligenter is dan de schrijver zelf. Graag daarom wat minder stelligheid en arrogantie en wat meer bescheidenheid in het debat over het al dan niet bestaan van God."

Mensen voor wie het in het leven niet meezit, vinden troost in de gedachte dat zij na hun dood opgevangen worden door een liefdevolle God in een hemel. Mensen die een Bijna-Dood-Ervaring (BDE) hebben gehad melden een liefdevolle ontmoeting met overledenen en hemelse toestanden, niemand meldt een ontmoeting met een God. Er is vermoedelijk meer tussen hemel en aarde en er is niets mis mee om te geloven.

De vraag of God wel of niet bestaat zal waarschijnlijk nooit definitief beantwoord worden. Zelfs wanneer religieuze voorstellingen of gevoelens kunnen worden opgewekt door hersenstimulatie wordt deze vraag daarmee niet beantwoord.
Dat is geen ramp. Het kan voor velen een geruststelling zijn dat God zich niet aantoonbaar bemoeit met de gang van zaken op aarde en niemands zijde kiest. Het betekent namelijk dat we vrijheid zouden kunnen hebben en niemand God kan claimen. Vele anderen zouden zich afkeren van religie omdat het geen zin lijkt te hebben om te luisteren naar geestelijken die beweren namens God te spreken. Vooral niet wanneer religies op een oneigenlijke manier proberen macht en controle uit te oefenen. Het is niet zo verwonderlijk dat er vaak oorlog is met die landen, waarin veel religieuze fundamentalisten wonen. Een fundamentalist is iemand die vindt dat hij zijn visie over het ware geloof aan een ander mag opleggen, desnoods met geweld. Geen wonder dat Allah of God zich niet direct laat kennen.
De geest van de 10 geboden, de grondwet en de ethiek is in grote lijnen gelijk: “mijn vrijheid houdt op waar die van een ander begint” en “doe niet aan een ander wat je niet wilt dat een ander jou aandoet”. Deze richtlijnen worden zowel binnen als buiten religies aangehouden. Er is consensus over de grote lijn van wat goed en fout is. Goed is wat de vrijheid van zoveel mogelijk betrokkenen vergroot. Hecht geen geloof aan iets wat niet bijdraagt aan vergroting van vrijheid en liefde.

Misschien heeft geloven in een God nog wel zin; geloven in een God die oordeelt en probeert onrecht te voorkomen, ontslaat ons wel erg gemakkelijk van de verantwoordelijkheid om zelf te waken en na te denken over goed en fout.
Het accepteren dat een goede God niet bestaat maakt het ook logischer om grenzen te stellen aan geloven (religies) die claimen God of Allah aan hun kant te hebben en vervolgens een ongelijkheid introduceren en zich boven een ander stellen.

Het maakt het ook gemakkelijker om mensen uit andere culturen te accepteren en te respecteren in hun geloof, zolang zij zich evenwaardig opstellen. Wanneer we ons zouden oefenen in het achterwege laten van veroordelen en oefenen in het evenwaardig behandelen van onze medemens dan verdwijnt vanzelf de behoefte aan een goede God.

De cijfers begin 2015:
Atheïst: Er bestaat geen God of hogere macht of kracht - 25%

Agnost: Weet niet of God of een hogere macht bestaat - 31%

Ietsist: Er moet iets zijn als een hogere macht of kracht - 27%

Gelovige: God houdt zich met ieder mens persoonlijk bezig - 17%

Voor zoekers, twijfelaars, gelovigen en atheïsten is onderstaand boek van Frédéric Lenoir zeer inzichtelijk. Als God bestaat, waarom is hij dan onzichtbaar? Wanneer duiken de eerste goden op in de geschiedenis? Hebben joden, christenen en moslims het over dezelfde God? Is God een persoon, een energie of een scheppingsprincipe? En als het een persoon is, waarom dan bijna altijd een man? Kan de wetenschap het bestaan van God bewijzen? Is het boeddhisme een religie zonder goden? Zie inhoudsopgave van God?

Een citaat uit God?:
Wat Jezus betreft kwam verlossing voort uit gebed en uit onze betrekking tot God. Hij wilde de mens opnieuw in contact brengen met zijn goddelijke oorsprong. Maar in navolging van bepaalde Bijbelse profeten bracht hij om te beginnen zijn discipelen een andere kijk op God bij, door hun te tonen dat zijn almacht als het ware onderworpen is aan zijn liefde en aan zijn absolutie eerbied voor de vrijheid van al zijn schepselen. Dat houdt in dat de menselijke wisselvalligheden niet meer mogen worden opgevat als goddelijke beloningen of straffen. God biedt de mens met zijn genade innerlijke ontferming, in plaats van de rechtvaardige voor elk bezoeking te behoeden of de zondaar voor zijn dwalingen met beproevingen te straffen. Daarom zal Hij ook niet in het reilen en zeilen van de wereld ingrijpen.

7 augustus 2014

Niemand kan het ongrijpbare grijpen

George Bernard Shaw: 'Alle grote waarheden beginnen als godslastering'. Zowel God als de waarheid zijn ongrijpbare begrippen, maar met die aantekening is er veel nuttigs over te zeggen en te schrijven.
Neale Donald Walsch is de auteur van verschillende Gesprekken met God. Hij vat de boodschap van God samen als "Jullie hebben me helemaal verkeerd begrepen". Hiermee illustreert Walsch zijn eigen ongrijpbaarheid. Wie goed tegen deze vorm van humor kan, leest zijn boeken gemakkelijk weg.
Had hij echt een gesprek met God? In de eerste boeken wilde hij nog wel de indruk wekken, toen eenmaal de boeken begonnen te lopen, liet hij in latere werken die schijn steeds meer achterwege. Zijn inzichten zijn er niet minder indrukwekkend en leerzaam om. Dat zouden meer channelaars moeten doen.
De boodschap van God is de boodschap van Walsch en van de meeste mensen die van eenheid uitgaan en naar eenheid zoeken.

In 2013 en 2014 verscheen zijn trilogie Gesprekken met de mensheid, waarin hij geheel en al vanuit zijn eigen inzichten schrijft. Een deel van de 25 boodschappen van God (samengevat in Wat God zei) zijn:
1. We zijn allen één. .... Je bent een uitdrukking van God op aarde.
2. Er is genoeg. .... Het enige wat je moet doen is delen.
3. Er is niets wat je moet doen. .... Er is een hoop dat je zult doen, maar niets wat er van je vereist wordt.
4. God praat met iedereen, altijd. .... De vraag is wie luistert er?
5. Er is geen Ruimte en Tijd, er is alleen het Hier en Nu.
6. Liefde is alles wat er is.

Aan deze inzichten kun je zien dat hij gelieerd is aan het non-dualisme, het Taoïsme en het boeddhisme. Hij laat het Oude en Nieuwe Testament links liggen en propageert een nieuw evangelie en spiritualiteit.
Volgens Walsch denken we te veel in dyades. Een dyade is een groep bestaande uit twee personen. Zij is de kleinst mogelijke sociologische eenheid waarbij sprake kan zijn van interactie. Walsch noemt gewone tweedelingen ook een dyade: tweeledigheid, dualisme, tegenstellingen, dichotomieën, dilemma’s, etc.. Voorbeelden zijn goed-slecht, leven-dood, man-vrouw, warm-koud. Hij pleit voor het denken in triades via een begrip tussen de polen in. Een dyade slaat als het ware dood, een triade maakt beweging en ontwikkeling mogelijk. In twee dimensies zijn wij gevangen, in drie dimensies kunnen we vrij zijn. Er zijn dan cyclische herhalingen, maar er is ook groei mogelijk, als een spiraal die wentelt in een bepaalde richting.

Walsch gaat uit van het bestaan van de ziel naast lichaam en geest. Intuïtie zetelt in de ziel. De geest waakt over ons voortbestaan en kan een rechtstreekse weg naar de ziel openen. “De ziel stort zijn essentie uit –de ware essentie van haar zijn– en die essentie spreekt door jou, als jou. Dit manifesteert zich zonder enige moeite omdat het in feite is wie je werkelijk bent.”
In dit citaat stelt Walsch impliciet dat de ziel zowel een onderdeel van ons als van God is. Vandaar dat hij in gesprek met zichzelf met God kan “praten”. Elders schrijft hij "Ik weet wel dat de 'iemand anders' die dit boek geschreven heeft slechts een ander deel van mij is.
Walsch verandert respect voor God van vrees naar evenwaardigheid. Iedereen kan met God praten en niemand wordt uitgesloten. Hierdoor kan de liefde stromen, terwijl er een evenwicht is tussen betrokkenheid (liefde) en afstand houden (vrijheid). Zie ook de definitie van respect (via de labels onderaan).

Hoe kan jouw ziel worden benaderd?
Via meditatie.
Stap 1 is jouw geest zich op iets anders te laten concentreren. Dit vereist oefening.
Stap 2 is een ontwikkeling van een hunkering naar verbondenheid.
Stap 3 is vergroten van het bewustzijn.

De drie stappen worden door Walsch niet echt helder en daarmee bruikbaar beschreven.
Ook hij kan niet waarmaken dat je het ongrijpbare kan (be)grijpen.

De kracht van zijn boeken is dat religieuze en spirituele zaken gewoon en minder hoogdravend worden behandeld. De zwakte van zijn snelle producties is dat zijn boeken wel wat beter geredigeerd kunnen worden. Er is veel herhaling en er is veel gebruik van woorden als “de truc is”, “waar het op neer komt”, “begin met”, “het is simpel”, “de essentie is”. De stijl van Walsch lijkt op een reeks achtervolgingsscènes uit een film waarin bij elk volgend shot de achtervolger(s) weer wat achteruit zijn geplaatst en de achtervolgde net niet lijkt te worden gegrepen.

Een mooi citaat uit Het enige wat ertoe doet:
Als onderdeel van Gods "grootste" geschenk, namelijk vrijheid, kun je (het leven) met een schone lei beginnen (terwijl de ziel reïncarneert). Cursieve aanvullingen van mij.

