Gebalanceerd kijken naar de werkelijkheid

Een balans in westerse en oosterse filosofie

De aantrekkingskracht van oosterse filosofie en spiritualiteit voor westerse culturen kan leiden tot een soort van "spirituele bypassing", waar mensen de neiging hebben om de diepere betekenis van deze leringen te vergeten, op te hemelen of te verdraaien.
Veel oosterse tradities en filosofieën leggen de nadruk op het begrijpen van de innerlijke processen en obstakels die afgescheidenheid, lijden en onwetendheid in ons leven creëren. Deze benaderingen benadrukken het belang van introspectie, meditatie en zelfkennis om deze drempels te overwinnen en innerlijke harmonie en eenheid te bereiken.
De leringen zijn gericht op het ontdekken van de goddelijke essentie binnenin elk individu. Dit kan een aantrekkelijk, krachtig en heilzaam perspectief zijn voor veel mensen, vooral in een wereld waar stress, materialisme en egocentrisme vaak overheersen.
Het is normaal om je te willen onderscheiden, maar het is een valkuil voor en om je meer of beter te (gaan) voelen dan een ander.
Het is belangrijk dat mensen niet gefixeerd raken op het romantische idee van spirituele verlichting of eenheid, maar ook het werk doen om deze concepten in de praktijk te brengen. Dit omvat het onderzoeken van de belemmerende overtuigingen in onszelf die ons van anderen scheiden en het cultiveren van compassie, mededogen en begrip voor de complexe aard van menselijke relaties.
Dit artikel eindigt met een kort pleidooi om onze oriëntatie op eenheid uit te breiden naar dieren.

Non-dualisme en maya, is afgescheidenheid een illusie?

De visie van eenheid in het hindoeïsme wordt vaak geassocieerd met het concept van "Advaita Vedanta", wat "niet-dualistisch" betekent. Deze filosofie benadrukt het idee dat er in de ultieme realiteit geen werkelijke scheiding bestaat tussen individuele zielen (Atman) en het goddelijke (Brahman). Het streeft naar een diep begrip van het zelf en de wereld dat verder gaat dan de schijnbare dualiteiten en verschillen die we in onze dagelijkse ervaring waarnemen.
De reden waarom we de realiteit in ons dagelijks leven vaak ervaren als afgescheidenheid, wordt begrepen in termen van "maya", wat vaak wordt vertaald als "illusie". Volgens deze filosofie leidt maya ons ertoe de materiële wereld en onze individuele identiteiten te zien als afzonderlijk en los van het goddelijke. Deze illusie wordt gezien als een obstakel voor het realiseren van de diepere eenheid van alles.

In het Westen wordt het ego doorgaans gezien als het bewuste, rationele deel van het zelf dat verantwoordelijk is voor identiteit en individualiteit. Een gezond ego wordt vaak geassocieerd met zelfrespect, zelfvertrouwen en de mogelijkheid om doelen na te streven. Bovendien kent onze samenleving veel competitie, waarbij het juist zaak is om je van anderen te onderscheiden.

In het hindoeïstische denken wordt het ego beschouwd als de bron van verlangen, gehechtheid en zelfzuchtige handelingen, die de ziel binden aan de cyclus van wedergeboorte (samsara) en lijden (dukkha). Het streven is om het ego te transcenderen, het idee van afgescheidenheid te overwinnen en een staat van spirituele eenheid (moksha) te bereiken.
Dit betekent niet dat individuele verschillen en scheidingen volledig verdwijnen. In plaats daarvan erkent het hindoeïsme dat er op het conventionele niveau individuele verschillen en afgescheiden identiteiten zijn. Het doel is echter om het diepere, spirituele begrip van eenheid te bereiken en te leven in harmonie met deze realisatie, terwijl men zich bewust blijft van de dualiteiten die inherent zijn aan de fysieke wereld.
In het hindoeïsme wordt deze eenheid vaak geïllustreerd met het gezegde "Tat Tvam Asi", wat betekent "Dat ben jij". Dit benadrukt de goddelijke aanwezigheid in elk individu en het idee dat de kern van elk wezen identiek is aan het goddelijke, ook al ervaren we onszelf vaak als afgescheiden. Het streven is om deze eenheid te realiseren door spirituele beoefening en zelfinzicht.

Wanneer mensen in India of Nepal "namasté" zeggen, voegen ze vaak een lichte buiging of het samenbrengen van de handpalmen voor de borstkas toe, vergelijkbaar met een gebedshouding. Deze gebaar symboliseert eerbied en erkenning van de spirituele aard van de ander. Het wordt niet alleen gebruikt als een begroeting, maar ook als een uiting van dankbaarheid en respect.
In bredere zin reflecteert "namasté" de notie van eenheid en verbondenheid. Het erkent het gemeenschappelijke spirituele element dat aanwezig wordt geacht in alle levende wezens.

Een persoonlijk en algemeen belang bij eenheid

Niemand is verplicht om eenheid te zien of een illusie te doorzien. Niemand is verplicht om liefde te voelen of een verbinding te veinzen. Wij mensen zijn wel allemaal gebonden aan dit ene ethische principe: onze vrijheid houdt op waar andermans vrijheid begint. Denk niet of-of, maar en-en. Net als bij het tonen van respect naar anderen verbinden we twee belangrijke zaken tegelijk: we tonen onze betrokkenheid en bewaken de grens waar vrijheid ophoudt. Bij respect maken we vrijheid en liefde tot een eenheid.

Voor mij is de oriëntatie op eenheid van belang in het kader van gelijke rechten tussen mens en dier op (geschikte) ruimte om vrij in te kunnen leven. Alle mensen onderling en alle dieren onderling en uiteraard mens en dier zijn allemaal individueel verschillend, maar op één punt zijn we een eenheid.
We zijn een eenheid in de zin dat mens en dier intrinsiek evenwaardig zijn in het recht op vrijheid.
Nu de aarde steeds meer gevuld wordt met mensen en de biodiversiteit achteruit loopt is het nog meer van belang om ons er van bewust worden dat we de ruimte moeten delen en de natuur moeten beschermen zodat elk levend wezen kan leven naar zijn of haar aard. Zeker in ons land zouden we wat landbouwgrond terug moeten geven aan de natuur en natuurgebieden moeten verbinden. Dan wordt versnipperde natuur een eenheid en kan het weer met recht vrije natuur genoemd worden.
Er zijn inmiddels minstens zeven keer zoveel dieren die leven in gevangenschap met het doel om hun melk of eieren of vlees te gebruiken. Die uitbuiting gaat ook nog eens samen met klimaatopwarming als gevolg van die productie en consumptie. Daardoor wordt de mogelijke ruimte om in te leven voor mens en dier nog kleiner en wordt de noodzaak om ons bewust te zijn wat ons bindt en tot een eenheid brengt nog groter.