Nabijheid en afstand houden
Als je dichterbij komt zie je meer details, maar het is lastig om het geheel te overzien. In relaties is nabijheid af en toe prettig, maar te veel en te lang iemand op de huid te zitten werkt verstikkend. Door dan wat meer afstand te houden, geef je de ander de gelegenheid zelf te komen. Dat kost jou minder moeite en de wederzijdse tevredenheid is groter.
Het lastigst om afstand te houden is als de ander je dreigt te ontglippen. Je hebt dan de neiging om nog meer energie en aandacht te geven aan de relatie, maar de kans wordt ook groter dat je de ander in hem of haar schulp drijft of wegjaagt.
Het cyclische karakter van de natuur of seksualiteit zou je ook moeten (kunnen) toepassen in de relatie: afwisselend verbonden zijn en los te laten. Afhankelijk van op welk niveau je deze afwisseling bekijkt levert dit een meer permanente band op. Iemand die deze afwisseling goed weet te in te schatten vergroot de kans dat de ander de band wil laten voortduren.
Sommige mensen durven de ander niet dichterbij te laten komen omdat zij bang zijn dat de afwisseling van nabijheid en afstand houden niet vanzelf ontstaat. Dat kan natuurlijk terecht zijn, want de juiste timing is afhankelijk van de vaardigheden van beide partijen.
Sommigen zijn ook bang voor het verlies van identiteit, ze zijn bang in de tijdelijke versmelting zichzelf te verliezen.
Carolien Roodvoets en Sybille Labrijn schrijven in hun boek 'Nu alleen de liefde nog' dat er vijf fasen zijn in een relatie de betrekking hebben op het omgaan met vrijheid oftewel autonomie. Meer weten over deze onderwerpen? Klik hier.