Voor Walsch heeft de ziel een agenda en levert instrumenten om samen te werken met de geest. Deze instrumenten zijn:
Dankbaarheid maakt je in een oogwenk vrij van strijd en lijden.
Hercontextualisatie maakt je in een oogwenk vrij van boosheid en wrok.
Medeleven maakt je in een oogwenk vrij van zelfverwijt en gebrek aan eigenwaarde en van frustratie met anderen.
Vergiffenis maakt je in een oogwenk vrij van alle pijn, beschadigingen of verwondingen op enigerlei wijze uit welke bron dan ook.
Niets van dit alles zal gebeuren als je niet eerst volledig in bereidwilligheid stapt.

In onderstaande video (van één van zijn websites) demonstreert Walsch de werking van deze agenda en haar instrumenten:



In de inleiding van "Wat God zei" maakt Walsch een politiek statement:
"Het is tijd dat we hier eerlijk zijn: niets werkt. En dan bedoel ik ook niets.
Geen enkel groot systeem dat we hier op deze planeet hebben opgezet functioneert zoals het hoort. Ons politieke systeem niet. Ons economisch systeem niet. Ons milieukundige systeem niet. Ons onderwijskundige systeem niet. Ons sociale systeem niet. En ons spirituele systeem niet. .... Ze leveren een resultaat op waarvan we zeggen dat we het niet willen."
Tot zover een citaat uit de inleiding.

Volgens Walsch zijn bovengenoemde boodschappen bedoeld om alles te veranderen. Hij roept de lezers op om via een community op Internet met elkaar daarin samen te werken.

Misschien is daarom boodschap nummer 16 interessant:
"Zodra je iets afkondigt, zal alles wat tegengesteld is in die ruimte komen. Dit is de Wet van Tegengestelden die een Contextueel Veld produceert waarbinnen dat wat je wenst uit te drukken ervaren kan worden."
Het verhaal gaat dat God meer wilde doen dan alleen maar te bestaan en wenste Zichzelf te ervaren. Om dit te kunnen doen moest God iets ervaren wat Hij niet zelf was.

Het gevoel van eenheid met anderen kan worden bevorderd door je te verplaatsen in het standpunt van de ander. Dan gaat het om het ervaren van de gevoelens die bij dat standpunt worden opgeroepen.
Wie iets wil bereiken, een doel of meer kwaliteit, moet inschatten wanneer en hoe een obstakel aan te pakken dat op zijn weg komt. Of het is een illusie, of je kunt het beter vermijden of je kunt het gebruiken. Wie niet bang is om de ervaring aan te gaan dat illusies en overtuigingen niet waar zijn, maakt het ongrijpbare weer iets grijpbaarder.

15 augustus 2014

Een straffende Godheid is een misvatting

Wie gelooft in een almachtige God zou ook moeten aannemen dat die God onafhankelijk is van de mens. Of die God streng of liefdevol of beide is, is onze menselijke interpretatie van wat we menen te zien aan Goddelijke ingrepen. Wat mensen vervolgens met anderen doen als gevolg van die interpretatie gaat ons allemaal aan of je nu een gelovige, een agnost of een atheïst bent.

Neale Donald Walsch heeft vele boeken geschreven over zijn gesprekken met God. In een soort afsluitend boek onder de titel “Wat God zei” kijkt hij terug op deze gesprekken. In het boek behandelt hij 25 boodschappen van God, die hij heeft beluisterd.

Boodschap nummer 22 luidt:
“Er zijn Vijf Misvattingen over God die crisis, geweld, moorden en oorlog creëren. Ten eerste het idee dat God iets nodig heeft. Ten tweede het idee dat God kan falen in het krijgen van wat Hij nodig heeft. Ten derde het idee dat God jou van Hem gescheiden heeft omdat je Hem niet hebt gegeven wat Hij nodig heeft. Ten vierde het idee dat God nog steeds nodig heeft wat Hij zo hard nodig heeft dat God nu van jou verlangt dat jij dit, vanaf jouw afgescheiden positie, aan hem geeft. Ten vijfde het idee dat God je zal vernietigen als je niet tegemoetkomt aan Zijn eisen.”

Walsch: “Veel religies en miljarden volgelingen geloven dit. Zij zullen je vertellen dat wanneer je niet aan Gods eisen voldoet, je ten gevolge hiervan zult branden en onmetelijk zult lijden in de eeuwige vuren van de hel.
Dit ben ik de Tweede Straf van God gaan noemen. De Eerste Straf was verbanning uit de Hof van Eden. De Tweede Straf is de afwijzing van de geschiktheid om terug te keren en de veroordeling tot eeuwig durende marteling.”

Klik hier voor een uitwerking van deze geschiedenis.

Walsch concludeert met de cynische samenvatting: “Je hebt een God die dingen nodig heeft, die niet kan krijgen wat Hij nodig heeft, die jou heeft weggestuurd omdat Hij niet kon krijgen wat Hij nodig had van je voorvaderen miljarden jaren geleden, die nu eist dat je Hem geeft wat Hij op dit moment nodig heeft en die je eeuwig zal straffen wanneer je dit niet doet.”
“God kan niet falen dat te krijgen wat God nodig heeft, vooropgesteld dat God iets nodig heeft. God heeft de mensheid niet van Hem gescheiden. God eist niet van ons dat we God iets geven. En God zal ons nooit vernietigen voor het niet tegemoetkomen aan Gods niet-bestaande eisen.”

Vul hier voor God in: Allah of Boeddha of welke Godheid dan ook. Wanneer je ook nog eens aanneemt dat we allemaal een deel van God in ons hebben, dan kan de prettige conclusie niet anders zijn dan dat God een liefhebbende God is. Wie aan God een wraakzuchtige of straffende inborst toeschrijft heeft zijn eigen, discutabele belangen om dit beeld aan anderen op te leggen. Dat belang is meestal macht uit te oefenen door de ander bang te maken.

Volgens Walsch is het eerste geschenk van God aan de mens “vrijheid”. "Vrijheid is tot uitdrukking gebrachte liefde". Daarmee hebben we ook een verantwoordelijkheid die inhoudt dat wij mensen in de gaten moeten houden of er liefde in plaats van bloed stroomt. En dat geldt voor alle mensen of zij nu wel of niet gelovig zijn. Andermans grenzen overschrijden mag nooit verdedigd worden uit naam van een God of wat dan ook.
“Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet”. Dit adagium is de basis van ons rechtssysteem, etiquette, religie, moraal et cetera.
Voor wie dit niet herkent, het adagium kun je ook verwoorden als: "waar andermans grenzen beginnen, houdt mijn vrijheid op".
Onze menselijke vrijheid en verantwoordelijkheid houdt ook in dat we God niet kunnen verwijten dat hij/zij niet ingrijpt bij onrecht en ellende. Het verklaart ook dat God zowel door sommigen gezien wordt in alle levensvormen als zelf voor iedereen onzichtbaar is. Net als een Zelf in een mens niet fysiek aanwijsbaar is, is God ongrijpbaar.

Wat hebben we aan de opvattingen en boeken van Walsch?
Het beeld dat we (via de ziel) allemaal onderdeel zijn van een liefhebbende God maakt het aantrekkelijker om aandacht te hebben voor spiritualiteit. We hebben er namelijk alleen maar positieve gevolgen van te verwachten. De kunst is om het kaf van het koren te kunnen (onder)scheiden en niet over het hoofd te zien dat die liefhebbende en vrijheid schenkende God ons ook evenwaardigheid voorhoudt. Een opspelend ego (dat zich meer voelt dan een ander) en een zuivere kijk op spiritualiteit gaan moeilijk samen.
Het valt onder onze vrijheid dat we zonder Godsbewijs de opvattingen van Walsch serieus nemen en tegelijk (on)gelovig, atheïst of agnost blijven. De opvattingen kunnen bijdragen aan het begrip voor het standpunt van anderen en weerhouden ons hopelijk tot het vellen van oordelen daarover.

Volgens Walsch is boodschap 23:
"Er zijn ook Vijf Misvattingen over het leven die eveneens crisis, geweld, moorden en oorlog creëren. Ten eerste het idee dat mensen van elkaar gescheiden zijn. Ten tweede het idee dat er niet genoeg is van wat mensen nodig hebben om gelukkig te zijn. Ten derde het idee dat om de spullen te krijgen waarvan er niet genoeg is, mensen met elkaar moeten wedijveren. Ten vierde het idee dat sommige mensen beter zijn dan andere mensen. Ten vijfde het idee dat het juist is dat mensen hun ernstige meningsverschillen die gecreëerd zijn door al die andere misvattingen oplossen door elkaar te doden."

Net als bij het motto van de Franse Revolutie “vrijheid, gelijkheid en broederschap” gaat het bij boodschap 23 om het (h)erkennen van de eenheid tussen mensen. In yoga heeft de namasté mudra, ook wel het respectgebaar, de symbolische betekenis van "ik buig naar de godheid in jou". Het staat symbool voor respect. "De ziel in mij, groet de ziel in jou".
God spiegelt zich in de medemens.
Eenheid is ook het terrein van de non-dualiteit (A-dvaita: niet-twee). Wat een non-duale levensstijl kan opleveren staat in deze column.

1 juni 2018

Ongrijpbare krachten en dwaalwegen rondom spiritualiteit

Opgegroeid in een katholiek gezin en terugkijkend op de lange geschiedenis van het westerse geloof en dat geloof vergelijkend met het Taoïsme vallen mij onderstaande overeenkomsten en verschillen op in het omgaan met macht en onmacht. Ik beschrijf wat mij tegenstaat aan het christendom en wat mij fascineert aan het Taoïsme, namelijk dat in de natuur het evenwicht steeds wisselt en niets kan bestaan zonder zijn tegendeel (yin en yang).

