Selectie is prima zolang je maar een basisinkomen hebt

Bart Diks schrijft vandaag in de Volkskrant:
“De loting voor populaire studies als geneeskunde, diergeneeskunde, tandheelkunde, fysiotherapie en mondzorgkunde leidt al jarenlang tot teleurstelling bij veel potentiële studenten. Ook hogescholen en universiteiten zijn er niet gelukkig mee: ze vinden dat hoge cijfers niet alles zeggend zijn voor de succeskansen van een student.
Het einde van de centrale loting is het sluitstuk van een jarenlang proces: van het taboe op 'selectie aan de poort' tot de consensus dat de juiste student op de juiste plek terecht moet komen.
Lang gold als het principiële uitgangspunt dat iedereen met een eindexamendiploma op zak gelijke toegang moest hebben tot de opleiding van zijn of haar keuze. Als er al moest worden geloot, dan mocht iedereen daaraan meedoen, met evenveel kans voor iedereen. Motivatie noch hoge cijfers speelde een rol in de selectie.
De praktische consequenties van dat 'eerlijke' systeem werd eind jaren negentig pijnlijk duidelijk. Ondanks haar gemiddelde eindexamencijfer van 9,6 werd Meike Vernooij uit Maassluis tot drie keer toe uitgeloot voor de studie geneeskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Onwenselijk en oneerlijk, luidde het algemene oordeel. In 1999 volgde een wetswijziging: wie een 8 gemiddeld haalt, is in principe ingeloot of maakt in elk geval veel meer kans”.
Tot zover de Volkskrant.

Al jaren is de uitkomst van onderzoek naar de relatie tussen prestatie op de middelbare school en op de universiteit dat die relatie niet bestaat.
Op basis van dit gegeven kun je een aantal zaken doen: je kunt redeneren “de helft van de goeden op de middelbare school doet het niet goed op de universiteit en de helft van de slechte op de middelbare school doet het goed op de universiteit. Omdat we niet weten welke personen dat zijn kunnen we net zo goed loten wanneer de belangstelling voor een studie te groot is”.
Je kunt ook redeneren: “Mensen ervaren het als demotiverend dat wanneer je je best gedaan hebt op de middelbare school en je loopt kans dat je uitgeloot wordt, dan laten we degenen met een hoog gemiddelde gewoon toe en laten we de rest loten”.
Met de laatste redenering krijg je de minste protesten en kun je jouw kansen nog beïnvloeden.

Nu de arbeidsmarkt is gewijzigd ten opzichte van de zeventiger jaren en er twee groepen zijn die goed in de markt liggen namelijk zij die een vak hebben geleerd dat veel gevraagd is en zij die een universitaire studie hebben afgerond, is een universitaire studie niet meer de beste manier om goed te verdienen. Doordat veel studenten iets zijn gaan studeren waar later geen vacatures meer voor waren, is het nu begrijpelijk dat de overheid meer sturing geeft aan wie toegelaten worden tot de universiteit.
Dat kan door selectie aan de poort of door de studie duurder te maken zodat de overheid minder geld kwijt is aan hoger onderwijs. Het is nu aan de individuele student om te bepalen welk belang hij hecht aan status of hoeveel hij of zijn ouders er voor over hebben. Rijke ouders verhogen de kans op een bepaalde status voor hun kinderen.
Met (sociale) rechtvaardigheid heeft dit nog steeds niet veel te maken. Onze maatschappij verandert zo snel dat weinig loopbanen een gelopen race zijn. Jouw baan kwijt raken kan bijna iedereen overkomen en daarmee is een nog niet eerder vertoonde, paradoxale vorm van sociale gelijkheid ontstaan.

Veel beleidsbeslissingen ten aanzien van aankomende studenten zijn te verdedigen zolang de overheid maar zorgt voor voldoende inkomen voor degenen die in de loop der tijd buiten boord vallen.
Door de toenemende automatisering en robotisering kan wel 45% van de beroepsbevolking werkeloos raken, zo voorspelde een Amerikaans onderzoek.
Ook dat hoeft geen ramp te zijn. Wat die voorspelling noodzakelijk maakt is een effectieve, betaalbare en kortdurende mogelijkheid tot omscholing tot wat dan ook, betaald of als vrijwilliger zolang men zich maar geen zorgen hoeft te maken over de basisbenodigdheden in het leven.

Want mensen zijn vatbaar voor besluiten tot extreme handelingen wanneer zij zich in hun bestaan bedreigd voelen.