Vasthoudendheid
Wie een bepaald geloof aanhangt, wil er ook graag voordeel van hebben. Je hoort bijvoorbeeld bij een groep, die je sociale contacten en bescherming oplevert of je hebt een God waaraan je een verzoek kunt richten. Maar die wens tot voordeel blokkeert het zicht op waar spiritualiteit overgaat.
In een ongezond samengestelde samenleving of een geestesziek individu kan een egoïstische en/of superieure geloofsovertuiging zelfs tot fascisme leiden en daarmee tot liefdeloos geweld.
Een duivenexperiment van Skinner maakte duidelijk dat wanneer je er van overtuigd bent dat je met bepaald gedrag een beloning lijkt af te dwingen het heel lang kan duren voordat je dat gedrag verandert, terwijl je maar af en toe en ook nog toevallig beloond wordt.
Duiven en mensen willen dus graag geloven dat zij sturing hebben over hun lot en kunnen dit geloof heel lang vasthouden. Mensen kunnen zelfs wachten op een beloning na hun dood. Heel wat kapitalistische regimes hebben van deze goedgelovigheid misbruik gemaakt en hebben gewetenloos zelf materie verzameld die ze van goedgelovigen hebben afgetroggeld. Velen hebben bij leven onrecht laten bestaan in de verwachting dat na hun dood door God recht zou worden gedaan of hun geduld beloond.
Vriend en vijand van religie zijn het erover eens dat je God niet voor je karretje kan spannen. Atheïsten verklaren God gewoon voor niet bestaand en dragen toeval als reden aan voor de evolutie en al het moois op aarde en gelovigen vinden dat je steun van God moet verdienen door goed gedrag te vertonen. En er is altijd wel een voorbeeld te verzinnen dat iemand bij zichzelf kan aandragen dat hij niet perfect is geweest en God daarom niet zijn gebed verhoort. En zo blijft iedereen lang bij zijn standpunt.

Verdelen en verbinden?
De Romeinen die hun rijk rond het begin van de jaartelling graag in stand wilden houden kregen ergens in de eerste eeuwen na Christus door dat het geloven in één god veel gemakkelijker verschillende volkeren bindt dan het geloven in vele goden die ook nog eens veel menselijke gelijkenis hadden. Die ene god (overigens genderneutraal avant la lettre) was de schepper van de mens naar zijn gelijkenis en was zelf zonder menselijke fouten. God kon wel kwaad ("vertoornd") worden en de mensheid straffen met vele plagen.
Was eerder de werkzame politiek van de wereldse overheerser “verdeel en heers”, door het christendom als officiële staatsgodsdienst aan te nemen en het Vaticaan aan het hoofd te zetten van een mondiale kerk kon het wereldrijk van Rome daarmee zowel verdeeld als verbonden als geheerst worden. En met deze “drie-eenheid” kon nog millennia door machthebbers geprofiteerd worden van de rust en materiële welvaart die dit systeem opleverde. Om over het misbruik van schaapjes door de herders nog maar te zwijgen.

Oosterse en westerse spiritualiteit
De ethische uitgangspunten van atheïsten, agnosten en gelovigen mochten dan soms verschillen, in de praktijk konden ze zich vinden in het principe “wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet”. Het leidde zowel tot een liberale als tot een sociale wetgeving. Gelovigen konden leven met het idee dat het Kwaad met wereldse wetten kon worden beteugeld en tegelijk vrijheid bewaakt wordt. God zou dit rechtvaardigen. Volgens de theodicee van de vrije wil accepteert God het bestaan van het kwaad in de wereld omdat de mens pas iets heeft aan zijn vrije wil als hij er ook iets mee te kiezen heeft. Het Kwaad bestaat dus zodat de mens een keuze kan maken ertegen.
Eigenlijk en uiteindelijk was god niet meer nodig om alles autonoom te laten draaien. Nietzsche verklaarde god dan ook dood en anderen legden zich er bij neer dat religie een privézaak is. En omdat het bewijs dat God (wel of niet) bestaat niet kan worden geleverd konden we in het westen gemakkelijk aansluiten bij Oosterse tradities als het Taoïsme. Gods wegen en de Tao zijn ondoorgrondelijk. 'De tao doet niets en toch blijft niets ongedaan.'

Wikipedia over de Tao (letterlijk “de weg, maar ook de stroom”):
Men kan tao alleen bij benadering leren begrijpen of volgen. "De weg (tao) heeft begin noch eind." In de tekst van de Daodejing (Boek van de Weg en de Kracht) wordt geschreven: "De essentie van tao is dat het niet uitgedrukt kan worden. Als men denkt het wel te kunnen uitdrukken, dan is het niet tao." Tao is immers vormloos en niet gebonden aan een vorm.
Tao voedt alles. Het creëert de gewenste ordelijke patronen in de chaos. Maar de wens naar ordelijke patronen zal nooit vervuld worden. Men kan alleen maar op het pad blijven van de zoektocht. In de taoïstische leer is tao de kwaliteit van die zoektocht.

Tot zover.
Uit vers 51 van Laozi:


Tao brengt de dingen voort.
Het brengt ze groot door Teh.
Teh brengt ze tot wasdom en vormt ze,
voltooit ze en doet ze rijpen
Voedt ze en beschermt ze.
Voortbrengen, maar zich niet toe-eigenen
Doen maar zich er niet op voor laten staan,
tot wasdom brengen maar zonder heerser te zijn,
dat is wat ‘diepe deugd’ genoemd wordt.

Tot zover.
Teh is de liefdevolle kracht die werkt via het paradoxale wu wei principe: doen door niet te doen. Wie volgens de tao leeft, weet dat hij de uitdagingen in het leven, zijn ellende en problemen niet meer met strijd, macht of inspanning te lijf moet gaan. Hij gaat spontaan en bewust mee in de loop der dingen.

Hoe leeft iemand in de geest van de tao? Chuang Tze zegt:

Jullie zijn oprecht en rechtvaardig, zonder te weten dat je door zo te zijn rechtschapen  bent.

Jullie houden van elkaar, zonder te weten dat dat goed is.

Jullie zijn eerlijk, maar weten niet dat dat trouw zijn is.

Jullie houden je aan je woord, zonder te weten dat je daarmee in geloof en vertrouwen leeft.

Jullie helpen elkaar, zonder eraan te denken geschenken te geven of  te krijgen.

Zo laat je handelen geen sporen achter.


De oosterse en westerse uitwerking van religie zijn twee convergerende wegen om God te benaderen. Let wel: dit gaat over wat het voor jou betekent dat er een hogere macht kan bestaan en ervaren.  Soms bewandel je dan een positief pad en soms negatief, maar niet letterlijk, altijd ongrijpbaar en daarmee vrij. Net als bij intermenselijk contact gaat het bij geloofszaken om respect, dat wil zeggen het aanhouden van de juiste afstand en juiste betrokkenheid. Wie een ander in de greep (macht) wil hebben, verliest de echte verbinding. Wat juist is wordt ingegeven door het wederzijdse belang van het individu en het geheel (god of tao of natuur enz.) en dat is dat liefde stroomt. Machtswellust blokkeert die stroom.

Tekst 67 is een centrale tekst uit de Tao Te Tjing en gaat over De drie schatten.
Wie met / naar de Tao leeft, kent allereerst diepe liefde (mededogen, medeleven, compassie, onbaatzuchtige moederliefde, zachtmoedigheid). Dit is de eerste grote schat.
De tweede schat is matigheid en de derde is bescheidenheid.

Uit De kunst van het Niets doen van Theo Fischer over een Taoïst:
In een liefdesrelatie of een huwelijk behoudt hij zijn zelfstandigheid en innerlijke vrijheid. Dat wil niet zeggen dat die vrijheid als trouweloosheid kan worden gezien – de mens in de geest van de tao is standvastig – maar het betekent dat hij de integriteit en de behoeften van zijn partner in dezelfde mate respecteert als die van hemzelf. Hij is in staat lief te hebben zonder te willen bezitten. Hij ziet zijn partner niet als privé-bezit, maar laat zichzelf evenmin op die manier inpalmen. Hij behoudt zijn zelfstandigheid en is toch tot een hoge mate van liefde in staat. Ja, liefde kan eigenlijk alleen onder deze omstandigheden gedijen.

Tenslotte een persoonlijke opmerking: ik ben geen katholiek of taoïst, ik ben het ook niet niet. Ik wil en hoef me niet meer te identificeren met de identiteiten die mij zijn aangereikt.
Ik geloof in het verschil tussen niets doen en niet doen. Mij bewust (willen) zijn van het ethische verschil tussen doen en laten in het vergroten van vrijheid voor iedereen, dat is wat mij fascineert.

Wie meer wil lezen over de tao en alternatieve manieren om te kijken naar religie, klik op de links in dit artikel of op de labels onderaan.

19 juni 2017

Rigoureuze mystiek

Meister Eckhart leefde in de late Middeleeuwen. Hij was voor het Vaticaan een omstreden mysticus, omdat zijn ideeën weliswaar simpel waren, maar ook zeer radicaal.
Door de eeuwen heen heeft Eckhart als Dominicaanse priester altijd een tegenwicht gevormd tegen religieuze instituties die haar volgelingen onwetend en afhankelijk wilden laten zijn.
In een preek beantwoordde hij deze vraag:

Hoe moet ik God liefhebben?
Je moet Hem liefhebben zoals Hij is: een niet-god, een niet-geest, een niet-persoon, een niet-beeld, verder: zoals Hij is een puur, rein, louter Een, afgezonderd van alle tweeheid, en in dat Ene moeten wij eeuwig verzinken van iets tot niets.


Deze manier van spreken was gebruikelijk in de Joodse en Griekse apofatische theologie. Het Griekse woord apofasis betekent letterlijk ‘weg van de spraak’. Volgens de negatieve theologie is God dan ook zó verheven, dat je hem nooit kunt benoemen. Hij vormt het ultieme mysterie waarop al onze ideeën en voorstellingen afketsen. Of, zoals Eckhart het kort en krachtig in een Latijnse preek zegt: “God is voor ons onbenoembaar vanwege de onbegrensdheid van alle zijn in Hem. Al onze begrippen en namen drukken echter iets uit wat begrensd is. Op die manier kunnen we met ons verstand nooit beredeneren wie of wat God is.

Ook in de Advaita Vedanta uit het Hindoeïsme is deze manier van toepassen van de ontkenning om ongrijpbare concepten te benaderen gebruikelijk. Advaita betekent “niet-twee” om de eenheid (non-dualiteit) van alles te benoemen. Neti, neti, niet dit, niet dit. Wanneer de voorbeelden slim gekozen worden, wordt daarmee het ongrijpbare inzichtelijk gemaakt.

Spiritueel coach Hans Laurentius gebruikt de aanbeveling om tot de waarheid omtrent je ware aard te komen, door een rigoureus zelfonderzoek. De waarheid ontdekken en het pad naar zelfrealisatie wordt dan “als het ware” stap voor stap af te leggen wat je niet bent en wilt zijn.
Dit is een kwestie van inspanning en genade en een moment van compleet loslaten is uiteindelijk onontkoombaar. Eckhart belooft een totale bevrijding.
In het “niet-kennende kennen,” waarbij Eckhart steeds weer ons hele heil in het niet-kennen, niet-weten stelt, wordt de kennis van God een gebeuren van het moment, een “vonkje,” waarin kenner en gekende in een heilige, geheelde geest steeds weer tot één geheel versmelten.

In De vreugde van verlichting schrijft Laurentius "wie God ontdekt, wordt vertrouwen, het is niet een kwaliteit waarover je als individu beschikt; het is (een aspect of karakteristiek van) je aard, het is een deel van wat je bent. Het dualisme verdwijnt en er is niet meer iemand die op God zit te vertrouwen, maar God manifesteert zichzelf als het ware als vertrouwen."

En zo wordt het ongrijpbare hanteerbaar en blijft het altijd levend. Dit geldt niet alleen voor God, maar ook voor liefde, vrijheid en respect.

Lessen voor onze tijd?
"in dat Ene moeten wij eeuwig verzinken van iets tot niets". Anders dan in de middeleeuwen trekken mensen zich voor contemplatie niet meer (lange tijd) terug uit het gewone leven. De geschiedenis maakt tevens steeds meer een einde aan ongelijkheid tussen mensen. Niemand staat in waarde of grondrechten boven de ander, maar we zijn wel steeds (meer) bezig onszelf met anderen te vergelijken. Wij kunnen de uitdaging van Eckhart om te verzinken van iets tot niets oppakken door ons als gelijke van andere mensen en zelfs van dieren te gedragen. Dat heeft positieve gevolgen voor het welbevinden van alle levende wezens op aarde.
Eckhart pleitte ook om van God geen voorstelling te maken. Tegenwoordig wordt "een hoger wezen" aangeduid met de meest uiteenlopende namen: Natuur, Alles, Niets, Leegte, Tao, JHWH. Zou het even serieus nemen in alle eenvoud van deze aanduidingen, met geduld en mededogen, niet een mooie toepassing opleveren van 'Uw wil geschiede"?

Het begrip Gelassenheit lijkt op wu wei, het loslaten van de eigenwilligheid, zodat een leeg gemoed ontstaat, een ontvangstruimte voor God.

Heel praktische aanwijzingen rondom de mystiek van Meister Eckhart en het pad naar verlichting geeft auteur C.B. Zuijderhoudt.

Een citaat over gelatenheid.

In het dagelijks leven moet men zich regelmatig doen gelden om te kunnen functioneren. En dan wil dat zomaar niet direct, dat elimineren van de eigen persoon. Daartoe is een morele attitude, een geesteshouding nodig, die dat helpt te bewerkstelligen. Die geesteshouding zou men kunnen omschrijven als gelatenheid. Dat is niet zoiets als de staart tussen de benen. Het is meer de houding die voorkomt uit een overtuigd: 'Uw wil geschiede'. En dan niet zozeer als kritiekloze gehoorzaamheid aan veronderstelde of gefantaseerde goddelijke wensen, maar als een uitnodigend aanvaarden van wat het leven brengt. Als het van binnenuit 'akkoord' zeggen tegen de natuurlijke gang van het bestaan. Waar de mens geen persoon meer is en zich herkend heeft als uitsluitend bewustzijn, is daar ook geen wil meer. Want met die persoon verdwijnt de persoonlijke wil. 'Uw wil geschiede' is in dat geval dan ook een moeiteloze aangelegenheid zonder strijd. En dat verschaft vrijheid.



Vetgedrukt hierboven worden de "drie schatten" genoemd. Eenvoud, geduld en mededogen vormen de toegang tot tao. Keer terug tot de bron. Jezelf kennen is de meest grootse expressie van het leven. Je weg naar huis vinden is een grootse reis. Reis met geduld, ga langzaam en geniet van elke stap. Blijf aanwezig in het moment en je zult vinden wat je zoekt. Laat je leiden door mededogen. Je hart heeft de weg altijd gekend.

10 maart 2017

De wens loslaten om alles te beheersen

Het is een menselijke wens om overal verbinding te zien en verklaring te vinden. We zoeken zinvolle verbanden en hopen zo meer grip op het leven te krijgen. Daarnaast leven en handelen we vanuit waarden. Zijn die waarden ooit in de evolutie ontstaan en daaraan onderhevig?

Vrijheid is openheid is liefde. Met deze simpele zin maakt schrijver David Deida de verbinding tussen twee zeer belangrijke waarden. Veel mannen veronachtzamen in hun zoektocht naar vrijheid de liefde en veel vrouwen veronachtzamen in hun zoektocht naar liefde de vrijheid. Ze zoeken het bij elkaar en kunnen zo van elkaar leren en in het voorbijgaan wordt het leven doorgegeven.

Tijdens de eindeloze cycli van levens materialiseert in wisselende openheid de energie van vrijheid en liefde steeds meer in vorm en inhoud. Zie de evolutie van eencelligen in miljarden jaren naar bewust levende wezens met miljarden samenwerkende cellen. Mens en dier zijn meer dan de som van miljarden samenwerkende cellen geworden en kunnen (met wisselend resultaat) steeds beter uit de voeten met vrijheid en liefde.
Ook binnen een mensenleven vindt dit proces plaats na het samenvoegen van de zaadcel en de eicel. Op basis van informatie uit het DNA wordt het lichaam tijdens de zwangerschap opgebouwd en na de geboorte vanuit het opgebouwde geheel van cellen bestuurd en in leven gehouden. Tijdens een mensenleven krijgen vrijheid en liefde een steeds andere waardering. We zijn in elke levensfase zowel vrij als niet vrij. In elke levensfase doen we meer ervaring op met liefde.

Is deze evolutie een bewust proces, waarin vrijheid en liefde ontwikkelen? Met andere woorden is er een bewustzijn die dit proces stuurt? Is bewustzijn (geest) de oorsprong van materie?

Een eerste antwoord is dat het proces van groeiende vrijheid en liefde in het bewustzijn en daarmee in het lichaam plaatsvindt. Elk levend wezen moet proberen gezond te blijven om aan het natuurlijke proces van het doorgeven van leven deel te kunnen nemen. Zonder een gezond lichaam geen vrijheid en liefde.
In iedere evolutionaire stap omhoog verwerft een organisme meer autonomie voor de onderliggende lichaamsfuncties, zodat zijn geest vrij blijft om andere dingen te doen dan zichzelf te organiseren. Zie ook de ontwikkeling in kwaliteit van leven via statische patronen (anorganisch, biologisch, sociaal, intellectueel).

Een tweede antwoord is dat ons bewustzijn scheppend werkt. Of je nu gewoon werk doet, of je scheppend kunstenaar of verklarend wetenschapper bent, je draagt eraan bij om het leven meer aangenaam en beheersbaar te maken. Naar mate je meer uitdrukking mag geven aan wat er in je omgaat, wordt jezelf en een ander minder onderdrukt. Dat is ook een opbrengst van verbinden van vrijheid en liefde door openheid.

Is er ook een directe invloed van de geest aantoonbaar op materie (lichaam)?
Dan blijft het antwoord open.

Het hoort bij de essentie van vrijheid en liefde, dat wat wij mensen denken en willen geen directe relatie heeft tot wat zich ontwikkelt. We hebben die invloed vooral door ons handelen, in de ruimste zin van het woord. We blozen wanneer we ons schamen. Dit soort effecten op het eigen of andermans lichaam zijn duidelijk, maar geldt dit ook voor materie? Is kwantumfysica, waarbij het afhangt van de observator of licht zich gedraagt als deeltje of als golf, een voorbeeld van directe invloed van geest op materie? Komt die invloed door de keuze hoe te meten of door het gebruik van het meetinstrument of is de invloed directer?

Wat vaak over het hoofd wordt gezien is de kracht en de functie van het niet-handelen, van het laten, van het ruimte laten, van het niet-oordelen, kortom van openheid. Het doorzien van overtuigingen, het opheffen van interne blokkades maakt jouw bewustzijn gereed voor geestverruimende ervaringen. Het maakt woorden en concrete beelden overbodig. De geest is effectiever door te ontvangen dan door te sturen met verbeelding en gedachten (en afgeleid daarvan: gevoelens).

Het zou mooi zijn wanneer we steeds beter kunnen leven zonder het voortdurende zoeken naar wetmatigheden en bewijzen. Dat we gewoon open laten of reïncarnatie, of God of een leven na de dood bestaat. Wanneer we zinvol in vrede leven met een balans tussen vrijheid en liefde maakt dat de wens om de bewijzen daarvoor te vinden irrelevant.
Die balans kan ook worden omschreven als het weten wanneer te verbinden en wanneer los te laten.

"De waarheid is dat je niet kunt proberen los te laten. Proberen is het tegenovergestelde van loslaten. Loslaten is afstand doen van proberen. Loslaten is veel meer laten laten." - Adyashanti

"Het absolute loslaten is het loslaten van degene die loslaat." - Adyashanti

9 februari 2017

Van abstracte potentie tot concrete vrijheid en liefde

Er zijn parallellen te trekken tussen het ontstaan en samengaan van materie na de Big Bang en van het samengaan van cellen na het ontstaan van leven en de ontwikkeling van neurale netwerken in ons hoofd. Alles begint ten diepste als een abstracte potentialiteit. In een mensenleven voltrekt zich dat binnen een jaar of 70, op de schaal van het heelal neemt het miljarden jaren en eindigt het niet. Die relatie wordt verbeeld in deze video (we zijn allemaal één):



Uit de abstracte potentialiteit van leven in het algemeen en van de individuele mens kunnen ook concepten als vrijheid of liefde en andere zielskwaliteiten tot ontwikkeling komen.

Mythologe Lisette Thooft geeft in haar vele boeken over spiritualiteit en emancipatie weer hoe zij die ontwikkeling ziet in het verleden en in de toekomst. Zij heeft zichzelf ontworsteld uit een jeugd met seksueel misbruik en zich ontpopt als een sekseneutrale voorvechtster van gelijk, maar eigen aandeel door mannen en vrouwen in een ontwikkeling naar een zinvol androgyne samenleving. Van Eros naar Agapè.

Van de flaptekst van haar boek over Jezus & Maria Magdalena:
Lisette Thooft begon een persoonlijke zoektocht en kwam terug met opwindende antwoorden. De overeenkomsten tussen de christelijke mythologie en die van andere religies zijn opvallend, ontdekte zij: de held offert altijd zichzelf en herrijst op een hoger niveau, de heldin raakt altijd haar geliefde kwijt. Waar staan die archetypen voor in onze psychologische ontwikkeling?
Als we teruggaan tot Adam en Eva, de archetypische man en vrouw, kunnen we zien dat het mannelijke staat voor het verlangen naar vrijheid, het vrouwelijke voor het verlangen naar liefde. Vrijheid en liefde hebben elkaar nodig om tot volle wasdom te komen. In het brandpunt van de ontwikkeling staat het offer. De vrijheid omarmt de liefde en geeft uit vrije wil zichzelf op de liefde omarmt de vrijheid en laat daarmee haar geliefde los. Op het hogere niveau van de herrijzenis worden vrijheid en liefde één. Man en vrouw ontwikkelen zich tot androgyne heelheid …… waarin onvoorwaardelijke liefde (agapè) normaal is
Tot zover de flaptekst.

Een paar citaten (p. 192):
Liefde en vrijheid blijken dus – aan de top van de piramide van menselijke ontwikkelingsmogelijkheden – twee kanten van dezelfde medaille te zijn. Alleen aan de bodem van de piramide staan man en vrouw tegenover elkaar. Maar hoe meer ze zich ontwikkelen, hoe dichter ze elkander naderen.
De brandstof voor die ontwikkeling is de seksuele drift. These en antithese willen zich verbinden in een synthese op hoger niveau, hoe lastig het ook is, omdat ze mateloos worden aangetrokken. Hoe gelijkwaardiger de relatie, hoe beter het werkt. In ongelijke relaties is geen ontwikkeling: de ene partij legt zijn wil op aan de andere en dat is het dan. De man wordt een egoïstische schuinsmarcheerder en de vrouw een sloof die over zich heen laat lopen. Of de vrouw wordt een bitse, bedillerige bemoeial en de man een pantoffelheld. Alleen als de macht gelijk verdeeld is, zijn de botsingen frontaal en moet er iets gebeuren om uit de impasse te raken – moet de ene partij iets van de andere partij in zich opnemen, waardoor de situatie verandert.

(p. 194). Vrijheid en liefde kun je ook op microniveau en op macroniveau herkennen als de stuwende polariteit van alle evolutie. De tweede wet van de warmteleer, de thermodynamica, luidt bijvoorbeeld dat alle fysische systemen streven naar een zo hoog mogelijke graad van entropie, en volgens de oude opvattingen staat entropie gelijk aan chaos en wanorde. Maar sommige wetenschappers hebben dat tegenwoordig geamendeerd: het is niet wanorde, maar maximale bewegingsvrijheid die de natuur nastreeft. In sommige omstandigheden, zoals bij kristallisatie, ontstaat juist bij meer bewegingsvrijheid ook een toenemende orde. Orde is harmonieuze samenhang. Vervang het door ‘liefde’ en je hebt een prachtig beeld van de bewustzijnsevolutie van de mens. Aanvankelijk is er competitie tussen vrijheid en liefde, maar waar kristallisatie kan optreden, vallen vrijheid en liefde samen. Daar neemt de vrijheid toe naarmate de liefde toeneemt.

(p. 199) naar mate je meer van de ander in jezelf opneemt, ontwikkel je je, word je groter en ruimer. Beschaafder. Kom je dichter bij God.

(p. 252) De ontwikkelingsopdracht aan mannen en aan het mannelijke deel in onze ziel luidt: offer je egoïsme op voor de liefde.

De ontwikkelingsopdracht aan vrouwen en aan het vrouwelijke deel in onze ziel luidt: laat die gerichtheid op je geliefde los, ter wille van de vrijheid.

De stuwkracht die een groeisprong veroorzaakt, bestaat uit een offer.

De opdracht van Thooft aan vrouwen is niet vast te houden, niet meer te grijpen. “Ontspannen in zichzelf, bewust aanwezig blijven zonder zich bezig te houden met de partner, is de manier om de vrijheid in zichzelf te absorberen die van hechting echte liefde maakt.”
Competitie, de search for excellence, het streven naar vrijheid voor het individu, zal zich –aldus Thooft- niet meer voordoen op het materiële vlak, in de economie, maar zich uitsluitend richten op het geestelijke vlak – op kunst, wetenschap, religie en spiritualiteit.



Naschrift: wijsheid is weten wanneer te geven en wanneer te nemen, wanneer te doen en wanneer te laten. Het zijn beide aspecten van het mannelijke en het vrouwelijke zonder ze toe te kunnen schrijven aan mannen en vrouwen alleen. Voor mij is de oproep van Thooft daarom aan het mannelijke en vrouwelijke deel in onszelf gericht. Dat maakt het boeiend om onderling uit te wisselen hoe we daarbij van elkaar kunnen leren.
David Deida bepleit de verbinding via openheid: vrijheid is openheid is liefde.  Lisette Thooft beoefent openheid in haar interviews te zien op youtube.

9 juli 2015

De Drie-eenheid en het slaan van een kruis

Christenen slaan een kruis na afloop van een gebed: “in de naam van de vader, de zoon en de Heilige Geest, amen”. Eerst de vingers aan het hoofd, dan aan het hart, ene schouder, andere schouder. Religie komt van “religare”, latijn voor verbinden. In het geloof wordt het hogere met het lagere verbonden en zijn mensen gelijkwaardig met elkaar. Zo kun je de verticale en horizontale lijnen verwoorden die je met een kruis slaat. Vrijheid (hoofd), gelijkheid (hart), broederschap.

Van oudsher hebben mensen in een God of goden almachtige krachten voorgesteld, die bereid waren hun te helpen om te overleven. En wanneer dat te veel gevraagd was, dan was het mooi dat er een leven na de dood in zou zitten, wanneer zij door een offer te plengen de goden gunstig zouden stemmen.

Ze waren nog wel geïnteresseerd in een Messias die hun zou bevrijden en die de dood zou overwinnen, maar de manier waarop Jezus zijn leven offerde was niet hun beeld van een Verlosser.

Jezus noemde zichzelf de zoon van God en na zijn opstanding uit de dood stortte hij de Heilige Geest uit over zijn volgelingen.

Het bestaan van deze drie goddelijke personen werd vastgelegd tijdens het concilie van Nicea in het jaar 325 door keizer Constantijn de Grote. Tot die tijd werd door christenen getwist over de goddelijke en menselijke natuur van Jezus. Jezus zou niet op één lijn mogen worden gesteld met de almachtige God.
De boodschap van Jezus was dat het Koninkrijk Gods geen wereldse heerschappij inhield waar God’s wil erkend moest worden als wet, maar dat de menselijke geest de plaats was om in de zoektocht naar waarheid God te vinden. Het is in de geest waar Jezus eeuwig leven heeft doordat mensen de liefde over generaties blijven uitdragen. Op deze wijze kan ‘God is liefde’ worden begrepen.
Niet alle mensen waren blij met de niet-politieke opvatting van Gods boodschap. Het zou betekenen dat zij van God niets hadden te verwachten bij wereldse zaken. Volgens Frédéric Lenoir heeft Judas Jezus verraden omdat hij hoopte dat Jezus na gevangenneming door de Romeinen eindelijk zijn vermogen tot het doen van wonderen zou aanwenden om de Romeinse heerschappij te overwinnen. Judas probeerde Jezus voor zijn politieke karretje te spannen.

Doordat het Romeinse rijk zich in de loop van de vierde eeuw tot het christendom bekeerde, startte een lange periode waarin staat en kerk waren vermengd en waarbij de christelijke boodschap vele malen in zijn tegendeel werd uitgelegd ten koste van ontelbare doden. Pas bij het Tweede Vaticaanse Concilie (1962-1965) deed de Kerk afstand van de wereldse macht.

Wie de ouderwetse opvatting over een heersende God aanhangt, probeert via het gebed wereldse zaken te verkrijgen. Die God is door Nietzsche dood verklaard en een dergelijke poging tot communicatie met God is zin- en vruchteloos.

In de beleving van spiritualiteit is er in de millennia een verschuiving opgetreden van een onpersoonlijke opvatting van God -die heerst- naar een persoonlijke relatie met God waarin de boodschap van Jezus om jouw naaste lief te hebben wordt gedeeld. Wie leeft volgens de leer van Jezus vraagt in gebed steun voor het vergroten van zijn vermogen tot geduld, liefde en compassie en voor het niet-oordelen over de ander. Het is geen volgen van wetten, maar leven in de geest van Jezus om zonder oordeel lief te hebben. De ander mag zijn wie hij is zonder zich te hoeven te bewijzen.

14 september 2017

Theoloog die van zijn geloof viel

In het magazine Volzin wordt het overlijden herdacht van theoloog Harry Kuitert (1924-2017): ‘Nee, nee, nee, ik geloof niet in God’.

Een paar citaten:
Theologie levert kennis op over ‘een wezen genaamd God’. Zó hebben de godgeleerden het de eeuwen door gezien. En zo zien de meesten van hen het nog steeds. Maar die gedachte klopt niet, zegt Kuitert. “Alle spreken over Boven komt van Beneden, ook de uitspraak dat het van Boven komt”, aldus de beroemde oneliner waarmee hij reeds jaren terug de centrale idee achter zijn visie op de christelijke geloofsuitspraken verwoordde. Nu trekt hij de consequentie voor de theologie: die levert geen kennis op over God als ware God een realiteit buiten ons, maar informeert over wat mensen over zichzelf denken en zeggen wanneer ze over God spreken.
Nog zo’n stelling waarover de theologen het altijd eens zijn geweest: “Kennis gaat over wat bestaat, anders noemen we het fictie.” Dus meenden ze dat God bestond, want ze hadden er kennis van. Kuitert kwam een tijd geleden al tot precies de tegenovergestelde gevolgtrekking: ‘God is niet van kennis, maar van verbeelding.’
“God is een gedachte van mensen.” Met dit inzicht bevrijdde Nederlands best verkopende en meest omstreden theoloog Harry Kuitert zichzelf van “een hoop trammelant en gespletenheid”, zo zei hij in 2011 in Volzin. Het geloof in hemel en hiernamaals had de toen 86-jarige godgeleerde verlaten.
Tot zover Volzin.

Kuitert heeft veel boeken geschreven over zijn veranderende inzichten in religie. Vlak na de watersnoodramp in 1953 in Zeeland werd hij daar predikant. Hij kon het zien van veel onrecht en rampen op de wereld niet verenigen met het bestaan van een God. Dit was de start van zijn twijfel die uitmondde in steeds meer afstand van het beeld dat mensen van God schetsten en dat uiteindelijk ertoe leidde dat hij van zijn geloof in God viel.

Er zijn een tweetal overwegingen die ingaan tegen de conclusie van Kuitert dat God niet bestaat.
1. Van God en de menselijke ziel wordt gezegd dat deze afzijdig en zonder oordeel afwachten tot zij worden erkend en ingeroepen.
2. God kun je niet alleen zien als bron van liefde, maar ook van vrijheid. Zonder liefde geen vrijheid en zonder vrijheid geen liefde. De mens (en ook een dier) is niet werkelijk vrij wanneer dat niet samengaat met het bestaan van onrecht, pijn en overige ellende.

Veel mensen zouden vrijheid willen inruilen wanneer dat onrecht of onveiligheid zou voorkomen. Maar tegelijk ontneemt het dan onze eigen verantwoordelijkheid in het voorkomen daarvan. Je kunt je lot in God's handen leggen, maar voor je handelen ben je altijd verantwoordelijk.

Het wel of niet bestaan van God gaat onze voorstellingsvermogen te boven. Je kunt daarom –gek genoeg- stellen dat Kuitert ook gelijk had in zijn opvatting dat God niet bestaat.
De apofatische theologie, tenslotte, beweert dat we God het beste bereiken langs de weg van negatie en ontkenning van alle positieve beweringen over hem. God overtreft namelijk onze gedachten, voorstellingen en taal zozeer, dat we hoogstens kunnen zeggen wat hij niet is; pogingen om te zeggen wat hij is kunnen leiden tot het scheppen van afgoden.
Wat meer zin heeft is om te leven naar de intentie van het universum. Hoe wij die bedoeling inschatten zou uiteraard ten alle tijden kritisch bezien moeten worden. Zolang onze visie leidt tot een positieve intentie naar de wereld is niemand van God los.


31 december 2017

Geloofsbelijdenis voor een liefdevolle paradox

Een atheïst gelooft. Hij gelooft dat God niet bestaat. Daar is hij zeker van. Hij heeft misschien geen ongelijk, maar heeft hij wel geduld?

Een agnost vindt dat hij niet kan weten of God wel of niet bestaat. Er zijn ook agnosten die een stap verder gaan en vinden dat niemand kan weten of God wel of niet bestaat. Die mensen zitten in een paradox, want om te kunnen weten dat je niet kunt weten of God wel of niet bestaat, moet je toch de mogelijkheid van het bestaan van God veronderstellen. Want wanneer je helemaal niets kan weten over God dan kan je ook werkelijk niets zeggen over het bestaan van God.

Ik ben zo’n agnost die gelooft dat niemand het laatste woord heeft over het bestaan van God. Ik vermoed dat God het universum zo slim in elkaar heeft gezet dat iedereen het bewijs van het bestaan van God kan zien en niemand het kan bewijzen. Iedereen is ook vrij om dit te ontkennen en er zich niets van aan te trekken.  Daarmee is in principe ook liefde, vrijheid en evenwaardigheid gecreëerd. Het verklaart ook waarom er tegelijk in een God kan worden geloofd en onrecht kan worden ervaren. Ik ervaar en zie geen tegenspraak, maar een liefdevolle paradox. Ik erken ook dat ik daarvoor geen enkel bewijs heb en geloof dat niemand een sluitend tegenbewijs kan leveren.

Ik geloof in een God die zowel permanent zichtbaar als onzichtbaar is. Hoe meer bewijs je zoekt en probeert aan te dragen hoe meer je weerstand oproept bij anderen. God wordt daarmee per definitie uit beeld verdrongen bij hen die vechten om de waarheid. Wie slechts zoekt naar het opruimen van onwaarheden in zichzelf, die draagt voor mij bij aan het uitdrukken van vrijheid en liefde, ondanks hun principiële ongrijpbaarheid.

Ik geloof in een God die geen haast heeft, die niet zozeer zes dagen over de Schepping heeft gedaan maar zes overgangen heeft geschapen die het leven zoals wij dat nu ervaren mogelijk maakt. Het leeuwendeel hebben we al gehad en mogelijk gaan we nog een deel meemaken. Dat is voor mij evolutie. Van bewustzijn naar energie naar materie naar leven naar samenwerking naar samenleving naar hogere organisatievorm. In dat nog steeds voortgaande proces worden kwaliteiten als schoonheid, liefde en vrijheid gerealiseerd, tegelijk ongrijpbaar en voor iedereen beschikbaar. Dit proces kunnen wij mensen verder helpen ontwikkelen of verstoren en dan valt het leven terug naar een lager niveau zonder mensen en wordt het proces weer opnieuw opgepakt en opgezet zonder haast.

Elk levend wezen mag er zijn en proberen bij te dragen aan de evolutie. Er is geen moeten, want er is in principe vrijheid en liefde beschikbaar voor iedereen. Aan het evenredig verdelen en bewaken voor iedereen, mens en dier, moeten we nog (verder) werken.

9 juli 2019

Verwarrende verhalen in het geloof


Mensen die -net als ik- een christelijke opvoeding hebben gehad, hebben verhalen te horen gekregen over de Bijbel en het Nieuwe Testament met nauwelijks toelichting over de joodse, Griekse en Romeinse context waarin die verhalen zijn ontstaan. De ene cultuur kende maar één God, de andere velen en keizers hadden goddelijke status.
Verwarrend is vooral de triniteit, dat er één God bestaat in drie goddelijke entiteiten: de Vader, de Zoon (Jezus Christus) en de Heilige Geest. Verwarrend is ook waarom een onschuldige baby gedoopt moet worden voor onze erfzonde en Jezus aan het kruis stierf om ons van de erfzonde te verlossen? Of waarom begraven we dode mensen en ruimen we hun graf ruim voor het einde der tijden?
Ik snap dat het in de eerste eeuwen lastig moet zijn geweest om de christelijke volgelingen uit vele landen te verenigen en de vervolging van de volgelingen te overleven. Werelds en kerkelijk machtsmisbruik lagen en liggen nog steeds op de loer. Vele goed bedoelende en vrij denkende ketters zijn op een bepaald niet christelijke manier op de brandstapel geraakt.

De joodse Jezus heeft nooit het plan gehad om een nieuwe religie te starten, anders had Hij wel notulen laten maken. Het verslag van zijn leven en zijn boodschap is ver na zijn dood vastgelegd in het Nieuwe Testament. Het bestaat uit 27 'boeken' (geschriften) die in de periode van de tweede helft van de eerste en het begin van de tweede eeuw na Christus zijn geschreven in het Koinè-Grieks. Deze canonieke (door de kerk geaccepteerde) boeken zijn geschreven door verschillende auteurs.
Evangelie betekent “goede boodschap”. 
De vier door de kerkvaders voor het Nieuwe Testament geselecteerde evangelisten Mattheüs, Marcus, Lucas en Johannes waren niet de enige. Er zijn meer evangeliën, waaronder die van Maria Magdalena, de veronderstelde en soms als ex-prostituee verguisde echtgenote van Jezus.
De niet echt contemporaine evangelisten moeten niet worden verward met de twaalf apostelen (volgelingen tijdens het leven van Jezus): Simon, die Petrus genoemd wordt, zijn broer Andreas, Jakobus van Zebedeüs, zijn broer Johannes, Filippus en Bartolomeüs, Tomas, Matteüs, Jakobus van Alfeüs, Taddeüs, Simon Kananeüs en Judas Iskariot.
De niet helemaal overlappende verhalen van de evangelisten zijn rond het jaar 70 (toen ook Jeruzalem door de Romeinen werd verwoest) op schrift gesteld.
Welke versie vertegenwoordigt de "goede" boodschap?
Vanaf de tweede eeuw verschenen er alternatieve verhalen over het leven en de betekenis van Jezus. Deze werden bekend onder de naam gnostische geschriften.
Sommige bronnen zijn later (her)ontdekt. De Nag Hammadigeschriften, bijvoorbeeld, zijn een verzameling teksten uit de begintijd van het christendom die in 1945 gevonden werden in Midden-Egypte in het plaatsje Nag Hammadi. Een eerste integrale Nederlandse vertaling van alle teksten werd in 1994 gepubliceerd door Jacob Slavenburg en Willem Glaudemans. De geschriften bieden een alternatieve kijk op de verhalen over Jezus. Daar was de kerk niet per se blij mee. Het nam in de loop der eeuwen wel zeven concilies om de kerkelijke waarheid in dogma's vast te  leggen.

Citaat uit Wikipedia:
Tot aan de vondst van de Nag Hammadigeschriften waren onderzoekers op het gebied van de gnostiek vrijwel uitsluitend aangewezen op overgeleverde teksten van kerkvaders die van opvatting waren dat de gnostiek een vorm van ketterij was die bestreden moest worden. Het ter beschikking krijgen van een aanzienlijk aantal authentiek gnostische geschriften maakte het mogelijk om gnostische opvattingen en waarden in de eerste eeuwen na Christus in een veel breder kader te bestuderen. Het heeft geleid tot onder meer het inzicht dat ook er ook binnen de gnostiek zelf een grote variatie aan opvattingen was. Raakvlakken met het platonisme kunnen veel beter onderbouwd worden. Het heeft ook het inzicht verbreed in de grote mate van pluriformiteit van het christendom in de eerste eeuwen. Daarin is gnostiek geen ketterse afwijking van een orthodoxe standaard, maar een illustratie van de veelvormigheid van interpretaties van een christelijke boodschap.
Tot zover Wikipedia.

In een ander boek schrijft Jacob Slavenburg met John van Schaik over westerse en oosterse wijsheid en de esoterische traditie door de eeuwen heen. Slavenburg behandelt ook het ontstaan van het christendom.
Er is door vele kerkelijke historici nagedacht over de vraag of Jezus letterlijk een zoon van God is. Een opvatting is dat het geval is via de onbevlekte ontvangenis van de Heilige Geest door zijn moeder, tevens maagd, Maria. Een andere opvatting is dat Jezus door het ontvangen van de Heilige Geest bij zijn doop in de Jordaan door Johannes, ongeveer drie jaren voor zijn dood, de goddelijke status (Christus als deel van God) heeft gekregen en vervolgens in plaats van Jezus van Nazareth (een naam verwijzend naar menselijke afkomst) Jezus Christus genoemd kon worden.
Jezus was net als zijn vader Josef het overgrote deel van zijn leven timmerman van beroep en wordt verondersteld getrouwd te zijn en kinderen te hebben gehad met Maria Magdalena. Zij wist soms tot frustratie van de mannelijke apostelen zijn boodschap het beste te kennen en te kunnen uitdragen.
Tot zover Slavenburg.

Bij zijn doop komt Jezus in een nieuwe verhouding tot God te staan en wordt hij Gods geestelijke (naast letterlijke) Zoon. In het Nieuwe Testament wordt dit verbeeld doordat Gods Heilige geest (in de vorm van een duif) over hem heen is gedaald. Op Pinksteren wordt de uitstorting van de Heilige Geest (deze keer in de vorm van vurige tongen) gevierd over allereerst een groep van 120 volgelingen van Jezus Christus. Zij doopten vervolgens 3000 gelovigen met hetzelfde resultaat.
Christenen in de latere eeuwen -en ook nu nog- worden direct bij hun geboorte gedoopt met een om de baby’s “vervuld te laten zijn van de Heilige Geest”. Vlak voor hun puberteit worden jonge christenen geacht zelf de keuze te maken om volgeling van Jezus te zijn door de vernieuwing van de doopbelofte, in eerste instantie door de ouders gedaan.
Elke belijdende katholiek "getuigt" voortdurend van z'n geloof door een kruis te slaan met de woorden "in de naam van de vader, de zoon en de Heilige Geest, amen". Het is natuurlijk meer een gewoonte of ritueel dan een geloofsbelijdenis. Anders gelovigen doen dat niet of in een andere volgorde.

Natuurlijk is van Jezus het belangrijkste wat zijn boodschap is en doen zijn huiselijke omstandigheden er niet echt toe. Voor mij is de kern van zijn boodschap dat wij allen (al dan niet gedoopt) evenwaardig zijn (in ons recht op vrijheid) en dat we onze naasten zo moeten behandelen als we zelf ook behandeld willen worden.

Liefdevol en vrij.

Dat een God niet ingrijpt bij onrechtvaardigheid vind ik niet verwarrend. We zijn niet vrij wanneer er voortdurend van hogerhand wordt ingegrepen, zoals een ouder zijn kind corrigeert. We zijn zelf verantwoordelijk. Een onzichtbare God kan duiden op een niet bestaan of op een liefdevolle en vrijheid liefhebbende aard. Liefde voor Zijn eigen vrijheid en voor die van anderen. Hele volksstammen hebben vroeger en nu geprobeerd God voor het eigen karretje te spannen via bidden, smeken en offerandes. Logisch dat God zich afzijdig lijkt te houden. Kwestie van geloof.
Het is zeker tegen de boodschap van Jezus in om te twisten op leven en dood over zijn al dan niet goddelijke of menselijke status. Misschien heeft het Vaticaan wel de koppeling tussen God en zijn zoon Jezus als een truc verzonnen om indirect een Godsbewijs te maken. En geldt niet hetzelfde voor de ziel, als deel van God in ons? We zijn vrij om een bewijs van het bestaan van God te zien in alles wat leeft en ook een bewijs voor het tegendeel, aangezien er in geen enkel levend wezen een aanwezigheid van God valt te aan te tonen.
Het respecteren van de vrijheid van mens en dier zie ik als een vorm van wellevendheid waarop een liefdevolle God het bedoelt.



Lezing van het boek van Slavenburg over de duizenden pogingen die overal ter wereld in de loop der eeuwen zijn gedaan om een geloofwaardig verhaal over geloof en God de wereld in te slingeren, schept verwarring en maakt bescheiden. Je kunt je het beste verwonderen over de ongeloofwaardigheid van de veelvormige verhalen en er om glimlachen.
Lijken goden op mensen? Zo onder, zo boven? We zien nog steeds wat we willen zien. Ze zagen ook in de oudheid wat ze wilden zien. We projecteren wat er in ons leeft op anderen en zoeken bevestiging.

Een citaat van Jacob Slavenburg over Maria Magdalena die verwarrend kan zijn voor mysogenen en christelijke feministen:

In een al langer bekend geschrift, het Evangelie van de Pistis Sophia, fungeert Maria Magdalena als ‘tolk’ voor de overige apostelen, die niet altijd direct de leringen van Jezus begrijpen. Als ze aan Jezus vraagt openlijk te mogen spreken, zegt deze:

‘Maria, jij begenadigde, die ik in alle hemelse mysteriën heb ingewijd spreek openlijk, want jouw bewustzijn is meer dan dat van al je broeders gericht op het Koninkrijk der hemelen.’

Als Maria dan uitleg aan de anderen geeft, prijst Jezus haar uitbundig:

‘Toen Jezus Maria Magdalena deze woorden hoorde spreken, zei hij: ‘Jij bent gelukzalig en vervuld, de gelukzalige omvatte volheid, die door alle geslachten zalig zal worden geprezen.’ Toen nu Maria uitgesproken was, zei hij: ‘Goed gesproken, Maria. Jij bent begenadigd boven alle vrouwen op aarde omdat jij de volheid der volheid en de voleinding der voleinding zal zijn.’

Maar Maria ondervindt ook tegenstand. Haar bewustzijn is telkens in staat om de juiste interpretaties te geven’, maar ze aarzelt omdat ze bang wordt van Petrus: ‘want hij bedreigt me en haat onze sekse’. Petrus op zijn beurt roept uit: ‘Heer, deze vrouw is voor ons onverdraaglijk omdat zij ons de gelegenheid ontneemt om iets te zeggen, maar zelf herhaaldelijk aan het woord is.’

28 augustus 2016

Evolutie van het geloof in God

In het Oerboek van de mens wordt de evolutie van de mensheid vergeleken met de ontwikkeling van de Bijbel en het geloof in God(en).
De uitvinding van de landbouw 10.000 jaar geleden riep oplossingen (voedselzekerheid) en problemen (ziektes) op die de samenleving van jagers en verzamelaars daarvoor niet kende. De Bijbel probeert volgens de schrijvers, Carel van Schaik en Kai Michel, de gevolgen in de loop van de geschiedenis te beschrijven.
Bij het ontstaan van de landbouw ontstond bezit. Dat bezit moest worden beschermd anders haalt Jan en alleman de vruchten van jouw werk van het land. Iedereen moest dit leren (respecteren). Het had ook gevolgen voor het beeld dat mensen van God en goden had. Door de Schriftgeleerden werd dat beeld stukje bij beetje omgevormd van een veelgoderij naar een monotheïsme. Die God was oorspronkelijk niet alleen en almachtig, maar door slimme toepassing van psychologie (immuniteit voor tegenargumenten) wisten de religieuze gezaghebbers een godsbeeld te maken waarbij allerlei ellende als logische straf van een en dezelfde God werd bestempeld. De uitdaging was om de mensen niet te vervreemden van de straffende god, maar deze juist te binden doordat het welzijn van de samenleving afhankelijk werd gemaakt van voorbeeldig en volgzaam gedrag van individuen. Het is ook de ontwikkeling naar een niet meer te controleren godsbeeld dat je gelooft of niet.
Het belang van bezit en clanvorming had grote sociale gevolgen voor de positie van de vrouw en het erfrecht. Het ongelijk verdelen van taken, rechten en bezit moest een logische basis krijgen en een monotheïstische samenleving maakt dat gemakkelijker te beheersen.

Drie vormen van menselijke natuur
De schrijvers maken onderscheid tussen drie niveaus van menselijke natuur. Het is de eerste natuur, met aangeboren (buik)gevoelens, reacties en voorliefdes, die zorgt voor liefde binnen een gezin en familie en die rechtvaardigheid wil zien. Het is ook een natuur, die ons doet geloven in een bovennatuurlijke wereld van doden en geesten met wie je kunt communiceren. Wie droomt er nu niet over onsterfelijkheid?
De gewoontes die we ontwikkelen in een cultuur en proberen te bewaken en aan jongeren te leren om een samenleving leefbaar te houden noemen ze onze tweede natuur.
In de ontwikkeling van de Joodse voedselwetten waren de talrijke voorschriften ook het antwoord op de problemen die ontstonden bij het ontstaan van de nieuwe ziektes na het omschakelen naar een landbouwcultuur.
De derde natuur is een intellectuele, gericht op logica, voorspelbaarheid en controleerbaarheid. Deze natuur is alleen verstandelijk en staat daarom soms haaks op onze eerste natuur.
Mensen hebben de neiging om een eenmaal ingeslagen pad te blijven volgen. Van die neiging maakten de religieuze machthebbers gebruik om een godsbeeld te maken waarin de drie naturen maar één conclusie overliet: je kunt maar beter vertrouwen en meewerken met een God die het (uiteindelijk) goed bedoelt. Hoe onlogisch en tegenstrijdig de straffen ook soms lijken, ze droegen (verrassend?) juist bij aan het bestendigen van het geloof.

In het Oerboek worden ook twee beelden van het leven van Jezus beschreven. Het ene beeld doet recht aan de behoefte van Joodse tijdsgenoten die een Messias zochten als wereldse koning, die het volk beschermde tegen eeuwenoude vijanden. Het andere beeld is van Jezus die aan de basis stond van een christendom dat hij nooit bedoeld heeft op te richten en tot ontwikkeling kwam buiten Palestina en dus andere politieke belangen had. Het christendom bracht het Nieuwe Testament waarin volgens de schrijvers verklaard werd hoe God via Jezus mens werd en de mensheid “verlost” werd van de greep van de duivel.
Het is een van de vele voorbeelden in de religieuze geschiedenis hoe de dood een rol speelde in wat mensen wilden, maar niet mochten geloven en hoe religieuze voorgangers dat geloof probeerden bij te sturen en in te zetten voor hogere, maar ook voor eigen belangen.
Het voorlopige eindpunt van de religieuze evolutie volgens de schrijvers is een geloof waarin iedereen iets kan vinden dat recht doet aan elk van de drie menselijke naturen. De schrijvers van Het Oerboek van de mens noemen het een knappe prestatie van de schrijvers aan de Bijbel dat zij in ongeveer 1000 jaar een straffende God lieten samenvallen met een liefdevolle.

Voor mijzelf als agnost is het een zeer leesbaar boek dat voorstelbaar maakt hoe het beeld van een zichtbare schepping en evolutie kan samenvallen met een ongrijpbare schepper. Het boek behandelt inconsequenties in de Bijbel en pakt vaak gestelde vragen op als "wat was er nu zo erg aan het eten van een appel door Adam en Eva uit het paradijsverhaal"? en "hoe kan een almachtige God zoveel ellende toelaten"?

Abstracte theorie versus concrete verhalen
Terwijl je in een theorie gemakkelijker een verklaring kan behandelen, is een verhaal een vorm die breder leidt tot acceptatie of navolging.
De drang naar vrijheid is een spirituele verklaring van een universele behoefte van levende wezens. Een concept als vrijheid als schepping van het hogere (die zowel voor God zelf als de individuele mens geldt) vind ik overigens een veel logischer verklaring voor het bestaan van ellende, maar ook voor de kwaliteit van het leven. Daarvoor hoef je geen 400 pagina’s te schrijven over hoe de mensheid eeuwenlang heeft geworsteld met die inconsequenties. Dat vraagt wel een werkzame integratie van de drie naturen van de mens. Ik geef toe dat die integratie voortdurend aandacht vraagt.
Ik hoop dat dit boek mensen aan het denken zet en hen doet twijfelen die vinden dat zij door hun geloof meer (waard) zijn dan een ander, mens en dier.

20 maart 2016 was Carel van Schaik te gast in het programma Boeken van Wim Brands.

Doorlezen en verdieping? (klik op de labels)

#metoo (2) aandacht (12) aanwezigheid (4) achterdocht (3) ADHD (3) afhankelijkheid (4) afstand nemen (9) agnost (3) agressie (4) alcoholisme (4) alternatieve genezing (3) altruïsme (6) ambitie (3) ander (2) angst (23) angststoornis (1) apofatisch (6) authenticiteit (12) autisme (2) autonomie (4) baclofen (1) balans en evenwicht (35) begeerte (2) behoefte (5) belangen (14) belemmerende overtuigingen (6) beoordelen (5) beslissen (3) betrokkenheid (7) betrouwbaarheid (7) bewustwording (14) bewustzijn (31) bezinning (1) bindingsangst (4) bioscoopfilm (6) biseksualiteit (1) bodhisattva (2) boeddhisme (6) boek (263) borderline (2) brein (2) burn-out (4) castratieangst (1) communicatie (23) compassie (8) competentie (7) competitie (9) complottheorie (4) consumeren (7) coping (1) creationisme (1) creativiteit (4) crisis (7) dans (3) daten (6) demagogie (4) denken (12) denkfouten (5) deugd (8) deugdzaamheid (3) diagnose (7) dialoog (5) dieren (3) discipline (1) dooddoener (4) drama (2) drogredenen (4) drugsgebruik (6) DSM (5) dualisme (4) duurzaamheid (3) dwangstoornis (2) echt (6) eenheid (28) eenzaamheid (9) eerste indruk (1) ego (50) eigenschappen (3) eigenwaarde (4) emancipatie (9) emergentie (2) emotie (16) empathie (2) en-en (24) endogene depressie (3) energie (11) epidemie (1) ergernis (1) erkenning (6) ethiek (6) etiquette (7) euthanasie (2) evenwaardigheid (37) evolutie (21) extraversie (3) faalangst (1) fabel (1) facelift (1) filmpje (112) filosofie (16) flirten (1) fraude (10) Freud (3) functioneren (5) gebreken (1) gedrag (2) gedragsverandering (6) geduld (3) geest (4) geheugen (3) gekwetstheid (5) geld (7) gelijk hebben of gelijk krijgen (12) gelijkmoedigheid (4) geloven (17) geluk (49) genoeg (1) genot (1) Gestalt (1) Getuige (4) gevoelens (35) gezag (4) gezichtsverlies (2) gezondheid (8) gezondheidszorg (1) GGz (3) GHB (1) go with the flow (4) God (35) goedgelovigheid (5) gokken (1) grenzen (6) handleiding (1) hechting (2) hedonisme (1) heelheid (8) helderziendheid (1) hersenen (4) hier en nu (8) holisme (3) homoseksualiteit (1) hoofdzonde (3) hoogsensitiviteit (1) hufterigheid (2) hulpverlening (2) humor (16) ideaalbeeld (3) identificatie (9) identiteit (10) ik-boodschap (1) illusie (13) imago (6) individualisme (4) innerlijke vrijheid (14) integriteit (4) Intelligent Design (2) Internet (6) intuïtie (11) InZicht (12) islam (2) jaloezie (3) jeugd (1) jezelf worden en zijn (15) jongeren (3) karakter (2) katafatisch (1) kenmerken (3) kiezen (14) kind (13) kosten (1) kracht (5) Krishnamurti (2) kuddegedrag (2) kwakzalverij (2) kwaliteit (17) kwetsbaarheid (8) leegte (12) leiderschap (5) leugens (12) levensfase (3) levenskunst (5) levensstijl (1) levensvragen (3) levensweg (3) licht (3) liefde (104) liefdesverdriet (5) lijden (2) loslaten (19) lust (4) macht (27) machtsstrijd (5) magisch denken (6) man-vrouw verschillen (19) mannelijkheid (10) mannen (5) media (12) meditatie (15) memen (2) metafoor (2) metafysica (4) mildheid (1) milieu (1) mindfulness (3) misbruik (4) mobiel (1) model (1) moraliseren (4) motto (1) multitasken (1) mushotoku (2) mystiek (5) nabijheid (1) narcisme (5) natuur (3) negatieve (15) neti neti (4) neuroticisme (1) niet doen (25) NLP (1) non-duaal bewustzijn (3) non-dualiteit (36) occupybeweging (2) omdenken (4) omgangsregels (3) onderwijs (2) onderzoek (12) ongelukkig zijn (3) onmacht (4) ontrouw (1) ontwikkeling (11) onverwerkt kindertrauma (2) onzichtbaar (1) oordeel (17) opvoeding (10) orgasme (3) Osho (8) ouderen (4) overbelasting (1) overgave (5) overgewicht (1) overheid (3) overvloed (7) paradox (24) Pareto principe (1) partnerkeuze (5) passie (2) pedagogie (2) penisnijd (1) perfectie (3) personeelsbeleid (2) persoonlijkheid (6) persoonlijkheidsstoornis (4) pesten (4) Peter principle (2) pijnlichaam (8) politiek (17) positieve (12) privacy (1) processie (2) projectie (10) psychiatrie (7) psychofarmaca (2) psychose (2) psychotherapie (3) puberen (3) reductionisme (1) reïncarnatie (2) relatie (24) relatievaardigheid (7) remancipatie (1) respect (25) riagg (1) rijkdom (2) rol (4) romantiek (5) ruzie (6) samensmelten (10) schaamte (2) scheiden (3) schelden (1) schizofrenie (2) schouwen (4) schrijfdrang (2) schuld (5) sedatie (1) seks (24) seksuele voorlichting (1) selectie (4) sociale druk (2) solidariteit (1) somberheid (2) soulmate (1) spiegelogie (7) spijt (3) spiritualiteit (51) sport (1) spreekwoorden (1) sprong (2) statistiek (1) status (2) sterven (7) stigma (2) stilte (12) Stockholm-syndroom (1) straling (1) strategie (2) stress (6) synchroniciteit (8) Taoïsme (17) tederheid (1) Tegenwoordigheid (2) The Secret (4) The Work (1) therapeutische gemeenschap (1) therapie (2) tijdgeest (3) toeval (5) Tolle (22) transcenderen (6) transformatie (6) transparantie (3) trend (3) tunnelvisie (1) twijfel (6) UFO (1) verandering (3) verantwoordelijkheid (14) verbinding (31) vergeten (2) verlangen (7) verlatingsangst (1) verleiding (4) verlichting (16) verliefdheid (6) verlies (2) vermaatschappelijking (1) vermijding (1) vermoeidheid (2) verslaving (12) vertrouwen (17) verveling (2) verwerking (1) vicieuze cirkel (1) voeding (4) voelen (5) volgzaamheid (2) vooroordelen (1) vragenlijst (5) vrije wil (7) vrijen (4) vrijheid (84) vrouwelijkheid (4) waarheid (32) waarneming (8) ware (12) wezen (3) wijsheden (11) wilskracht (3) woede (4) wraak (1) wu wei (17) yin en yang (4) zelfbeheersing (5) zelfbevestiging (5) zelfbewustzijn (6) zelfdoding (5) zelfkennis (17) zelfkritiek (3) zelfoverschatting (4) zelfrealisatie (10) zelfvertrouwen (5) zelfverwerkelijking (1) zelfwaardering (5) Zen (3) ziel (15) Zijn (14) zin van het leven (9) zorgvuldigheid (5)

Zoeken in dit blog

Bronnen, links en reacties

Er wordt zoveel mogelijk naar de bron van een bericht gelinkt, maar wanneer deze is opgeheven wordt de link verwijderd.
Feedback en melding van onvolkomenheden zijn welkom en mogelijk via e-mail.

Disclaimer

Veel bijdragen op dit blog gaan over ongrijpbare begrippen als waarheid, vrijheid of liefde. Door onwaarheden te ontdekken die ons gevangen houden, kan waarheid meer zichtbaar worden en kunnen we ons bevrijden van de angst dat we afgescheiden zijn.
Vrij naar Wittgenstein: "van dat, waarover niet kan worden gesproken, zwijgen wij". Al het overige is bespreekbaar.
"In onwetendheid ben ik iets; in inzicht ben ik niets; in liefde ben ik alles" Rupert Spira.

Blogarchief